'Pionieren is vallen en opstaan'

Urban Expression: dat is de naam van een moderne ‘orde’ van buurtkerken en hun leiders, die dit jaar tien jaar bestaat. Overgewaaid uit Engeland is de beweging nu in zo’n 10 Nederlandse steden actief, in creatieve christelijke gemeenschappen die in toenemende mate samenwerken met lokale kerken, én gedragen worden door de buurtbewoners zelf. Oeds Blok blikt terug op 10 jaar pionierswerk, in zijn eigen stad Amersfoort en op de ervaringen in andere plaatsen.

Van Zaanstad tot Rotterdam tot Arnhem: de afgelopen jaren zijn er op verschillende plekken in Nederland wijkkerken en -initiatieven ontstaan door teams van Urban Expression. In Rotterdam zijn er zelfs twee plekken, in Den Haag is poppenspeler en verhalenverteller Matthijs Vlaardingerbroek al vanaf 2000 gestart met een buurtkerk in de Spoorwijk. Een bekend gezicht uit Rotterdam is Daniël de Wolf, bekend van De Torrie van Mattie (het evangelie van Matteüs in de taal van de straat). Blok: “Urban Expression is eigenlijk een soort orde van pioniers, en ons hart ligt bij de mensen in zogeheten ‘krachtwijken’, wijken die schoonheid, maar vooral ook een rauwe rand hebben. We zijn ervan overtuigd dat daar iets van God te vinden is wat je elders niet vindt. Het zijn vaak plekken waar bijna niets meer van de kerken te zien is. Op die plekken zijn we actief.”

Creativiteit is bij Urban Expression een sleutelwoord; vertelt Oeds Blok in zijn woning aan een doorgaande weg in het Soesterkwartier in Amersfoort, waar hij zes jaar geleden in zijn vrije tijd zelf begon met buurtkerk.

Het is geen kerk met een toren, waar hij het over heeft: het is een groep mensen die samenkomt in en rond een speeltuin.

Hoe ziet een zondagochtend in de kerk in het Soesterkwartier eruit? Blok: “Op zaterdagavond hielden we al een spelletjesavond, en daar kwamen veel mensen. Maar we zaten lang met de zondag. Wat doe je dan, en voor wie? De stap om iets op zondag te doen was voor veel van hen te groot. De zondagochtend was voor de mensen uit de buurt geen goed tijdstip, dan ben je vrij, is dan het idee, dus dat werkte niet. Toen hebben we besloten om op zondagmiddag in de speeltuin een tafel neer te zetten. Dat was best een grote stap, want dan ben je kerk midden tussen de mensen in de speeltuin. We hadden taart op tafel staan. Het was dus een feestje, dat was de gedachte. Voor iedereen. We hebben daarna iets met een bijbelverhaal gedaan, want dat doen we altijd op de zondag. Dat hebben we afgestemd met de beheerder. Daar moet je transparant over zijn. Het leuke van een buurtkerk is dat ik kinderen en volwassen weer tegenkom op straat, in de winkel of bij voetbal of ergens op de koffie ga. Veel relaties spelen zich af in het dagelijks leven.”

 

Tentje

De manier waarop een bijbelverhaal wordt verteld of uitgebeeld is heel divers, vertelt Blok. “Laatst ging het over angst. Toen hebben we met een tobbe met water het verhaal van Jezus op het meer uitgebeeld. We hebben er ook een wedstrijd voor de kinderen aan vastgeplakt. Blazen en dan zien welk bootje het snelst naar de overkant komt. Als volwassene kon je op een papiertje schrijven waar je het meest bang voor bent. Mocht wel, hoeft niet. Het is dus heel rechttoe-rechtaan.”

Er kan dan een moment komen dat het gepast aanvoelt om te bidden met elkaar, al is bidden niet altijd aan de orde. “Normaal doen we dat niet, in het koffiehuis – waar we ’s winters kerk houden in plaats van buiten in de speeltuin - want het is geen viering. Maar dit keer hebben we wel gebeden, gewoon met iedereen, staand rond dat badje. Omdat God erbij is, als we angstig zijn.”

De vorm die wordt gekozen heeft dus altijd iets met beleving te maken, met je zintuigen. “Het zijn eigenlijk gewoon moderne leerprincipes die we toepassen, zoals dat ook in het reguliere onderwijs gebeurt. Met Pasen hebben we vijf plekken gemaakt in de speeltuin waar mensen iets konden proeven. Ik stond op een speeltoestel en mocht geurolie uitdelen. Het was eigenlijk best bijzonder dat een paar moslimvrouwen ook toelieten dat ze olie op hun hand kregen. Ik vertelde erbij: ‘Toen Jezus in het graf lag, waren de vrouwen om hem heen verdrietig. Toen hebben ze hem verzorgd met olie.’ Punt. Daar laat ik het dan bij. Op een andere plek was er brood met mierikswortel. De kinderen mochten dat proeven. Bah natuurlijk. Daar werd bij gezegd dat het lijden bitter was voor Jezus. En dat hij het uit liefde deed.”

Soms kun je ook enorm lachen met elkaar, vertelt Blok. “Er was bijvoorbeeld ook een onderdeel ‘raad dit geluid’. Dat was dus het geluid van een grote rollende steen. En dan vertelden we van de engel die de steen wegrolde. Een graf is moeilijk uit te beelden in een speeltuin. We kozen uiteindelijk voor een engel die in een tentje zat. Als laatste onderdeelkwamen alle volwassenen en kinderen in dat tentje. Degene die de engel speelde moest zeggen: Jezus was wel dood, maar op een gegeven  moment was hij er niet meer. Weg. Hij was sterker dan de dood.

Daar waren ook twee tieners bij gekropen, zoals wel vaker gebeurt natuurlijk in een speeltuin, dat er plotseling mensen meedoen die je eerder niet verwachtte. Die begonnen te lachen. Dat kan toch niet, zo’n raar verhaal. Er werd dus om gelachen. Dat kan. Maar het is ook wel een raar verhaal natuurlijk.”

De buurtkerk heeft een zomerkerk en een winterkerk, legt Blok uit. “’s Winters is het buiten te koud en dan komen we samen in een zijgebouwtje van de speeltuin. Daar is dan een koffiehuis. Er komt een vaste groep mensen, en een wisselende groep. In het koffiehuis is binnen een tafel waar een kruisje op staat. Je kunt er ook een kaarsje opsteken. Er zijn onder andere een paar Marokkaanse families die blijven komen. Dat vind ik bijzonder, blijkbaar schrikt dat kruisje niet af. We leggen ook aan de kinderen uit waar een kaarsje voor is. Dat als je iets wenst, dat God dat ook weet.”

 

Unplugged

Terugkijkend op zes jaar buurtkerk, constateert Blok dat er gaandeweg steeds meer activiteiten bij kwamen, verschillende vormen van kerk, zoals hij het noemt. “We misten op een gegeven moment body, een kerngemeenschap. Dus zijn we ook elke eerste en derde zondag van de maand met een viering bij iemand thuis gestart. Het begint met koffie. We lezen iets uit de bijbel en we zingen met elkaar. We vieren dan avondmaal, rondom Jezus. We zetten dat niet in de krant, maar nodigen mensen persoonlijk uit. We hoeven aan die vieringen niet veel voor te bereiden. Er is geen dominee die alles doet. We kunnen met meerdere mensen om de beurt het avondmaal voorbereiden. Ik wil ook graag dat het een meerstemmige gemeenschap is. Verder houden we het eenvoudig. Er wordt piano gespeeld of gitaar. We zingen een paar nummers. Er is altijd eten of koffie, voor de sociale contacten. Naast die vieringen en de bijeenkomsten op zondagmiddag zijn er ook twee groepjes ‘Bakkie & bidden’, een bij een Arubaanse mevrouw thuis. Bidden is een mooie manier om iets van God te ervaren. En er zijn twee bijbelstudiegroepjes ‘De weg’. Zo zijn er verschillende vormen van kerk, en deelnemers kiezen waar ze bij willen horen. Twee mannen hadden bijvoorbeeld weinig met Jezus, maar ze stonden wel open voor geloof, en ze waren ervan overtuigd dat er een God bestond. Toen zijn ze de verhalen over Jezus gaan lezen. Er is bij de bijbelstudie veel ruimte voor dialoog. Uiteindelijk heeft dat hun leven beïnvloed en hebben ze een soort basisrust gekregen. We lezen dus een stukje en praten erover. We lezen de bijbelverhalen over Jezus unplugged, zeg ik weleens, we slaan niets over. Ook de passages die schuren, lezen we. Het is de kunst om met de flow mee te gaan – dus het gesprek te volgen zonder te veel een bepaalde kant op te willen. Wat wel helpt om structuur aan te brengen, is het telkens weer invoegen bij de vraag wat Jezus met ons doet, wie hij is, of wat we zelf voor betekenis aan hem geven. We lazen pas een verhaal over een bezeten man. Dat is best een ruig verhaal. Maar sommige van onze mensen hadden daar helemaal geen moeite mee. Zij kenden dat. Wat blijft Jezus rustig. Dat viel hen op.”

 

 

Jezus-factor

Hoe zorg je ervoor dat je niet alleen maar bezig bent met een sociaal initiatief? Wat is, anders gezegd, de relevantie van de Jezus-factor, zoals Blok het zelf eens noemde in een interview met Andries Knevel?

“In het begin was dat voor mij wel een vraag. Ik verdiepte me toen ook in mensen die niets met Jezus hadden maar zich toch inzetten voor de buurt. Ik ging God meer in mensen zien. Maar later ben ik anders naar onze eigen initiatieven gaan kijken. Alleen al het feit dat in ons koffiehuis iedereen welkom is. Wie doet dat? Niemand. Dat is, denk ik, de Jezus-factor. Een kind dat op straat de dag doorbrengt en pas ’s avonds weer thuis mag komen, krijgt bij ons aandacht. Meer hoeft het niet te zijn, en meer kan ik er ook niet van maken.”

Er is natuurlijk een grote godsdienstige diversiteit. “Ik werk samen met moslims en ook met autochtone Nederlandse vrouwen die heel spiritueel zijn. Met deze vrouwen zit ik in een werkgroep voor buurtuitvaarten, voor mensen met een smalle beurs. Zij putten uit een andere bron, maar ik probeer nieuwsgierig te zijn. Ik leer ook van mensen om me heen van hun leven en bezieling die het verdient om gezien te worden. Bij moslims zie ik dat zij zelfbewust zijn in hun geloof. Dat vind ik mooi. Een houding van vrijmoedigheid en nederigheid, dat hebben we nodig.”

 

Tussenruimte

Pioniersplekken zijn nieuw en lijken daardoor automatisch succesvol en fris. Maar de werkelijkheid is er een van vallen en opstaan. Er is de afgelopen jaren ook weleens een buurtkerk weer gestopt. En vermoeidheid is een terugkerend fenomeen.

“Hier in het Soesterkwartier zijn we 6 jaar geleden met een groep van ongeveer 14 volwassenen gestart. Onder hen een groep van 4 mensen die de bijbelschool De Wittenberg hadden gevolgd. Dat was een geschenk. Maar uiteindelijk hielden de meeste mensen die mee gingen uit de Baptistengemeente, waar ik predikant was, het niet uit. Twee echtparen zijn gebleven, vier zijn er gestopt. Het lukte hen uiteindelijk niet goed genoeg om dit als hun kerk te zien, hun geloofsgemeenschap. Dat is natuurlijk voor henzelf, en ook voor de rest van het team wel moeilijk. Maar je moet ook de vrijheid houden om te doen wat bij je past. En zij hebben dit wel mede mogelijk gemaakt. Na een jaar of vier zijn er ook steeds meer buurtbewoners mee gaan doen”.

Een trend is dat er steeds meer wordt samengewerkt met lokale kerken. “Dat zien we bijvoorbeeld in het Oude Noorden in Rotterdam, dat mensen die meedoen met wijkgemeenschap Bless ook lid zijn van andere kerken. Dat past bij de trend van multiple religious belonging: mensen komen uit de Protestantse Kerk in Nederland, uit de Baptistengemeente, of uit de gereformeerde kerken vrijgemaakt, en ze willen tegelijkertijd betrokken zijn bij een buurtkerk.”

Uiteindelijk gaat het er bij Urban Expression om, dat er een soort tussenruimte ontstaat, zegt Blok ten slotte. “Een viering, dat is een christelijke ruimte. Daar is op zich niets mis mee, we houden ook zelf vieringen. Maar we zijn ook het liefst aanwezig op het terrein van de ander, want dat biedt kansen voor ontmoeting. Dat past ook bij het koninkrijk van God. In de creativiteit tussen mensen komen verschillende werelden bij elkaar. In die ontmoeting gebeurt Gods koninkrijk.”

 

Info: www.urbanexpression.nl.