Op weg naar vreugde

Het lijkt in eerste instantie een heel eenvoudig begrip: vreugde. Maar hoe langer je er over nadenkt, hoe meer je je kunt afvragen wat het precies is. Is dat hetzelfde als blij zijn, of gelukkig? En dan is er nog de vreugde van het geloof. Is dat een andere categorie? Kijk uit dat de vreugde niet zomaar verdwijnt onder een dikke deken van dagelijkse problemen.

 

tekst Kees van Ekris, beeld Pexels, Brett Sayles

 

Wat geeft vreugde en wat maakt de vreugde stuk? Dat zijn trage vragen, waar je in het gewone leven niet altijd aan toekomt. Een vraag daaraan verwant is, wat de vreugde van het geloof eigenlijk is. Hoe verhoudt zich dat tot de ‘gewone vreugde’, los van je levensovertuiging? Kun je bij de ‘gewone vreugde’ aanknopen om iets duidelijk te maken over de vreugde die het geloof geeft? Of is dat een andere categorie?
Niet iedereen zal zomaar kunnen benoemen wat zijn of haar vreugde is. Er zijn veel vreugdevolle dingen in het leven: de geboorte van een kind of een kleinkind, een huwelijk of een jubileum. En er zijn een heleboel andere ‘gave dingen’ in het leven: sport, muziek, schoonheid, vriendschap, seksualiteit: daar kun je heel vrolijk van worden.


Het gewone leven
Het is goed om het gave in het mensenleven niet stuk te praten. Alsof christenen slechts experts zijn in verdriet en schuld. Wie Godservaringen alleen zoekt in het buitengewone, kan ervoor zorgen dat het gewone leven ‘Godloos’ wordt.
Juist het protestantisme heeft geprobeerd dat gewone leven te rehabiliteren, in contrast met het kloosterleven: het dagelijkse werk, het huwelijk, de seksualiteit, de samenleving, zijn plekken waarin je Gods goedheid kunt ervaren en waarin je Hem kunt dienen.
Calvijn schreef dat je de schepping kunt ervaren als een ‘rijk gedekte tafel’. Vriendschap, seksualiteit, werk, een kind dat speelt, een samenleving met cohesie en integriteit, dat zijn goede gaven van God.
Tegelijkertijd weet ik niet of het dezelfde vreugde is. Misschien is het een ‘gradatie van vreugde’, en merkt ieder mens daarin iets van de goedheid van God.
Volgens Stanley Hauerwas staat de vreugde die basketbal geeft, niet los van het werk van de Heilige Geest, die het spel liefheeft en die vreugde geeft aan het spel. In Nederland vergeleek de speelse theoloog Van Ruler de Heilige Geest ooit met het gepingel van Johan Cruijff, die overal tussendoor glipt en altijd scoort.
Maar je moet anderzijds niet alle vreugde te snel ‘heiligen’. Aan de jazz-trompettist Wynton Marsalis werd eens gevraagd wat het verschil is tussen muziek en geluid. Hij zei: ‘Muziek is klanken die met elkaar verbonden zijn. Geluid is een geisoleerde klank, die niet in verbinding staat met andere klanken’.
Misschien lijkt vreugde, bezien vanuit het christelijk geloof, op ‘muziek’. Het is geen ‘los geluid’ maar staat in verbinding met een geheel.
Het mensenleven is in christelijk perspectief een muziekstuk met meer akkoorden en klanken. Naast vreugde zijn er meer akkoorden: liefde, trouw, kunnen lijden, gerechtigheid zoeken.
Vreugde moet in verband staan met het geheel: met schepping, met je geloof in Jezus Christus, met de werking van de Geest, met het gewone leven en ook met het moeilijke in je leven.
Welke vreugde-ervaringen hebben mensen die niet geloven of in een andere God geloven? Waarin lijkt die vreugde op elkaar en waarin niet? Ik ben ervan overtuigd dat er een heleboel ‘Heilige Geest’ te ontdekken is in het leven van andere mensen.


Dictatuur van leukheid
Maar er is ook een andere kant. Onze samenleving kent een soort dictatuur van ‘leukheid’. Ik denk dat op straat bijna niemand durft te zeggen: ‘Ik heb het niet, de vreugde’. Dan zit je in - wat Dirk De Wachter noemde - de ‘verdrietput’, en daar wil niemand
zitten.
Psychiater De Wachter spreekt niet voor niets over een Borderline-samenleving, een samenleving van extreem tegengestelde stemmingen waarin je zomaar van het ene in het andere kunt schieten.
Er is een dwang tot geluk, vrolijkheid en mooie ervaringen. Het andere uiterste is depressie, woede, chagrijn, boze mails, bittere vechtscheidingen.
Op straat zeggen mensen dat ze geluk en vreugde kennen, maar vanavond schrijven ze een woedende mail naar de juf van hun kinderen omdat die iets fout heeft gedaan.
In de Bijbel is er een link tussen het gebod en de vreugde. De geboden van God hebben de bedoeling het goede leven te bewaken en dus de vreugde van het bestaan te stimuleren. De geloofsvreugde is niet een ‘geïsoleerde ervaring’, maar een kracht van de God die het hele leven in wil trekken.
Het zou overigens een interessante activiteit zijn in de kerk om samen, liefst met meerdere generaties, een eerlijke ontmoeting te hebben over ‘vreugde’. Je kijkt naar een voordracht van Dirk DeWachter, wat op zich al ontzettend grappig en diepzinnig tegelijk is. Vervolgens praat je met elkaar over het echte leven: over wat jou vreugde geeft en over wat de vreugde stukmaakt. De zorgen om een kind, de verlammende opvoedingsproblemen, het verdriet om een scheiding, een slopende ziekte. En vervolgens ga je op zoek naar hoe het geloof een verbinding kan geven tussen die uiteenlopende ervaringen. Tot je verrassing zul je dan soms ontdekken hoe kernwoorden in het geloof relevant worden. Die ervaring van eerlijkheid, herkenning, samen zoeken naar duurzame vreugde, is op zich al een verademing.


Groeien
Ik denk dat de vreugde naar haar aard een ‘vrucht’ is. De vreugde kan niet gemaakt of gekocht worden, dat is amusement. Een vrucht groeit en gebeurt. Of juist niet, afhankelijk van de omstandigheden. De vreugde is een vrucht. Misschien moet je zo leven dat de vreugde kan gebeuren, de ruimte krijgt om te gebeuren.
Je kunt je daarom ook afvragen welke patronen in je leven het gebeuren van de vreugde dwarsbomen. Welke drukte, welke dwang? Prop ik mijn leven niet zo vol dat de vreugde eruit verdwijnt?
Het begint misschien wel met een vertraging van je leven. Met het stellen van de juiste prioriteiten van stilte, liefde, aandacht, gebed, tijd voor vriendschap, contact met de seizoenen.
In zekere zin is het vergelijkbaar met sporten of het maken van muziek. Je begint te sporten of te musiceren en dat vraagt iets van je: tijd, een zekere kunde, omstandigheden, overgave, anderen om mee te spelen.
Maar zodra je gaat musiceren of sporten, wordt je vatbaar voor de ‘spelvreugde’. Zouden we dat misschien steeds weer moeten hervinden en er ook over waken: de spelvreugde van het geloof?


Bestaansnoodzaak
Vreugde is geen luxe-artikel. Het is een bestaansnoodzaak. In die vreemde cultuur van ons, met die mix van shiny happy people, voel je vaak ineens de leegte of het verdriet achter de dingen en de mensen.
Je hebt het soms ook persoonlijk, dat je door omstandigheden in een wat drukkende periode hebt geleefd. Door ziekte, werkdruk, of door een moeilijke tijd in je relatie. Soms merk je ineens hoe dat in je getrokken is, in je karakter, in je doen en laten.
En, laten we eerlijk zijn: soms is de kerk vreugdeloos geworden. Ineens valt je een koude, grijze en giftige sfeer op.
Dan, als een verrassing, als een herinnering en verlangen, kan de vreugde aan je trekken, je wakker schudden. Misschien dat Jezus ons dan vastpakt, ons aankijkt en terugroept tot Hem en tot een nieuwe gehechtheid aan Hem.
In de contacten in gemeentes, merken we veel spanning, veel elkaar gijzelen, veel angst, veel vergaderingen die de vreugde de nek omdraaien. De vreugde is soms zomaar langdurig weg in de kerk.
Dat is geen verwijt. Het is ook vrucht van de tijd waarin we leven: secularisatie, onvermogen tot vernieuwing, interne spanning, druk op het kerkelijke leven, de verlammende werking van de welvaart, de drukte in levens.
Het is wel gevaarlijk. Voor je het weet zitten we in de categorie van mensen waar Jezus woedend op is, in Matteus 11: ‘We hebben op de fluit gespeeld, en jullie dansten niet. We zongen een klaaglied en jullie treurden niet’ Dat is een vers over apathie, over amper meer raakbaar zijn, hetzij voor bekering, hetzij voor vreugde.


Eigensoortige vreugde
Er zit een eigensoortige vreugde in het Evangelie, die juist met moeilijke omstandigheden te maken heeft. De hoop voor onze kerk is wat mij betreft niet dat er allerlei soorten blije mensen komen, mensen met een blijdschap die het moeilijke amper aankan.
Waar je op hoopt: mensen die in Christus zo’n diepe vreugde ervaren, dat ze het moeilijke  - van de kerk, in hun leven - verdragen kunnen, en daar een heilzame presentie kunnen zijn.
Er is een eigensoortige vreugde van het Evangelie: het is een vreugde vanuit God, die het verlorene zoekt en vindt. In Johannes zegt Jezus: ‘Mijn vreugde zal in jullie zijn.’ Die vreugde komt uit God en is ‘in Christus’ te beleven.
Die vreugde is eigensoortig: ze richt zich met hoop op het verlorene, ze kan verdrukking verdragen, ze verheugt zich in bekering, in de afsterving van het vreugdeloze, zelfs in de dood is die vreugde niet afwezig. Het is een vreugde met een eschatologisch magneetpunt. Christus, naar Wie wij toe leven, trekt aan ons.

Dit artikel is een bewerking van een toespraak voor pioniers en predikanten in dienst van de IZB over het thema ‘vreugde’ (jaarthema van de IZB).