Oeds Blok: 'Het is een mooie tijd voor theologen'

CW onderzoekt de valkuilen en mogelijkheden voor de toekomst in een serie interviews over 'de nieuwe dominee'. Vandaag deel 4: Is de dominee de religieus specialist of zijn gemeenteleden dat zelf? Docent gemeenteopbouw en coach Oeds Blok pleit ervoor dat predikanten verantwoordelijkheden uit handen geven. Voor henzelf blijft genoeg over, zoals toerusten en richting geven.

Oeds Blok is initiatiefnemer van Urban Expression, een beweging van buurtkerken in Nederland, die ontstaan is uit contacten met pioniersgemeenschappen in Engeland. Hij was veertien jaar  voorganger van de Baptistengemeente Amersfoort en besloot in 2012 om een buurtkerk op te richten in zijn eigen wijk Soesterkwartier.

Als ik hem tref in zijn huis in Amersfoort vertelt hij over de omslag die hij maakte en de inzichten die hij opdeed in het werken binnen en buiten de kerk.

De dominee is in het traditionele model vaak de ‘religieuze specialist’ schreef Blok ooit eens in een artikel, waarin hij reageerde op verschillende eerdere artikelen over het ambt.  

“De term is van de theoloog Yoder, en het gaat om de vraag: wie heeft de verantwoordelijkheid voor de kerk? Is dat het gemeentelid of de dominee of samen? Als je bij veel dingen zegt ‘daar hebben we de dominee voor’, want dat is degene die betaald wordt, dan loop je de kans dat die te veel gaat doen en dat hij of zij daarmee juist verantwoordelijkheid weghoudt bij anderen.”

Er is ook een psychologische factor, meent Blok. “Het kan zijn dat een dominee te veel doet omdat hij graag aardig gevonden wil worden. Daar zit iets van onvrijheid in. Als je een bepaald emotioneel tekort hebt ervaren, dan kan het fijn zijn om dat aan te vullen met de bevestiging die je krijgt uit het gemeentewerk.”

En voor gemeenteleden kan het ook makkelijk zijn om veel aan de dominee over te laten. “Die dominee belichaamt dan voor gemeenteleden een ideaal, wat ze vervolgens zelf niet hoeven te zijn. In feite is het een ongezond contract.”

Het vergt daarom moed om Bijbelse inzichten opnieuw toe te passen, meent Blok. “Dat betekent dat het gemeentelid ook weer een actieve speler is in het geheel.”

De insteek van deze interviewserie, namelijk de eenzaamheid bij predikanten, is volgens Blok een actueel punt. “Het kan ook eenzaam worden, inderdaad. De dominee zorgt dan voor iedereen, behalve voor zichzelf. De vraag is: hoe kunnen we dat weer ontvlechten?”

Die verkeerde benadering zat ook in hemzelf, merkte hij. “Toen ik onbetaald in de buurtkerk aan de slag ging, ontdekte ik dat die oude voorgangersrol nog in me zat. Ik bereidde een viering voor en legde mijn ideeën voor aan anderen. Toen zei één van hen: je hebt goede ideeën, maar je wilde toch geen voorganger meer zijn? Dat was heel vriendelijk gezegd, en voor mij was dat een belangrijk keerpunt.”

 

Gastheer

Blok ging zijn eigen rol radicaal anders invullen, waardoor er veel meer ruimte kwam voor anderen om ook hun inbreng te hebben. En ruimte voor zichzelf om daarvan te genieten. “Ik heb wel de gave om de leiding te nemen. Maar het doel daarvan is om anderen verantwoordelijkheid te geven, en ook kansen te geven om te falen. En ik zag dat gemeenteleden heel veel zelf bleken te kunnen. De Bijbel opendoen en een getuigenis geven, bijvoorbeeld. Dat sloeg heel goed aan, hier in de buurt.”

Bij een dienst over de schepping stuiterde een skippybal de zaal binnen – symbool voor de aarde, die vervolgens werd beplakt met de werelddelen. Ideetje van een gemeentelid.  “Dat vond ik prachtig. Dat deed met mij iets heel goeds. Ik ben er bij, en ik kan ruimte geven. Ik neem als leider de rol van gastvrouw of gastheer. Dat biedt ruimte.”

De rol van een dominee in deze tijd ligt voor een deel in toerusting, denkt Blok. “Ik maak nu handleidingen voor vieringen. Een praatje van vijf of tien minuten, hoe doe je dat? Je pakt bijvoorbeeld iets uit het dagelijks leven, en dan vertel je iets uit de Bijbel, je deelt een voorbeeld van jezelf en geeft één heldere boodschap mee. Klaar. Mensen blijken dat prima zelf ook te kunnen. Nu is onze kerk ook een kleine kerk. In een grote kerk werkt het anders. Maar dit kun je in verschillende schaalgroottes toepassen. Het zijn allemaal manieren om verantwoordelijkheid aan gemeenteleden te geven, ze vertrouwen te geven en ze ook aan te spreken. Zodat ze in hun geloof in een actieve stand zijn: wat ga je zelf doen?”

 

Repertoire

Voor Blok is dus niet de voorganger de ‘religieus specialist’ maar is het precies andersom: dat zijn de gemeenteleden. “De dominee staat in het traditionele model grotendeels buiten het dagelijks leven in de wereld. Dat is echt een probleem. De gemeenteleden zijn echt wel ingewijd in het evangelie, hoor. De dominee heeft hen juist nodig.”

Blok: “Ik ging, toen ik nog dominee was, wel met gemeenteleden mee naar hun werk. Daar zag ik dat zij hartstikke serieus bezig zijn met het geloof. Ik merkte weleens dat sommige collega’s wat dat betreft heel negatief naar hun gemeenteleden keken. Daar schrok ik van.”

In de tijd dat hij afscheid aan het nemen was van zijn gemeente, hield hij een keer tijdens het gebed zijn ogen open. “Toen ik ze zag bidden, besefte ik dat er zo veel geloof was bij mijn gemeenteleden, dat ik het gerust los kon laten.”

Blok gelooft dus niet in de dominee als religieus specialist. Maar wat is dan de meerwaarde van een academisch opgeleide predikant?

“Mensen zijn in het dagelijks leven in dialoog met wat zij meemaken in hun werk. De dominee kan in die dialoog zijn plek innemen. Hij kan improviseren met, zoals ik het noem, de grondakkoorden van het koninkrijk van God. Als academisch opgeleide dominee heb je een enorm repertoire. De Bijbelverhalen kun je telkens opnieuw vertellen: wat jij meemaakt, was toen ook al aan de hand. Het verhaal wordt dan een stem in het heden.”

De stem van de dominee is vanouds ook een stem met gezag, van hogerhand. In hoeverre blijft dat overeind?

“Het is belangrijk dat een dominee wordt ingezegend. Dat betekent dat de gemeente iemands gezag ook erkent. Dat kan een bevrijding zijn van het idee dat je als ‘religieus specialist’ aan de slag moet. Je bent gezonden. Het is niet de bedoeling dat je iedereen te vriend houdt. Je kunt mensen richting geven en helpen op hun zoektocht naar een zinvol leven. Er is zo veel richtingloosheid. Waar is dan die stem die je kunt vertrouwen? Daar is enorme behoefte aan in deze wereld: die herdersrol, die profetische stem.”


Cowboys

Het woord ‘ambt’ heeft een wat stoffig imago. Maar het ambt kan ons juist helpen, meent Blok. “Het is de wetenschap dat God achter je staat. Dat is een bron die nooit dicht gaat. Het is het innerlijk vuur dat je krijgt. Dat is je roeping.”

Blok hecht daarom ook sterk aan het moment van inzegening. “Voor mij zit daar veel emotie achter, dat voel ik ook nu we erover praten. We waren op een gegeven moment een paar jaar bezig in de buurtkerk, toen ik sterk de behoefte voelde om toch ingezegend te worden in bijzondere dienst van de Baptistengemeente waar ik mee verbonden ben. De handoplegging is ook heel concreet. Die handen geven aan dat de gemeenschap achter je staat. Het is dus niet jouw eigen onderneming.”

Bij pioniersplekken krijgen ambten vaak geen duidelijke vorm. “Er wordt vaak gesproken in termen van ‘project’ en leidinggevenden zijn ‘teamleider’ of iets dergelijks. Ik zou liever hebben dat men vaker aansloot bij het Nieuwe Testament. Zoals Paulus ook schrijft aan Timotheüs: denk terug aan het moment dat je ingezegend werd.”

In Engeland doen ze dat heel goed, vindt Blok. “Daar zijn er veel lekenpioniers actief in de Anglicaanse kerk. Dat zijn vaak mensen van de straat die gewoon doen wat ze geloven. Zij worden ingezegend, en de bisschop doet dat zelf. Zij voelen dus dat ze gezegend zijn. Pioniers staan vaak nog alleen, om allerlei redenen. Maar zo kun je ze omarmen als kerk.”

Er zijn veel praktijken uit het Nieuwe Testament, zoals inzegening en handoplegging die bruikbaar zijn, meent Blok. “Er is veel ruimte van de Geest om ons de wind in de zeilen te blazen. Pioniers zijn geen lonely cowboys. Als ze dat wel worden, zijn ze snel in gevaar.”

Inzegenen is niet een eenmalig iets. “Je zegt ermee: het is God die achter je staat, maar ook wij als gemeenschap. Dat betekent dat je iemand daarna niet in de steek laat. Dat kan heel eenvoudig zijn: je maakt een afspraak om elkaar jaarlijks te spreken. Je kunt in ieder geval niet iemand inzegenen en vervolgens zeggen: tot ziens. Maar als dat contact er eenmaal is tussen pioniers en bestaande kerken, en het loopt, zul je ook zien dat het energie geeft. Dan zit er leven in, dan zijn mensen elkaar daadwerkelijk tot een hand en een voet, dan is het lichaam in beweging. Dan mag je tevreden zijn, met alle mitsen en maren die er ook zijn.”

 

Geschenk

Deze serie ging tot nu toe over ‘de nieuwe dominee’. Maar wat voor gemeente is er nu nodig?

“Een gemeente die de kunst van het ontvangen kent. In de Bijbel gaat het om ontvangen, maar wij draaien dat vaak om en denken dat de kerk bestaat uit gevers. Maar de kerk was er al voordat wij er waren. Dat vraagt van kerkleden dat ze elke dag als een geschenk aan kunnen nemen, en dat ook de kinderen kunnen bijbrengen.”

We ontvangen veel van God, maar ook van de wereld. “Wij zijn niet de redder van de wereld. Dat is God. Wij zijn mede-ontvangers. De ander is ook beeld van God. Dan komt er ruimte voor de kerk om te ontvangen op de plaats waar je bent en dan krijg je oog voor hoe God daarin werkt. Het gaat dus om openstaan voor verrassingen.”

Blok: “Het moet ook een kerk zijn die praktijken heeft om ruimte te maken voor God. En om voorbeelden te zijn voor de nieuwe generatie. En wat kunnen we ontvangen van de nieuwe generatie?”

Die ontvangende kerk is ook voor de dominee goed nieuws, meent Blok. “De dominee is nu vaak alleen maar aan het geven. Maar een gemeente die de tijd neemt voor vriendschappen, die kiest voor bronnen van ontvangen, is ook voor de dominee een goed thuis. Het gaat dan bijvoorbeeld om het delen van hobby’s, zodat je samen kunt ontvangen in de gemeenschap. Daar is heel veel behoefte aan.”

Ook in een pionierssetting is er nog altijd behoefte aan een academisch opgeleide predikant, denkt Blok. “Maar het werkt alleen als de dominee zelf ook veel ruimte neemt en krijgt om zich te laten zien in de wereld. Want om de boodschap te kunnen brengen is er veel interactie nodig. Dat is een probleem, tenminste dat was het voor mij toen ik nog voorganger was. Mijn hele agenda zat vol met afspraken met kerkmensen. Ik wist niet hoe ik dat kon veranderen.”

Want je moet de straat op, zegt Blok. “Raps luisteren, een cd van Anouk kopen. Daar moet je van houden – tenminste, als je dat niet kunt, als je daar geen hart voor hebt, kun je die hoge functie van gids niet hebben. Dat is heel existentieel. Een academisch theoloog moet echt wel zichzelf ontledigen en kunnen zien wat er voor schoonheid is in ellende. Dat heeft veel vertrouwen nodig en tijd. Eerlijk gezegd was dat voor mij de reden om afscheid te nemen van mijn gemeente. Mijn sociale agenda zat vol en ik wist niet hoe ik dat kon veranderen.”

 

Disharmonie

Dat vraagt van gemeenteleden ook het besef dat zij hun dominee moeten delen met de wereld. ‘Een gemeente moet ook weten dat de dominee, als hij met iemand aan het koffiedrinken is, in het koninkrijk bezig is. Want dat is wat een theoloog in huis heeft: die kennis van de grondakkoorden van het koninkrijk. Hij brengt die in, in de akkoorden van de straat. Waar zit dan de harmonie en de disharmonie? De taak van de theoloog is ook om die disharmonie te laten horen. Abraham Kuyper had Pietje Baltus, een gewone vrouw, om zijn theologische ideeën aan te toetsen. Hij had haar nodig. Dat is nog steeds actueel voor hedendaagse theologen: kun je de stem van God horen aan de rand van de samenleving? Dat vraagt een houding van ontvangen, en dan heeft hij of zij veel te bieden. Juist de academische theoloog. Als wij het leven hier ondraaglijk maken, dan moet er een dissonant komen, een verhaal uit Genesis of uit de profeten. En dan is er conversatie nodig – geen discussie – en iemand die gezag heeft. Mensen voelen dat moment van gezag ook. Dat is heel mooi, want een bekering, om dat woord te gebruiken, is gericht op de weg naar het leven. Ik denk dat dat een heel mooie rol is.”

Maar het is geen gemakkelijke rol. “Als je het zelf niet leeft, kun je ook weinig gezag verwerven. Dat is het mooie van deze tijd. Mensen zijn mondig. Maar er is ook grote behoefte aan de kerk. Het hart van de missie is een ontledigende spiritualiteit. Bij de kans om je uit te spreken, hoort ook altijd de behoefte aan de waarheid. En die schuurt. De mensen in mijn buurt zijn direct, ze hebben me geleerd om directer te zijn. Die profetische stem is nodig en die kan een theoloog ook bieden. Maar de toegankelijkheid van de Bijbel is best een groot probleem. Je moet als het ware een gids zijn die mensen leert te koken met al die recepten. Verhalen inbrengen in onze tijd. Storytelling is enorm populair, dus daar kun je mooi op meefietsen.”

 

Verhaalcultuur

In het vorige interview stelde Arjan Plaisier dat dominees in een leescultuur zich thuis voelen, terwijl de wereld van nu een beeldcultuur is. Blok: “Voor mij staan beeldcultuur en verhaalcultuur niet tegenover elkaar. Als je een verhaal vertelt dat iets duidelijk maakt, zien mensen ‘iets’ voor zich. Maar kunnen we nog schilderen met woorden? Een abstract verhaal over hoe we moeten bidden, dat raakt mensen niet. Het is dus en-en: verhalen roepen beelden op.”

Goed preken leer je niet van de ene op de andere dag, meent Blok. Dominees doen er goed aan om daarbij geduld te betrachten met zichzelf. “Je moet ook een beetje relaxed zijn als predikant. Eén foto of een voorwerp werkt eigenlijk als een metafoor. Dat kan heel veel samenvatten. Je moet dus niet overdrijven met beeld, maar beelden kunnen wel heel effectief zijn. Van die hele grote preek onthouden mensen hooguit één element, en met zo’n beeld of verhaal kun je ze daarbij helpen. Ze zien er min of meer hun eigen verhaal in terug, en mogelijk grijpen ze daar in een volgende situatie in hun leven op terug.”

Hij past eigenlijk moderne onderwijsinzichten toe, zegt Blok. “Concepten zijn tweederangs. Een verhaal kan iets doen wat het concept niet kan. Aanhakend bij Arjan Plaisier, denk ik dat het waardevol is om daar iets van Gods schepping in te zien. Een beeld gebruiken is niet alleen maar pragmatisch plaatjes gebruiken. Nee, een beeld maakt deel uit van Gods schepping. Maar taal is ook een drager. Je moet die taal blijven gebruiken. Zonde, kwaad, die vreemde begrippen van het christelijk geloof. Vertel het met een verhaal, dan weet die jongere later in een bepaalde situatie ook: dat is het. Dan gaat het lampje ‘zonde’ aan.”

De moderne cultuur reikt daarbij veel beelden aan. “Ik heb pas een foto van de voetballer Memphis Depay besproken. Als hij scoort, doet hij zijn vingers in de oren. Daarmee wil hij zeggen: wij zijn blind en doof voor God. We kunnen niet meer luisteren. En ook: ik blijf geloven. Ik doe mijn oren dicht voor wat jullie ervan vinden. Ik kies hiervoor.’

Blok: “Vaak word de wereld in een preek opgevoerd als illustratie van het verkeerde. Maar dat is slechte theologie. Of op z’n minst eenzijdige theologie. Pas zei zangeres Anouk bij De Wereld Draait Door: ‘Als je het niet meer weet, kun je het altijd nog hogerop zoeken.’ Ik bedoel: het is een mooie tijd voor theologen, als we tenminste onze oren en ogen openhouden.”

 

Nels Fahner

 

Oeds Blok

Naast zijn werk als vrijwilliger in de buurtkerk Soesterkwartier, is Oeds Blok actief als coördinator en coach gemeentestichting voor Urban Expression en de Unie van Baptistengemeenten. Verder coacht en traint hij leiders, onder wie veel predikanten en is hij docent gemeenteopbouw aan de Evangelisch Theologische Faculteit in Leuven. www.urbanexpression.nl

 

Voor een overzicht van de overige interviews: www.cw-opinie.nl onder 'eerder verschenen artikelen' vanaf oktober 2018.