Katholieke en protestantse kerken: verenigt u

Andries Knevel houdt van de paus, een ooit diehard gereformeerde politieke partij als de ChristenUnie verwelkomt katholieken. Maar belangrijker nog is dat de Rooms-Katholieke Kerk beter aansluit bij wat gelovigen nu nodig hebben. Het is de hoogste tijd voor een zeer intensieve samenwerking, betoogt Coen Wessel.

In het EO-televisieprogramma ‘Op zoek naar God’ uit 2013 werden zes bekende jonge vrouwen gevolgd, die uitgedaagd werden om op zoek te gaan naar God. Het programma liet op een opvallende manier de spirituele stand van zaken in Nederland zien.  De vrouwen werden niet meegenomen naar een Opwekkingsbijeenkomst of naar een befaamde preektijger. De Evangelische Omroep koos voor een stilteretraite in een klooster. In deze Katholieke omgeving is blijkbaar de grootste kans dat jonge, hippe mensen God vinden.

Het is een teken van een bredere ontwikkeling in de Protestantse kerken. In het midden van de Protestantse kerk is er een belangstelling voor de katholieke spiritualiteit, die allang verder gaat dan kaarsen, leesroosters en kleuren. Ook aan de rechterflank is het jongere kader niet meer anti-katholiek. In de Christen-Unie is nadrukkelijk plaats voor katholieken. Jonge reformatorische theologen bestuderen intensief de kerkvaders. Andries Knevel houdt meer van Paus Franciscus dan Antoine Bodar.

In dit artikel wil ik duidelijk maken waarom de Protestantse kerk veel dichter naar de Katholieke kerk moet trekken en daar ook institutioneel mee verbonden moet raken. Om de noodzaak daarvan te beseffen wil ik het niet alleen hebben over de opbloeiende liefde voor de Katholieke kerk, maar ook over de zwakte van de Protestantse kerk. Ik denk dat de bestaansreden voor een zelfstandige Protestantse kerk verloren is gegaan. Want een kerk kan niet zomaar voortbestaan. Daar is een krachtig verhaal voor nodig dat de kerk verbindt met Christus en haar tegelijkertijd onderscheidt van andere kerken. Het onderscheidende verhaal van de Nederlandse kerk van de reformatie, die ik voor het gemak maar de Protestantse kerk noem, ging over haar calvinistische spiritualiteit en haar verbondenheid met de Nederlandse natie. Beide zijn afgebrokkeld of ingestort.

 

Calvinistische spiritualiteit

De Protestantse kerk werd de afgelopen 500 jaar gedragen en bezield door de typisch calvinistische spiritualiteit van bidden, bijbellezen aan tafel, zondagsheiliging, sterk zondebesef en de identificatie met het Oudtestamentische Israël. Deze spiritualiteit sluit niet meer aan op de huidige cultuur. Sinds de jaren zestig gaat het in onze cultuur om zintuigelijke ervaringen, om zelfexpressie en authenticiteit.  Het lichaam speelt een grote rol. Het gaat meer om het beeld dan om het woord. De botsing tussen de calvinistische spiritualiteit en de moderne ervaringscultuur  heeft niet alleen geleid tot kerkverlating, maar ook tot een afscheid van de calvinistische spiritualiteit binnen de kerken. 

Sindsdien wordt er heel hard gezocht naar een spiritualiteit die de calvinistische spiritualiteit kan vervangen. Sommigen zoeken het in evangelicale richting, waarin delen van de gereformeerde spiritualiteit aangevuld worden met ervarings- en expressie-elementen. Anderen in een stijlvolle liturgie. Meditatie, pelgrimage, kunst en expressie veroveren een plek . Het is een diverse en verbrokkelde zoektocht waarvan het nog niet duidelijk is wat er uitkomt.

 

Nationale identiteit

Al eerder verloor de Protestantse kerk haar speciale verbondenheid met de Nederlandse natie. In de 19e eeuw kregen alle kerkgenootschappen gelijke rechten. Maar aanvankelijk bleven de Protestanten hun speciale verbondenheid met de natie benadrukken. Zo bleef een zelfbeeld overeind waarin de calvinistische reformatie en de opstand tegen Spanje het begin vormden van kerk en natie. Na de Tweede Wereldoorlog kwam daar ook binnen de kerk een omslag in. Nationalisme werd verdacht. Een belangrijk onderdeel van de Nederlandse Protestantse identiteit viel daarmee weg. De bovenste lagen van de kerk richtten zich op de internationale oecumenische beweging. Maar dat gaf de kerk en de gelovige niet een identiteit die even sterk was als de nationaal-calvinistische. Net zoals ‘de wereldburger’ niet bestaat, bestaat de ‘Wereldraad van Kerken-christen’ niet. In de kerk zien we dezelfde dilemma’s als in de hele samenleving zien: nationalisme kent beperkingen en ontsporingen, maar wereldburger/wereldgelovige worden lukt ook niet.

 

Zelfverstaan

Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor ons zelfverstaan als kerk. Op de eeuwen van calvinisme is veel minder trots. In mijn jeugd golden de beeldenstormers nog als geloofshelden, in mijn studententijd als revolutionairen, maar tegenwoordig zien we hen als Taliban-achtige barbaren die eeuwenlang gegroeide hoogtepunten van devotie verwoestten. Op de hele Reformatie wordt met  gemengde gevoelens teruggeblikt. Ja, de kerk had een hervorming nodig, maar was een scheuring wel nodig? Speelde politieke omstandigheden daarbij niet een hoofdrol?

Maar als de Reformatie niet het trotse beginpunt van onze kerk is, dan komen ook de eeuwen de eeuwen daarvoor in beeld. Bonifatius, Willibrord en Franciscus kunnen herdacht worden. Kloosters en hun leefregels gaan tot de verbeelding spreken. Kerkvaders worden intensiever bestudeerd. Het levert een herwaardering van de kerk en van de continuïteit van de kerk op.

Voor predikanten levert dat ook een nieuw zelfverstaan op. Toen ik begon als predikant voelde ik dat ik dat deed als een eenzame mens voor Gods aangezicht. Dat gevoel is er nog steeds, maar ik ervaar mijn werk – en het gezag waardoor ik durf te spreken en te preken–ook vanuit de stroom van een lange en bezielde traditie. Bij een aantal collega’s merk ik dat zij het daarom belangrijk vinden ook zichtbaar in de lijn van zegeningen en wijdingen te staan die vanuit de vroegste kerk en dus vanuit de opgestane Christus zelf tot ons komen.

Kan een kerk verder die haar ontstaan als een bedrijfsongeval ziet, die spiritueel vooral zoekende is en die niet overtuigend tussen internationale en locale toewijding kan laveren? Ik denk het niet. Zo’n kerk biedt heeft te veel een toevallige en vooral organisatorische samenhang en biedt te weinig een identiteit aan haar leden. En moeten we de geestelijke krachten die ons terugdrijven naar een veel katholieker kerk- en geloofsverstaan blijven negeren. Kan dat eigenlijk wel? Ik denk het niet.

 

Katholiek?

Nu kan je dit allemaal constateren en je tegelijkertijd afvragen hoe zinvol het is om samen te werken met de Katholieke kerk. De Katholieke kerk staat er in Nederland misschien nog wel beroerder voor dan de Protestantse kerk. Toch is de Katholieke kerk beter toegerust is om kerk in deze tijd te zijn.

De Katholieke kerk heeft van oudsher een positieve verhouding tot het beeld en sluit daardoor goed aan bij de beeldcultuur. Ze is gericht op spirituele ervaring en mystiek. Kloosterlingen hebben een tot de moderne verbeelding sprekende radicale levenswijze. Spiritueel sluit de Katholieke kerk veel beter aan bij de ervaringsgerichte, zintuiggerichte en authenticiteit zoekende mens.

De Katholieke kerk is in staat zowel het nationale als het internationale perspectief te benadrukken. Ze is nationaal met een eigen nationale kerk, met diensten in de landstaal en plaatselijk aansprekende figuren, maar tegelijkertijd is ze internationaal. Ze is internationaal georganiseerd, heeft een zichtbare wereldleider, heeft internationale devotionele bijeenkomsten in Lourdes en op wereldjongerendagen, studiecentra in Rome en internationale congregaties. In een wereld waarin we uitgedaagd worden om ons zowel plaatselijk als wereldwijd thuis te voelen is dat een groot goed.

Ik denk dat er ook veel in de Katholieke kerk moet veranderen. Ook deze kerk heeft niet makkelijk aansluiting bij onze tijd. De geloofsvormen die we moeten vinden zijn waarschijnlijk veel radicaler dan wat de Katholieke kerk nu in huis heeft. Maar het uitgangspunt van de Katholieke kerk is veel beter.

 

Wat te doen?

Het lijkt me goed om al deze zaken eens hardop uit te spreken. De komende herdenking van de Reformatie is daartoe een goede aangelegenheid. Vervolgens is het zaak om ook institutionele stappen te zetten. Er kan een veel hechtere samenwerking ontstaan op het gebied van de opleiding van predikanten en priesters, op het gebied van catechese etc. Maar dat is niet genoeg. Ik denk dat er een echte institutionele verbinding moet komen tussen de Protestantse kerk en de Katholieke kerk, zodat de Protestantse kerk zich ook als onderdeel van de Katholieke kerk gaat verstaan. Welke kerkrechtelijke vorm dat moet krijgen weet ik niet precies, maar beschouw de Protestantse kerk voortaan maar als een kerk die ‘in staat van hereniging’ is. De kerk houdt haar eigen kerkorde en organisatie, maar beschouwt zich als onderdeel van de Katholieke kerk.

Dat vergt ook wat aan Katholieke zijde. Ze moeten er plezier in hebben nauw verbonden te zijn met een kerk waarin een aantal zaken anders gaan. Over de vrouw en de man in het ambt en het zegenen van het huwelijk van twee mannen of twee vrouwen moeten goede afspraken worden gemaakt. Dat kan nog wel eens makkelijker worden dan het lijkt. Beide kerken moeten omgaan met een diepe wereldwijde verdeeldheid op dit punt. Misschien moet de Katholieke kerk de Protestantse kerk maar leren zien als een pioniersplek waar geëxperimenteerd wordt met andere vormen van kerkzijn, waar je af en toe ook nog wat van opsteekt.

 

Coen Wessel is predikant te Hoofddorp