‘Laten we het nieuwe Jeruzalem hier straks werkelijk neerdalen in een bult met plastic?’

tekst Ineke Evink, beeld Pixnio, Akil Mazunder

 

Geschapen zijn naar het beeld van God was lange tijd vooral een vrijbrief om uit de aarde te halen wat erin zit. Maar misbruik van de idee van imago Dei sluit goed gebruik niet uit. Eva van Urk doet onderzoek naar wat imago Dei betekent voor deze tijd,, waarin we worden overspoeld door slecht nieuws, zoals uitsterven van diersoorten en klimaatopwarming.

 

Steeds meer christenen realiseren zich dat zorg voor het milieu geen linkse hobby is. Wie zich zorgen maakt over de opwarming van de aarde is geen klimaatgekkie. Maar hoe komt het dat iets dat zo voor de hand lijkt te liggen - zorg voor de schepping, eerbied voor de Schepper - niet veel meer bij christenen is ingebakken?

Je zou zeggen dat christenen met het scheppingsverhaal in het achterhoofd pontificaal aan de kant van de milieubeweging staan. Hoe komt het dat dit niet zo is?
“Volgens mij is een deel van het antwoord dat men in de christelijke wereld wel eens bang is dat de schepping of natuur wordt aanbeden in plaats van de Schepper. Denk bijvoorbeeld aan de nogal misprijzende term ‘klimaatreligie’. Of de milieubeweging die ‘religieuze trekjes’ zou vertonen.  Ik vind dat we wel wat meer respect zouden mogen hebben voor eenieder die de barricaden opgaat, ook niet-gelovigen. We eren God ook door een goede en verantwoorde omgang met zijn schepping.
Wat daarbij ook meespeelt, is dat het ‘milieu’ wel wordt gezien als onderdeel van linkse politiek, in plaats van iets dat raakt aan het eigen leven en geloof. Die polarisatie vind ik jammer.”

Kun je uitleggen wat je promotiestudie inhoudt? Ik ben benieuwd naar de relatie tussen het imago Dei en de ecologie.
“In mijn promotieonderzoek ga ik na wat het vandaag de dag, in een tijd van klimaatverandering en ecologische crises, betekent dat we naar het beeld van God (imago Dei ) geschapen zijn. Hoe helpt die notie ons - of hindert die ons misschien juist - om onze ecologische verantwoordelijkheid op te nemen? Ik maak daarbij ook een vergelijking met seculiere mensbeelden en perspectieven.
Dat er een sterke link is tussen het imago Dei en ecologie zien we al in Genesis 1, waar de mens de opdracht krijgt om te heersen over de vogels, vissen, enzovoorts. De mens wordt daar in een relatie geplaats met andere schepselen. Dat is interessant, in een tijd van massale uitsterving van diersoorten. Het is natuurlijk zaak om niet je eigen ‘groene agenda’ in te lezen in de Bijbeltekst en de theologische traditie, maar wel een vruchtbaar verstaan daarvan te vinden voor de actualiteit.”

Met ‘de mens als beeld van God’ is altijd verkondigd dat de mens min of meer de baas is over de schepping. Voor veel mensen is dat beelddragerschap daarom problematisch geworden. Gooien zij het kind met het badwater weg?
“Als mensen hebben we ons ‘beeld Gods zijn’ inderdaad vaak misbruikt, in de zin dat we dachten - of denken - boven de schepping te staan, waarbij de aarde er is voor ons gewin. Dat is geen Bijbels beeld. Het ‘heersen’ in Genesis 1 drukt inderdaad iets van een hiërarchie uit. We hoeven dieren en mensen dan ook niet helemaal gelijk te schakelen, maar het is wel een heersen zonder egoïsme, met oog op het welzijn van de rest van de schepping.
Dat we geschapen zijn naar Gods beeld, kan ons ook helpen om onze speciale verantwoordelijkheden te ontdekken. Wat mogen wij van God weerspiegelen?”

Er zijn christenen die menen dat de nieuwe aarde die beloofd wordt alle inspanningen voor ecologie overbodig maakt. Hebben ze een punt?
“Zo’n houding vind ik nogal gemakzuchtig. Je denkt toch ook niet over je eigen lichaam: ach, straks krijg ik van God een nieuw en verheerlijkt lichaam, dus het is niet zo erg als ik nu allerlei beschadigingen oploop of mijn arm breek. Nee, je bent er als het goed is zuinig op, voelt je er dagelijks afhankelijk van en je weet dat het aan God behoort. Zo’n omgang met de aarde zou ik ook verlangen.
In positieve zin mogen we hoopvol uitzien naar de nieuwe aarde. Maar dat wel vanuit een actieve houding van rentmeesterschap. Laten we het nieuwe Jeruzalem hier straks werkelijk neerdalen in een bult met plastic?”

Bij veel andere christenen - die niet zo ver gaan -  is de houding vaak lauw. Heb je daar een verklaring voor?
“Geloven gaat vaak vooral over het eigen geestelijke leven met God, waarbij de aandacht voor Gods relatie met het niet-menselijke leven en de schepping als geheel wat buiten beeld is geraakt. Alsof de wereld puur het decor is waartegen ons leven met God zich voltrekt, en God niet ook vreugde vindt in bijvoorbeeld de dieren. In de Bijbel zien we al dat niet alles om ons mensen draait, hoewel we dat vaak denken. Helaas is de gedachte wel dat aandacht voor de schepping meer iets is voor vrijzinnige christenen, alsof het ‘ware evangelie’ ervoor ingeruild moet worden. Dat is een onjuiste en onnodige tegenstelling.”

Even concreet en om het scherp te stellen: met het vliegtuig op vakantie gaan, kan dat eigenlijk nog wel?
“Nou, in elk geval niet meer onbekommerd; zonder dat we ons bewust zijn van de grote vervuiling en CO₂-uitstoot die vliegen met zich meebrengt. Ik ben wel fan van de term ‘vliegschaamte’ zoals die in de media circuleert. Ik zou zeggen: maak eens in de zoveel tijd die gedroomde reis, maar denk ook na over de trein en mooie bestemmingen dichter bij huis. Gods schepping heeft het wel nodig dat we ons wat matigen. Ongebreideld de toerist en consument uithangen staat haaks op een duurzamere levensstijl.”

Het lijkt een onafwendbaar gevaar, de opwarming en de vergiftiging van de aarde. Heb je er begrip voor als dat mensen lam slaat?
“Ja, absoluut. Ik kan me zelf ook soms overweldigd voelen door de ernst van de problemen waar we voor staan. Tegelijk denk ik ook dat dat niet verkeerd is; laten we maar even goed schrikken. De Australische klimaatethicus Clive Hamilton stelt zelfs dat het heilzaam is om op zeker moment een ‘Oh shit, we are really in trouble’-moment te hebben.
Vervolgens moet je niet in zo’n sombere stemming blijven hangen, of die als excuus gebruiken om maar niets te doen. Milieu- en klimaatwetenschappers benadrukken nog steeds dat het niet te laat is om met elkaar de nodige veranderingen te bewerkstelligen en de opwarming te beperken.”

Is er een verband met je voormalige werk in de psychosociale hulpverlening, of is er iets wat je van daaruit meeneemt naar je huidige studie? 
“Ja, zeker. Ik heb bijvoorbeeld een grote belangstelling voor de rol van emoties en wat verschillende soorten ‘klimaatboodschappen’ met ons doen. Psychologisch onderzoek wijst uit dat wanneer mensen alleen maar doemscenario’s voorgeschoteld krijgen,, waarbij alle nadruk ligt op dreigende consequenties, ze zich inderdaad moedeloos beginnen te voelen, of zelfs onverschillig raken.
Het is nodig om in alle eerlijkheid de ernst van klimaatverandering te laten zien, maar daarbij ook in te zoomen op wat we in positieve zin, en dicht bij huis, kunnen bijdragen aan een leefbare toekomst. Dan komen we eerder in beweging, vanuit het gevoel dat wat we doen ertoe doet.”

Zit klimaatscepsis in het protestantisme ingebakken?  En waar komt dat dan door? Is dat een afkeer van utopisch denken?
“Ingebakken zou ik niet zeggen, maar er zijn wel aspecten in de geloofsleer die tot een zekere klimaatscepsis kunnen leiden. In de Heidelbergse Catechismus zien we dat ‘regen en droogte’ aan de soevereine God worden toegeschreven. En we geloven dat God de schepping leidt en voltooit. Dat we de aarde vervuilen accepteren de meesten nog wel, maar het klimaat ontregelen? Dat is maar een hooghartige en arrogante gedachte!
Hiertegenover zou ik, ook typisch protestants, willen stellen dat we ook de ernst en gevolgen van onze (ecologische) zonden serieus moeten nemen.”

In het katholicisme lijkt er een langere denktraditie te zijn over schepping en klimaat, onder meer door de franciscanen. In hoeverre is de katholieke houding ten aanzien van het klimaat fundamenteel anders? Waar komt dat dan door?
“Nou, in de tijd van Franciscus van Assisi bestonden er natuurlijk ook nog geen protestanten… In het algemeen is mijn indruk dat katholieken wat positiever denken over de natuur en wat we daarin van God kunnen ontdekken. Ze kunnen ook beter uit de voeten met de evolutietheorie en zien daarin Gods sturing. Hierdoor ervaren ze wellicht minder drempels om zich met het klimaat bezig te houden, ook juist vanuit hun geloof.
Een inspirerend voorbeeld is natuurlijk paus Franciscus, met zijn groene encycliek Laudato Si. In die rondzendbrief roept de paus op om zorg te dragen voor de aarde, en dat te verbinden met ons leven en geloof.”

Waar komt je belangstelling voor dit onderwerp vandaan?
“Die is gaandeweg gegroeid. Als kind hing ik al eens met een vriendinnetje bordjes op in een plantsoentje met ‘niet deze takken breken’. Ik vrees dat het effect daarvan averechts was. Maar mijn academische belangstelling voor geloof en duurzaamheid is wel meer iets van de laatste jaren.”

Zorgt je onderzoek ervoor dat je zelf anders gaat leven?
“Ja, ik vind het motiverend om meer te leren over de bijzondere waarde van de schepping, en Gods toekomst voor heel de schepping, niet alleen de mens. Zodoende probeer ik ook duurzame keuzes te maken. In elk geval past het me natuurlijk niet zo, met mijn onderzoeksthema, om vrolijk het vliegtuig te pakken voor interessante internationale conferenties hier en daar, hoewel ik daar budget voor heb. Daar zit nog wel een spanningsveld.”

Eva van Urk studeerde toegepaste psychologie, en daarna theologie aan de Universiteit Utrecht en Vrije Universiteit Amsterdam.
Zij doet een voltijds promotieonderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam (Faculteit Religie en Theologie) over het verband tussen geschapen zijn naar Gods beeld en het besef ecologisch verantwoordelijk te zijn.
@Eva_vanUrk