Marokko: christenen welkom in strijd tegen radicalisme

Vergeleken met andere landen waarin de islam de overhand heeft, blijft het in Marokko relatief rustig. Het land doet veel aan tegengaan van radicale krachten. Op een onlangs gehouden internationaal en interreligieus colloqium bleek dat de zaak genuanceerder ligt dan ‘de agressieve islam tegen christenen en het Westen’. Er is ook christelijk radicalisme, en het Westen heeft forse steken laten vallen in haar buitenlandse politiek. Door Gerard van ’t Spijker.

 

‘Radicalisering in de verschillende religies’ was het thema van een internationaal academisch colloquium dat onlangs in Marokko werd gehouden. Zo’n twintig theologen en antropologen, moslims zowel als christenen, hielden inleidingen. Niet alleen moslim terreurbewegingen, zoals de Boko Haram, werden belicht, maar ook christelijk radicale en militante bewegingen, zoals het Lord Resistance Army, het ‘weerstandsleger van de Heer’ dat opereert in de buurt van Noord Uganda, werden besproken. Wat zijn de bedreigingen in Noordelijk en Centraal Afrika van nu? Wat zijn de oorzaken, en hoe kunnen radicale bewegingen worden bestreden en mogelijk voorkomen? Dat waren de vragen die aan de orde kwamen.

Opmerkelijk is dat is om een dergelijk interreligieus symposium in Marokko mogelijk is. Zo’n 99% van de bevolking is daar islamitisch, en men wil dat graag ook zo houden. Nog opmerkelijker is dat, naast de Internationale Universiteit van Casablanca,  een belangrijk deel van de organisatie voor dit colloquium in handen was van het Oecumenisch Centrum voor Theologisch Onderzoek en Onderwijs, Al Mufaraqa, te Rabat. Dit oecumenisch instituut voor onderzoek en onderwijs is twee jaar geleden gesticht door protestanten en katholieken, en staat ten dienste van  de kerken in Marokko, om er voorgangers op te leiden die grondige kennis hebben van Afrikaanse en moslimcultuur waarin kerken een plaats moeten zien te vinden. Het instituut  onderhoudt nauwe banden met vooraanstaande theologische faculteiten in Frankrijk.

 

Klimaat van openheid

Het lijkt me dat het tekenend is voor een klimaat van openheid naar andere Afrikaanse landen dat Marokko ten toon spreidt. Het spreekt ook van openheid voor ideeën en godsdiensten die niet tot het gedachtengoed van de islam behoren.  Al eerder dit jaar werd in Marrakesh een belangrijke moslimconferentie van moslimgeleerden gehouden over religieuze minderheden. Ook was de Marokkaanse stad Marrakesh de plaats waar dit de  wereldtopconferentie over klimaatsverandering werd gehouden. Uit dit alles blijkt dat het koninkrijk Marokko zich internationaal wil ontwikkelen, zoals het zich ook ziet als brug tussen Afrika en Europa.

Voor het interreligieus symposium werd een hoogst prominente  plaats in Rabat ter beschikking gesteld: de grote congreszaal van de Nationale bibliotheek.

Het is niet mogelijk om de uiteenlopende bijdragen aan dit colloquium te schikken tot een overzichtelijk mozaïek. Toch kunnen enkele hoofdlijnen die zich aftekenden in kaart worden gebracht.

Allereerst werd duidelijk dat radicalisme niet beperkt is tot de islam of tot de tegenwoordige tijd. Religie heeft altijd een rol gespeeld bij politieke expansiedrang. Dat was al te zien bij moslimheersers in de 18e eeuw. Genoemd werd Sjeik Osman dan Fodio, die in het begin van de 19e eeuw actief was in wat nu het noorden van Nigeria en Kameroen is.

 

Christelijk radicalisme

Religie speelt echter ook een grote rol in het reeds genoemde  Lord Resistance Army in het Noorden van Uganda, en in de politieke en militaire machtsontplooiing van dominee Ntumi, die thans schrik aanjaagt in Congo-Brazzaville. En er zijn meer voorbeelden van christelijk politiek radicalisme.

Het meest centraal stonden vragen omtrent de huidige terreurgroepen als Boku Haram, die niet alleen in Noord Nigeria, maar in tal van landen in Noordelijk Afrika actief zijn. Waar komt de inspiratie vandaan, wie zijn vatbaar voor het gedachtengoed van deze radicale vorm van Islam, en hoe dient men te voorkomen dat vooral jongeren door het virus van deze radicaliteit worden aangestoken?

‘Voor het bestrijden van geradicaliseerd gedachtengoed binnen de Islam zijn we veertig jaar te laat’, zei Bakary Sambé, directeur van het Timboektoe instituut voor vredesstudies in Dakar. Veertig jaar geleden werd bekend hoe de regio rondom de Sahel te kampen had met grote droogte. De meest arme bevolking leed daaronder. Kapitaalverschaffers in het Westen drongen in die tijd aan op herstructurering van de economie, waardoor de armste lagen van de bevolking nog meer te lijden kregen. Ondertussen werd vanuit Saudi-Arabië materiële hulp geboden aan de plaatselijke bevolking. Hulpgoederen werden geleverd, maar tegelijk ook werden moskeeën en scholen gebouwd waarin een conservatieve vorm van islam werd onderwezen. In deze veertig jaar is de bevolking klaar gemaakt voor de meest radicale vorm van islam, gevoed door imams die hebben gestudeerd in Saudi-Arabië.

 

Oliebelangen

Het Westen hield omwille van de oliebelangen in Saudi-Arabië de ogen gesloten voor deze negatieve invloed die het land op vele plaatsen uitoefende. Zo werd een voedingsbodem geschapen voor de radicale stromingen als Boko Haram.

Het zijn deze conservatieve stromingen die er geen oog voor hebben dat wat thans de sharia genoemd wordt, in feite de bewegelijkheid van de ethische regels in de Islam weer geeft. De sharia is de eeuwen door gezien als aanbevelingen voor een ethiek gedaan door de geestelijkheid, geleverd aan hen die de politieke macht hebben, lichtte Tareq Oubrou, theoloog, verbonden aan de grote moskee van Bordeaux, toe.  Eerst in de laatste tijd wordt in conservatieve moslimkringen deze sharia gezien als onveranderlijke wet volgens welke een staat dient te worden ingericht.

 

Deradicalisering

In 2003 werd Marokko opgeschrikt door zelfmoordaanslagen in Casablanca waardoor een dertigtal mensen om het leven kwamen. Als reactie daarop heeft de staat een groots programma opgezet om radicalisering tegen te gaan. Bekend is dat radicalisering het meest voorkomt bij werkeloze jeugd  in verwaarloosde stadsbuurten. Daarom werden ontwikkelingsprogramma’s opgezet, werden moskeeën geïnstrueerd om theologisch tegenwicht te bieden tegenover een geradicaliseerde conservatieve vorm van islam. Bij dit alles werd radio en tv ingeschakeld. Mohamed Sgir Janjar, antropoloog uit Casablanca, die dit alles naar voren bracht, vroeg zich af of dit alles voldoende is. De ideeën van een radicale islam à la Boko Haram verspreiden zich vooral via de moderne sociale media waarover men geen centrale regie kan voeren.  Daarom zal het meest effectieve middel zijn jongeren in scholen en moskeeën een godsdienstige vorming te bieden die deze jongeren kritisch maakt. Alleen zo kunnen jongeren zich wapenen tegenover eenzijdige propaganda gebaseerd op enkele gewelddadige Koranteksten, een propaganda die gevoed wordt door de salafistische stroming die door Saudi-Arabië geëxporteerd wordt.

Iemand die zich voor een nieuw programma voor godsdienstonderwijs sterk maakt, is mevrouw Aicha Haddou, directeur van het Centrum voor Onderzoek en Interreligieuze Dialoog in Rabat, met wie ik, voorafgaande aan het colloquium, een uitvoerig gesprek had. Dit centrum is gehuisvest in het gebouw van de vereniging van moslim-theologen, als je de Rabbita des Oulemas zo mag vertalen. Uit dit gesprek is me het meest bijgebleven dat volgens haar de beste manier om radicalisme te voorkomen is om een gedegen religieuze opvoeding te geven, waarbij ook niet alleen kennisoverdracht een rol speelt,  maar ook de ervaring van wat fundamenteel is in de godsdienst van islam. De jihadisten denken niet na, terwijl in de Koran staat dat je moet nadenken. En als je werkelijk een religieuze ervaring hebt gehad, en niet alleen een lesje uit je hoofd hebt geleerd, ga je iemand die andere opvattingen heeft dan jezelf niet afmaken. ‘De jihadisten praten veel over Mohammed en bijna niet over God’. Alleen een grondige religieuze vorming kan jongeren wapenen tegen de leugens van de propaganda van moslimterreurgroepen.

 

Opleidingen

Dit alles gaat niet van vandaag op morgen. Daartoe dient het programma voor de godsdienstige vorming op scholen te worden herzien, maar ook de opleidingen voor imams. Daaraan wordt trouwens ook gewerkt. Zo wordt momenteel gewerkt aan een vervolgopleiding voor imams aan de Universiteit van Ifrane. In deze opleiding wordt ook aandacht geschonken aan de interreligieuze dialoog. De betekenis van het christelijk geloof wordt daarin gedoceerd door christen docenten die het christelijk geloof van binnenuit kennen. Zo kunnen de imams die een rol gaan spelen in de belangrijkste moskeeën respect krijgen voor andersdenkenden. 

Uit de opzet van het colloquium, en uit de pogingen tot onderwijshervorming die worden ondernomen met het oog op het voorkomen van moslimradicalisme, blijkt dat in het Marokko van vandaag christenen als gesprekspartners serieus worden genomen.

 

Gerard van 't Spijker is theoloog en antropoloog