Waarom fascineert het lijden ons zo?

Waarom is 'The Passion’ een publiek evenement en Pasen vooral een vrije dag? Waarom is de huiveringwekkende film 'Silence' in protestantse kring zo goed ontvangen? Heeft de religieuze en de seculiere fascinatie voor bloed, zweet en tranen iets met de bijbel te maken? Wat beter de bijbel lezen, zou al snel leren dat lijden en afzien geen doel is. Gods genade is namelijk helemaal gratis, het lijden van Jezus hoeft niet geïmiteerd te worden. Dat stelt bijbelwetenschapper Eep Talstra

Begin dit jaar bracht de film Silence van Martin Scorsese nogal wat pennen in beweging. Het is een verfilming van de roman Stilte van de Japanse schrijver Shusaku Endo. Het Japanse origineel verscheen in 1966 en is dit jaar opnieuw in nederlandse vertaling uitgebracht.

De roman speelt in Japan, begin 17e eeuw, wanneer christenen, na een periode van grote bloei voor de kerk, worden geconfronteerd met een overheid die christendom als on-Japans ziet en met grote vervolgingen en martelingen de kerk probeert klein te krijgen. Hoofd­personen zijn enkele jonge priesters die in het geheim naar Japan reizen om de gelovigen daar te ondersteunen en op zoek te gaan naar hun leermeester die volgens geruchten onder martelingen het geloof heeft afgezworen. De uiteindelijke strijd vindt plaats in het innerlijk van priester Rodrigues die zich oog in oog met de gruwelijkheden steeds meer begint af te vragen of God het wel ziet en waarom hij dan zwijgt. Tegelijkertijd beziet hij zijn eigen lijdensweg steeds als letterlijke navolging van de lijdende Christus, citeert daarbij teksten uit de liturgie van de lijdenstijd, maar voltrekt uiteindelijk toch zelf ook het ritueel van de afzwering van Christus. Daarbij verschijnt aan hem de beeltenis van Christus, die tegen hem zegt: ‘trap maar. Ik ben geboren om door jullie vertrapt te worden.’  Is dat werkelijk zo? Of is dat de middeleeuwse verheerlijking van het kruis, zoals in de hymne die Rodrigues bij zichzelf zingt (p. 113): Pange Lingua Gloriosi Corporis Mysterium (bezing mijn tong het mysterie van het glorierijke lichaam)?

Er verschenen diverse recensies op sites van de filmwereld, maar ook in protestants-christelijke bladen. Protestantse schrijvers toonden zich onder de indruk van de film: aangrijpend, mystiek; een innerlijke reis; hoeveel kan de menselijke geest aan voordat hij breekt? De met ons mee lijdende Jezus is aanwezig in de stilte van Gods zwijgen; Jezus, ondogmatisch en nabij.

 

Fundamenteel?

Die reacties zijn een reden om er nog eens op terug te komen. Ik heb de roman van Endo sindsdien  meer dan eens gelezen, met in mijn achterhoofd de vraag: is het lijden omwille van je geloof en de vraag of je dat kunt uithouden, nu werkelijk fundamenteel voor het geloven zelf? In de roman van Endo lijkt het lijden dé weg om meer van God te leren begrijpen en de liefde van Jezus te leren kennen Op p. 215 staat een soort conclusie, in de vorm van een gedachtegang van Rodrigues: “Hij beminde Hem (Christus) nu heel anders dan eerst. Alles wat er tot nu toe gebeurd was, was noodzakelijk geweest om die liefde te leren kennen. Hij was nu de laatste christen-priester in dit land. En Hij was niet blijven zwijgen. Zelfs al was Hij blijven zwijgen, dan nog zou het leven van de priester tot op deze dag van Hem hebben getuigd.”

Noodzakelijk’? Dat is bizar. Wat voor God is dat? Al die vermoorde Japanse christenen en al dat lijden ‘om die liefde te leren kennen’? Cynisch denk ik dan: Heeft één priester zoveel doden nodig om zelf iets bij of af te leren? Bestaat lijden om iets te leren? Dat dachten de vrienden van Job ook, maar die kregen van God zelf nadrukkelijk ongelijk. Hetzelfde ongemak voel ik bij de woorden die in de roman aan Jezus worden toegeschreven: ‘Ik ben geboren om door jullie vertrapt te worden.’ Is dat de bijbel? Of vooral de mystieke fascinatie voor bloed, zweet en tranen?

 

Sacraal

Dus het protestantse enthousiasme in besprekingen van film (of boek) begrijp ik niet, vooral niet omdat er zo weinig bijbel in doorklinkt. Protestanten bouwen de sacrale priesterrol van Rodrigues min of meer vanzelfsprekend om tot een taak voor elke individuele gelovige en vragen zich dan af: hoeveel kan een mens aan, of: kan ik aan? Waar ligt het breekpunt van een mens met een geloof?

Dat is de verkeerde blikrichting. De gruweldaden zoals de film die laat zien moet je in rekening brengen bij de beulen van alle tijden. Het zijn geen speciale vensters op geloven of op Jezus.  Gods koninkrijk hangt niet af van de vraag of ik dat geweld zou uithouden. Dat koninkrijk is al lang begonnen, sinds Pasen het menselijk geweld tot zinloos geweld heeft gemaakt. En dat rekent niet op van mijn persoonlijke uithoudingsvermogen; God weet wel beter. Het conflict gaat tussen God en alle soorten beulen; mijn binnenste of mijn spiritualiteit vormt daarvan niet het slagveld. Ik moet altijd aan Elia denken die, toen Naäman zich bezorgd afvroeg hoe hij als pas bekeerde zich in de tempel van Rimmon moest gedragen, aan een paar woorden genoeg had: ga in vrede. God vraagt niet om ons lijden, ook niet om het lijden van Jezus liturgisch nog een keer na te spelen. De roman van Endo citeert teksten uit de Latijnse liturgie die lijden en hostie vereren. Of het gaat over “pijnlijke vreugde. Het was de vreugde die een christen smaakt in solidariteit met de Zoon van God.” (p. 143) Ook klinken teksten die naar de bijbel verwijzen, maar die ik vaak maar half kon terugvinden. Gaat de liturgie boven de bijbel uit?

Dat publiek geloven regelmatig pijn doet, dat weten we allemaal. En dat Jezus zegt dat zijn leerlingen in de wereld altijd weer tegen het zwaard zullen aanlopen, zeker, dat ook. Maar kruis en lijden zijn daar niet de goede symbolen bij. De opgestane Heer is toch iemand anders: hij heeft het niet allemaal voorbeeldig uitgehouden, hij heeft het overwonnen. Dat geloof kan pijn kosten, dat voelen talloze gelovigen in de wereld. Maar Jezus verlangt niet persé ook nog een ‘eigen bijdrage’ van ons als een soort imitatie. Geweld, zonde of lijden beslissen niet meer over het leven, ook als ik dat niet kan volgen of er aan twijfel. Verder twijfelen we maar gewoon door, dat hoort bij het leven, maar het beslist niets.

 

Bijbelwetenschap

Protestantse gelovigen zijn bezig om de wereld van stellige beweringen achter zich te laten en zich te oefenen in de wereld van religieuze belevingen. Meer eucharistie, meer Maria en meer ‘praise’. Dat is na een tijdperk van hele intellectuele theologie te begrijpen, maar een beetje meer bijbelwetenschap zou nog steeds geen kwaad kunnen.

Scorsese heeft in de film de nadruk die in het boek ligt op de universele pretenties van liturgie, lijden en priesterschap, verder verschoven naar nadruk op individueel geloof en uithoudingsvermogen: de moderne religieuze fascinatie. Anders bereik je een breed publiek niet. Je merkt in de ‘seculiere’ filmrecensies dat men alleen dat punt er uit heeft gehaald.  Moderne mensen kijken naar iemands religie zoals ze naar de Tour de France kijken, of naar fietsen voor een goed doel: het grote afzien en het lijden bij het beklimmen van een col van de zoveelste categorie. Als het niks kost is het niet echt. De individuele prestatie, dat willen we zien. Maar het was gratis, zegt de bijbel. Vervelend voor religieuze doorzetters, maar zo staan de zaken.

 

Eep Talstra

 

Prof.dr. Eep Talstra is emeritus hoogleraar Oude Testament aan de Vrije Universiteit Amsterdam