'Moeten we er nu ook nog dat lastige Oude Testament bijhalen?'

Het Oude Testament wekt over het algemeen geen warme gevoelens, met alle teksten over geweld. Maar het eerste deel van de Bijbel kun je niet zomaar schrappen. ‘Jezus is niet los verkrijgbaar. Zonder het Oude Testament wordt Jezus een buikspreekpop die voor elke invulling vatbaar is’. Dat is een van de conclusies van een leeskring voor predikanten. Koos van Noppen schreef er een reportage over.

Welkom bij de leeskring van Areopagus (IZB) voor predikanten. Vijf maanden achtereen komen ze een middag bij elkaar om onder leiding van dr. Wim Dekker te spreken over ‘Als de goden zwijgen’, een dikke pil uit het oeuvre van de theoloog K.H. Miskotte.

We vallen middenin een lopend gesprek. Dekker heeft de twintig deelnemers vooraf gevraagd om beknopt te mailen wat ze vinden van de stelling dat we ons in de kerk het Oude Testament nooit echt hebben toegeëigend.

Miskotte oogst meer bijval dan tegenspraak, al waaieren de reacties breed uit. ‘Het Oude Testament blijft ons eigenlijk altijd vreemd, omdat we nu eenmaal geen Joden zijn’, mailde een predikant. Een ander: ‘Als wij ons het OT niet echt toe-eigenen, kunnen wij dan wel Jezus ons écht toe-eigenen, in de zin van: Hem als onze Heer en Heiland belijden?’ Een derde: ‘Wie Jezus los ziet van zijn historische en religieuze context, maakt van Hem een persoonlijke Superman, die stunt, en de weg naar God geopend heeft. Het NT dreigt de aarde te vergeten, door de hemelgerichtheid; de Hebreeuwse Bijbel laat ons zien dat de schepping ‘tov’ is. Termen als gerechtigheid en rentmeesterschap komen vooral in het Oude Testament aan de orde; ze dreigen vergeten te worden als alleen het Nieuwe Testament wordt gelezen.’

 

Bloedboek

Sommige mailers leggen er de vinger bij dat de kerkelijke traditie – bijv. het kerkelijk jaar - niet bepaald bijdraagt aan een (op)waardering van het Oude Testament. Het Apostolicum wijdt slechts één regeltje aan het OT, waar het gaat over de schepping. Is het een wonder dat het in de Alphacursus lijkt ‘alsof Jezus uit de lucht komt vallen’? Eén van de predikanten zegt dat bij zijn tekstkeuze voor de preek de verhouding ongeveer 20% Oude- 80% Nieuwe Testament is. ‘Hier moet ik maar eens verandering in brengen.’ Dan nog blijft het de vraag of het OT louter als een opstapje geldt voor het ‘echte werk’, namelijk de boodschap van het Nieuwe Testament. Klinkt het OT louter als ‘bewijsplaats’ voor de komst en het lijden van Christus? Of kan het ook voor zichzelf spreken?

‘Wat moeten we vandaag met het OT?’ vraagt Dekker. ‘Is onze seculiere context al niet pittig genoeg, moeten we dan nu ook nog aandacht vragen voor dat ‘bloedboek’ (Verhulst), met al die geweldsteksten? Of bezitten die ruige verhalen zulke epische kracht, dat ze ook mensen van vandaag nog weten te boeien? Raak je niet veel makkelijker met de seculiere mensen in gesprek over de ‘aardse verhalen’ van het OT, dan via ‘de wonderlijke gedeelten’ uit het NT?’

 

Hermetisch

Een emeritus-predikant in het gezelschap slaakt eerst een verzuchting over het hermetische proza van Miskotte. ‘Soms verlang ik naar de heldere taal van theologen als Kuitert en Graafland. Want wat er verder ook zij van de verheven gedachten van Miskotte, zijn presentatie is een ramp. Kan er geen ‘herziene’ Miskotte worden uitgegeven?’ De passages die gezamenlijk worden gelezen bevestigen die indruk. Duizelingwekkend lange zinnen; Miskotte strooide kwistig met komma’s en terzijdes. De tekst vergt opperste concentratie en zelfs dan is het een kwestie van verstaat-gij-wat-gij-nu-al-drie-keer-herleest?

‘De boodschap wordt in de bijbel nergens als een moraal aan het verhaal gehecht…. Het verhaal houdt zijn epische geslotenheid en verheft zich zo op eigen kracht tot boodschap’. Dat laat zich tenminste begrijpen. ‘Vaak hebben de verhalen uit het Oude Testament zo’n sterk karakter’, aldus een predikant, ‘dat ik merk dat een verwijzing naar het nieuwtestamentisch getuigenis in de preek eerder afbreuk is dan een waardevolle aanvulling. Al probeer ik wel de verbinding en de aansluiting tussen het OT en NT te zoeken.’

 

Geen nieuws

Met de boude stelling ‘Voor de goede verstaander bevat het NT nauwelijks nieuws’, kiest een van de deelnemers het kielzog van Miskotte. Wim Dekker roept een passage uit zijn boeken in herinnering waarin hij betoogt een introductie-cursus christelijk geloof te kunnen schrijven op basis van de eerste vier hoofdstukken van Genesis. Een van de predikanten formuleert het nog krasser: ‘Eigenlijk draait het om Gen. 1:2: God sprak: ‘Er zij licht’. De rest van Bijbel is uitwerking van die ene zin.’ Daarmee komt het gesprek pas goed uit de startblokken. ‘Eigenlijk is het NT het Oude Testament nog een keer, maar dan zó dat Jezus Christus ter sprake gebracht kan worden. ‘God Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is ook Degene die in onze harten geschenen heeft tot verlichting met de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus (2 Kor 4). De God van de schepping is Dezelfde als de God die ons in Jezus Christus opzoekt. Wat ooit gebeurde toen God sprak, gebeurt telkens opnieuw, en moet ook gebeuren, willen we niet terugvallen in de chaos, of in een eindeloos religieus en spiritueel pluralisme. De hele geschiedenis door neemt Hij steeds opnieuw het Woord. Dat is niet opgehouden bij de totstandkoming van de canon. De openbaring is niet opgesloten in een boek.’

 

Terugfluiten

“Hij spreekt nog altijd voort”, om Barnard te citeren. Zo bezien staat een christen van vandaag dichter bij Abraham dan bij zijn buurman die niet gelooft. ‘Inderdaad. Voor ons is God net zo dichtbij is, als voor Paulus of voor Abraham. Hij kan elk moment weer het Woord nemen. Al prekend hoop ik dat Hij van zicht laat horen.’ Kun je, als je zo begint, op een gegeven moment niet beide testamenten achter je laten? ‘Allerminst. Sterker: ik heb de Schrift hard nodig.’

Maar als je uitgaat van de almaar doorgaande openbaring, houd je dan nog een objectief criterium voor het spreken van God? vraagt een predikant. ‘Jawel, de Schrift, maar dan veel dynamischer dan de wijze waarop die vroeger werd gehanteerd. Overigens geeft de Bijbel daar zelf al ruimte voor. Binnen de teksten vindt er al herinterpretatie plaats.’ Of, oppert één van de predikanten, is het criterium: ‘Geeft het licht? Ten slotte begon God daarmee…’

Anderen blijven liever dichter bij de canon. ‘Om je tijdig terug te laten fluiten. Want voor je het weet ben je in syncretisme beland, met een andere Christus dan die van kruis en opstanding.’

 

Heil

Maar stel nu dat, zoals Miskotte betoogt, het Oude Testament de eigenlijke Bijbel is, en dus voor zichzelf kan spreken, hoe definiëren we dan ‘heil’? vraagt Dekker. ‘Dat, nu alle goden zwijgen, God van zich laat horen’, probeert een predikant. ‘Een boodschap van ‘de andere kant’. Wat geen oor heeft gehoord, geen oog heeft gezien…’

Een ander: ‘Heil is dat je in het universum niet alleen bent, dat je niet aan jezelf bent overgeleverd. Dat er Iemand voorbij is gekomen, die je naam roept en je op je benen zet.’ Een derde: ‘Heil is het bevrijdende verhaal dat je er mag zijn, als mens, als vrouw, als zwarte, als slaaf. In één woord: de humaniteit.’

Het loopt al tegen het eind van de middag, als een van de predikanten een pleidooi voert voor het eigen geluid van het Nieuwe Testament. ‘Dat is toch meer dan zomaar een verklarend woordenlijstje bij het Oude Testament. Het Woord is mens geworden. Dat betekent ook dat het reddende handelen van God werkelijkheid is geworden, zo zeker als Jezus naar de aarde is gekomen. In Hem zijn al die woorden uit het OT waargemaakt. Zijn leven heeft daarmee een werkelijkheidsfactor, een overtuigingsfactor ook. Dat komt in elke verkondiging opnieuw aan bod.’

Ze zijn nog niet uitgepraat met elkaar. En met Miskotte.

 

Koos van Noppen

 

De leeskring voor predikanten is één van de onderdelen van het cursusaanbod van Areopagus, centrum voor contextuele en missionaire verkondiging van de IZB. Op het programma van juni 2017 staat een retraite en een cursus over ‘actualiteit in de prediking’. Zie izb.n of mail met areopagus@izb.nl