Laveren tussen Hooglied en #MeToo: een publiektheologische bijdrage

De onthullingen over seksueel misbruik in de kerk, de sport en jeugdinstellingen hebben nieuw besef gegeven van hoe kwetsbaar we zijn in de seksualiteit. Wat valt hier vanuit theologisch perspectief over te zeggen? Deze ingekorte dieslezing van de PThU doet een aanzet.

tekst Heleen Zorgdrager

De discussie rond macht en seksueel misbruik vraagt om een bredere analyse, ook een theologische. Ik onderscheid vier grote sociaal-culturele veranderingen en spanningsvelden die om een nieuwe theologische doordenking vragen: 1) liefde en seks in tijden van Tinder, 2) het vormgeven van liefde en intimiteit in nieuwe relatiemodellen, 3) de onverwerkte erfenis van de seksuele revolutie, en 4) nieuwe gevoeligheid voor de verbinding van macht en seksueel misbruik. Mijn denken beweegt zich tussen Hooglied en #MeToo: doordrongen van de aards-zinnelijke schoonheid van seks en erotiek, en tegelijk ontdaan door het afgrijselijke beeld ervan in misbruikende relaties.

De kerk heeft een ongelukkig trackrecord op het gebied van seksualiteit, en vrijzinnige en behoudende christenen zijn verdeeld. De Protestantse Kerk tobt met die verdeeldheid. Ik vind het meer dan spijtig dat de synode een theologisch gesprek uit de weg is gegaan. De synode moet juist oriëntatie bieden in de ingewikkelde vragen van seksualiteit en relatievorming. Doe je dat niet, dan springen anderen in het gat.

Ik beschouw deze bijdrage als een vorm van publieke theologie. Ze vertrekt vanuit de verwachting dat de Bijbelse en christelijke verhalen, symbolen en rituelen heilzaam licht kunnen werpen op kwesties in het publieke domein.

 

Voelhorens

Eerst een omschrijving van seksualiteit, die van de World Health Organization: “Seksualiteit is een centraal aspect van mens-zijn door het hele leven en omvat biologische sekse, gender-identiteiten en gender-rollen, seksuele oriëntatie, erotiek, plezier en genot, intimiteit en reproductie. Seksualiteit wordt ervaren en uitgedrukt in gedachten, fantasieën, verlangens, overtuigingen, attitudes, waarden, gedragingen, praktijken, rollen en relaties. (…) Seksualiteit wordt beïnvloed door het samenspel van biologische, psychologische, sociale, economische, politieke, culturele, ethische, juridische, historische, religieuze en spirituele factoren”.

Vanuit deze omschrijving steken we onze voelhorens uit in de cultuur. Onder meer door dating apps als Tinder is seks een op afroep beschikbaar artikel geworden. Psychotherapeute Esther Perel stelt dat de betekenis van seks en relatievormen fundamenteel is verschoven: “Vroeger trouwde je met 18 jaar en had je voor de eerste keer seks, als je nu een relatie begint, stop je met seks met anderen. Vroeger stapte je met 18 jaar in het huwelijk dat je identiteit bepaalde, nu ben je 28 jaar bij het begin van je relatie en word je door een ander erkend voor het identiteitsproject dat je succesvol hebt ontwikkeld.”

Mensen staan voor de uitdaging heel tegenstrijdige behoeften te integreren in een relatie: de behoefte aan veiligheid, bescherming, intimiteit enerzijds, en de behoefte om individualiteit, autonomie, vrijheid te behouden anderzijds. Seksualiteit moet daarbinnen expressie krijgen, en dat is een lastige opgave.

 

Polyamorie

Ik schets twee wegen die hedendaagse filosofen wijzen. Voor Simone van Saarloos zijn de vaste kaders van huwelijk en kerngezin verdwenen. “We zijn een soort freelancers in de liefde: vrij, maar ook voortdurend gestrest.” Haar oplossing is polyamorie: zorg ervoor dat je altijd verschillende opties hebt, waarbij je je overgave en toewijding spreidt.

Ad Verbrugge pleit voor een hernieuwde waardering van het geslachtelijk onderscheid tussen man en vrouw en gaat voor een heteronormatief relatiemodel, waarbinnen eros met overgave aan de ander haar rechtmatige plaats zou vinden.

In Nederland ging de seksuele revolutie van de jaren zestig samen met een rap proces van ontkerkelijking. Gezondheidswetenschapper Arjet Borger ziet hoe de associatie van seksuele vrijheid met verzet tegen religie nog steeds doorwerkt. Seksueel plezier voert de boventoon, veilig vrijen wordt teruggebracht tot gebruik van voorbehoedsmiddelen. Aspecten als intimiteit en relaties blijven onderbelicht, een ethisch kader ontbreekt. Maar je kunt seksuele gezondheid niet bevorderen zonder in gesprek te gaan over veiligheid, relaties en liefde. Is angst om betuttelend en bevoogdend over te komen een factor in het niet-spreken van de PKN over seksualiteit?

De #MeToo campagne en misbruikschandalen hebben de spotlight gezet op het verband tussen macht en seksuele grensoverschrijding. Wilde men eerder nog wel redeneren vanuit een romantisch discours, nu wordt het bezien vanuit het machtsdiscours: misbruik maken van een machtspositie. Maar er klinken ook tegenstemmen. Is het gevolg ervan niet een nieuwe preutsheid waarbij alle erotiek uit het openbare leven verbannen wordt? Kun je nog spontaan je arm om iemand heenslaan? Zitten mannen niet al bij voorbaat in de beklaagdenbank?

 

Modern concept

De algemene idee is dat het christendom aanjager was van een negatieve houding ten aanzien van seksualiteit. Toch is het maar ten dele waar. De poëzie van Hooglied is nooit verstomd.

Seksualiteit zelf is een modern concept, geconstrueerd door de medische wetenschap van de 19e eeuw. Eerder lag de aandacht bij seksuele handelingen, nu wordt seksualiteit een sleutelkenmerk van identiteit. Betrekkelijk laat gaat de kerk zich verhouden tot het identiteitsdiscours. De focus komt bij vragen als: Wat betekent seksualiteit voor de roeping van de mens als beeld van God?

De laatste decennia zijn er nieuwe impulsen gekomen voor theologisch nadenken over seksualiteit.

Elizabeth Stuart onderscheidt vier verschillende types binnen de (laat)moderne theologieën van seksualiteit. Ze noemt ze de via positiva, via negativa, via creativa en via transformativa. Kenmerkend voor de theologie van de positieve weg is dat seksualiteit wordt ingebed in het verhaal van verlossing. Seks mag genoten worden als een goede gave. Mensen dragen het beeld van God in de relationaliteit van man en vrouw. Het is de klassieke benadering van 20e-eeuwse theologie. Er is in deze benadering weinig tot geen ruimte voor theologische waardering van de single of celibataire persoon, of van alternatieve relatievormen.

De theologie van de negatieve weg gelooft niet dat God zijn heil verbindt aan een bepaald soort relatie of een bepaalde vorm van seks, maar laat God opgaan in het erotische. Het erotische manifesteert zich in alle relaties, en is zelf een verlossende kracht die patriarchale structuren doorbreekt. De grote waarde van deze benadering is de betekenis die alle vormen van belichaamde relaties toegedicht krijgen. Een zwakte is dat het moeilijk wordt het erotische nog onder kritiek te stellen.

De via creativa is die van queer theologie. Hoe kunnen verlangens bevrijd worden uit normatieve seksuele identiteiten? Elizabeth Stuart ziet de queer benadering geïnspireerd door het Evangelie. Christenen vinden hun identiteit in de doop (Gal 3:28) en niet in hun geslachtsorganen of een bepaald gebruik daarvan. Gender en seksuele identiteit hebben geen ultieme betekenis.

Tenslotte de theologie van de transformatieve weg. Het diepere probleem is, stelt Sarah Coakley, dat we niet weten hoe ons te verhouden tot onze seksuele en andere verlangens. Hoe kan een leven van evenwicht en matiging bijdragen aan menselijk welzijn? We hebben verlangen geïndividualiseerd en geseksualiseerd, terwijl erotisch verlangen in het vroege christendom zowel fysiek als spiritueel en sociaal gericht was. Transformatie van verlangen is nodig, geen uitwissing.

Ten diepste gaan de conflicten over de vraag of de vele vormen van seksuele genieting al dan niet door God gegeven en gewild zijn. Verdere theologisch-ethische bezinning is nodig op de relatie tussen seksueel genot en gerechtigheid.

 

Genot

Verlangen, gedrag en beleving blijken in grote mate beïnvloed door beeldvorming, zoals digitale porno, reclame, en technologische manipulatie. Slachtoffers van seksueel misbruik maken ons erop attent hoe daders in hun grooming een ideologische verbinding kunnen leggen tussen “het voelt goed - dus het is goed”. Maar genot brengt niet vanzelf gerechtigheid voort. Seksualiteit kan plaats zijn van groot genieten, maar ook van angst, verraad, uitbuiting. Macht en seksualiteit zijn niet zomaar te scheiden, in iedere seksualiteit zit een vorm en mate van agressie. Het is nodig duidelijk onderscheid te maken tussen “gezonde” en “schadelijke” agressie, en oog te hebben voor de machtsdynamiek in relaties.

De transformatieve weg die Coakley bepleit, spreekt mij bijzonder aan. Zij erkent de duistere kant van seksueel verlangen en seksuele omgang en zoekt naar diepere verworteling. Erotiek en religie delen een overtredend, ontgrenzend karakter. Ik verwacht daarom minder van morele regels, en meer van deugdethiek. Margaret Farley heeft zeven principes voorgesteld: breng geen schade toe, vrije instemming, wederkerigheid, gelijkwaardigheid, commitment, vruchtbaarheid naar anderen, en sociale gerechtigheid. Het zijn uitstekende principes maar ze schieten tekort. Ik zou ze laten flankeren door deugden. Coakley maakt zich sterk voor de deugd van zelfbeheersing, als de kunst om de veelheid van verlangens te ordenen en te kanaliseren.

Daarnaast zou ik - een heerlijk ouderwets woord - schroom naar voren willen schuiven. Schroom is iets anders dan schaamte. Iemand die de deugd van schroom ontwikkeld heeft, is moreel volwassen en is in staat grenzen te vinden, en niet te verkrampen of uit de bocht te vliegen. Zulke sensitiviteit is nodig om de kwestie op te pakken die #MeToo aan de orde stelt: hoe willen we ons laten raken en aanraken?

Sinds enkele jaren maak ik deel uit van een studiegroep die in opdracht van de Wereldraad van Kerken werkt aan een studiedocument over seksualiteit. De inzet van ons document is trinitarisch. Christenen vinden hun inspiratie in de drieëne God als de basis en bron voor alle menselijke relationaliteit en onderlinge afhankelijkheid.

 

Trinitarisch

Bij wijze van experiment volgt hier mijn trinitarische voorstel, ontvouwd in: God die geeft, God die deelt, God die heelt.

Het symbool voor geven is de sabbat. Seks is als de sabbat in de schepping. En zoals de sabbat er is voor de mensen, zo is seksualiteit er voor de mensen, voor ieder mens.

Bij God die deelt gaat het over Jezus als Gods menslievendheid in lijf en leden, ziel en zinnen, de horizon van onze menswording. Het beeld van Jezus’ lichaam mag symbool staan voor alle lichamen, hoe gewond en geschonden ook, die plaats hebben in de door God beloofde toekomst. En het beeld van Jezus die schrijft in het zand staat voor een stilte die praatziek moraliseren ontwricht. Het is geen stilte uit angst voor conflict en polarisatie maar een stilte waarin misschien verhalen van gewonde en geschonden lichamen kunnen worden gehoord.

Bij God die heelt kies ik het sacrament van het Avondmaal. Jezus laat zichzelf aanraken en proeven, het ultieme zintuiglijke gebaar van gastvrijheid. Ze belichaamt een alternatieve economie, niet van schaarste en de drang te bezitten, maar van genade en overvloed. Eucharistie als gedachtenismaal laat ruimte om de bitterheid, gebrokenheid en pijn van seksuele verhoudingen zichtbaar te maken en te benoemen. Moderne relaties kraken onder de verwachtingspatronen. De Maaltijd van breken en delen, waarin ieder eerst ontvangt voordat hij/zij geven kan, en eerst in feilen en falen wordt aanvaard, doorkruist de veeleisendheid en perfectiedrang die de moderne relatie belast.

 

Dit is een verkorte weergave van de dieslezing van prof. dr. Heleen Zorgdrager. De volledige versie is te downloaden op www.pthu.nl/actueel/nieuws/