Voltooid leven: autonomie versus godsdienst?

In de discussie rond ‘voltooid leven’ en de autonomie van de mens lijkt de Bijbelse moraal daar diametraal tegenover te staan. Maar zo eenvoudig ligt het niet, aldus Henk Geertsema. Menselijke autonomie is immers ook een groot goed. Botsen beide benaderingen wel zo ernstig als gedacht? Het is wel duidelijk dat de dood anders tegemoet wordt getreden dan in de 19e eeuw, toen het besef van God nog het hele leven doortrok. Al was het maar omdat de onontkoombaarheid van de dood veel meer als een dagelijkse realiteit werd ervaren.​

Een van de bezienswaardigheden van Parijs is de Catacomben. In een middeleeuwse steengroeve zijn rond 1800 de stoffelijke resten herbegraven van alle Parijzenaren die tot die tijd op oude begraafplaatsen op de noordoever van de Seine ter aarde waren besteld. In keurig opgestapelde rijen beenderen, hier en daar onderbroken door rijen schedels, liggen de resten in de oude mijngangen. Geordend naar de kerk en de begraafplaats waar zij in eerste instantie lagen.

Voor 12 euro kun je de 130 treden afdalen en een route van een klein uur lopen langs de overblijfselen van circa zes miljoen mensen die eeuwen geleden leefden, liefhadden, werkten, dronken, aten, geloofden. Netjes gestapeld, de route elektrisch verlicht, een audioapparaat met toelichting in vier talen is beschikbaar. Overigens is een toeristisch bezoek niet iets alleen van deze tijd. Al snel na de verplaatsing konden mensen de beenderstapels bekijken. Er heeft zelfs eens een muziekuitvoering tussen de doden plaatsgevonden. Dat was overigens wel illegaal.

 

Zelfgekozen einde

De afgelopen weken werd in Nederland een debat gevoerd over de dood. De dood als zelfgekozen beëindiging van het leven. Van levens die door de dragers daarvan als zinloos of als te belastend voor de omgeving worden ervaren. Niet primair lijden stond in de debatten centraal, maar de vraag of de mens zelfstandig mag besluiten dat het leven genoeg is geweest en daar vervolgens de consequenties uit mag trekken.

Wie die wens heeft of wie niet zeker weet of de eigen opvatting voldoende autonoom is, kan zich volgens de minister wenden tot een stervenshulpverlener: een arts, een psycholoog of een verpleegkundige. Voor de laatste beroepsgroep zou er een aparte opleiding ontwikkeld kunnen worden: de arts kan dan de legitimiteit van de wens beoordelen en de verpleegkundige de verdere uitvoering ter hand nemen, stelde Schurink, de directeur van de Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (www.nursing.nl, 13 oktober 2016).

De christelijke partijen waren de enige die de overstap naar de wetenschapper en professional als moreel hoogste instantie ter discussie stelden: de mens heeft niet het recht zich het leven te benemen, zelfs niet als een stervenshulpverlener daar toestemming voor heeft gegeven. Maar God speelde voor de Tweede Kamer niet een doorslaggevende rol.

De verhouding tussen individuele autonomie enerzijds en moraal of wetenschap anderzijds stond ook centraal in het (tweede!) proefschrift van predikant en psycholoog Bert Loonstra. In ‘Worldview and Psychotherapy’ onderzoekt Loonstra de verhouding die twee: de psychotherapie wil de autonomie van de mens bevorderen, terwijl de godsdiensten de nadruk leggen op extern gezag als richtinggevend voor menselijke keuzes.

Zijn perspectief is die van de christelijke psychotherapeut: kun je vanuit een christelijk standpunt die twee uitgangspunten laten samenkomen? Kun je aan de ene kant de autonomie bevorderen (de taak van de psychotherapeut) en aan de andere kant  de toewijding aan God of een godheid benadrukken en je laten begrenzen door een externe moraal-stellende instantie?

 

Autonomie

Loonstra vindt de oplossing daarvan in de opvatting van de Reformatorisch Wijsbegeerte dat de dagelijkse ervaring van het bestaan fundamenteler is dan de wetenschappelijke wijze van verstaan van de werkelijkheid. Als gelovige mensen zichzelf ervaren als betrokken op God, als betrokken bij een geloofs- en mensengemeenschap en zich bewust zijn van de tijdelijkheid van hun bestaan, dan hoeft dat niet ten koste te gaan van de autonomie en individualiteit die in de psychotherapie zo belangrijk is.  

Die autonomie en individualiteit kunnen zich dan uiten als versterkte bewustwording van de eigen keuze voor geloof in God of een godheid. Autonomie betekent dan ook zelf kiezen hoe je participeert in de geloofs- en mensengemeenschap, en hoe je je ontplooit in de richting van het beeld dat God schetst van de mens.

Er ontstaan wel vraagstukken over levensbeëindiging wanneer allerlei vormen van hulpverlening alleen worden beargumenteerd vanuit ‘de holistische dagelijkse ervaring’ (p. 418). Mensen ervaren soms hun dagelijks leven als voltooid, voldaan, voldoende. Dat ‘soms’ kan zelfs langere tijd of altijd aanwezig zijn. De zo geformuleerde fundering kan dan ook ruimte maken voor (ook christelijke!) stervenshulpverlening aan (ook christelijke!) mensen die in die subjectieve, dagelijkse ervaring het leven als voltooid ervaren.

Vanuit het op die manier gefundeerde christelijk perspectief betekent toename van autonomie ook dat je kunt kiezen om wel of niet je eigen leven te beëindigen als je denkt dat God dat toestaat, en om die keuze wel of niet vooraf binnen de gemeenschap of met een deskundig opgeleide te bespreken. Loonstra zelf trekt die conclusie niet, omdat hij vooral de wij-kant van het mens-zijn benadrukt, de inbedding van de mens in een traditionele christelijke geloofsgemeenschap. En de meeste van die geloofsgemeenschappen wijzen actieve, zelfgekozen levensbeëindiging in situaties van een subjectief ervaren ‘voltooid leven’ af. Maar christelijke politieke partijen en christelijke hulpverleners hebben dus nog wel wat te bespreken over dit onderwerp. In ieder geval theoretisch.

 

Eerbied

Volgens de toelichtende vertelling in de Catacomben vond de herbegrafenis van de menselijke resten plaats met veel eerbied en terughoudendheid. De stoffelijke overschotten werden ’s nachts op karren geladen, overdekt met een zwarte doek en voorafgegaan door een priester die passende gezangen zong en teksten declameerde uit de Bijbel. Al waren de resten honderden jaren oud, de dood was iets waar je eerbied voor had. Uiteindelijk had de dood immers iets te maken met de ontmoeting met de Maker, en ook wie niet zo trouw gelovig was, nam toch het risico van Gods oordeel serieus.

Het besef dat iedereen ‘autonoom’ moet sterven en dat zulk sterven niet primair een kwestie is van levensbeschouwelijke of wetenschappelijke deliberaties, maar vooral iets onontkoombaars, leek veel nadrukkelijker aanwezig te zijn dan tegenwoordig in de (wel of niet christelijke) maakbare samenleving. En dat besef maakte kennelijk zo stil dat zelfs de herbegrafenis met ontzag werd uitgevoerd. Deze ‘autonomie’ is geen keuze, er valt niet aan te ontsnappen.

De opgestapelde beenderen in de Catacomben zijn soms zo verstoft dat de onderste beenderen helemaal verpulveren als de stapel ineenzakt. Zorgvuldig worden de overige beenderen dan weer opnieuw gestapeld. ‘Stof ben je, tot stof zal je weerkeren’, zei God al. In deze aarde liggen miljarden mensen, soms nog met enige vorm, soms alleen maar stof. Er is geen leven meer in te vinden.

De profeet Ezechiël ziet iets soortgelijks. Een heel dal vol dorre, uitgedroogde, half vergane beenderen (Ezech. 37). Symbool voor de toestand van Israël, symbool voor de toestand van de mensen zonder God. Individuele resten liggen in een gemeenschap van resten bij elkaar. En er is geen leven meer in te krijgen, zegt Ezechiël op Gods vraag daarnaar. Maar dan gaat God zelf handelen: de beenderen van individuen zoeken elkaar op, er komen spieren, vlees en huid op. En op Gods initiatief komt er zelfs weer leven in: de wind (NBV), de Geest (NBG) van God zelf geeft wat voltooid is, wat af is, wat zichzelf heeft overleefd en aan zichzelf gestorven is, een nieuw begin.

Daarmee blijkt de dood en doodsdoorgang niet een zaak van moraal, van levensbeschouwing of van wetenschap, maar een zaak van God. God die mensen door die doodsdoorgang wil heenleiden. Naar een nieuw perspectief op aarde, maar ook naar een nieuw perspectief bij Hem. Wie zijn leven als voltooid, af-geleefd ervaart,  kan daarover praten met God die zelf door dat leven is af-geleefd en die zelf in God nieuw leven heeft gekregen.

 

Dr. Henk Geertsema is directeur van het Praktijkcentrum in Zwolle en docent aan de Theologische Universiteit Kampen en hogeschool Viaa te Zwolle.