Hoog tijd voor vrouw in ambt in vrijgemaakte kerken

Het lijkt een never ending story: de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) gaan op hun synode die op 27 januari begint, opnieuw spreken over de heikele kwestie van vrouwen in het ambt. Hoe komt het dat die discussie pas de laatste jaren urgent is geworden? En waarom was en is het überhaupt een discussie in de kerk van alle tijden?

Vorig jaar verscheen het boek Zonen & dochters profeteren dat de nodige argumenten bevat voor een volmondig ja op de vraag of vrouwen tot de kerkelijke ambten toegelaten mogen worden. Een van de schrijvers is Maarten Verkerk. Het boek is bepaald niet zijn eerste publicatie over dit onderwerp. Hoogleraar christelijke wijsbegeerte Verkerk was jarenlang een roepende in de woestijn. Nu lijkt het er, als de voortekenen kloppen, dan toch van te komen.

De discussie lijkt helemaal langs de Protestantse Kerk heen te gaan. Maar of dat terecht is, is de vraag.

 

Hoe komt het dat vrouwen in het ambt zo’n heikel onderwerp is in de GKv en in andere orthodoxe kerken?

“Als ik het scherp formuleer is daar eigenlijk maar één antwoord op: het is een van de meest zichtbare effecten van de vloek uit Genesis 3. Door die vloek heersen mannen over vrouwen, en christelijke mannen doen dat ook. Er zijn nog steeds kerken waar die vloek als een zegen wordt gekarakteriseerd, als een herstel van de juiste verhoudingen. Maar je hoeft maar even te kijken naar alles wat er is geschreven door feministen om te zien wat vrouwen eigenlijk allemaal wordt aangedaan. Helaas is er na Herman Bavinck eigenlijk geen theoloog meer geweest die zo naar de vrouwenbeweging heeft gekeken. Wil je hierover goed kunnen discussiëren dan is het - ik zal het maar theologisch zeggen - nodig dat mannen zich bekeren. Vanuit cultuurfilosofisch perspectief kun je zeggen dat mannen in alle culturen van alle tijden vrouwen onderdrukken, en die culturen houden ook christenen in een vaste greep.

Ik merk dat in alle confessionele kerken nog steeds veel mensen denken dat je met het toelaten van vrouwen tot het ambt het gezag van de Bijbel aantast, omdat je de uitspraken van Paulus dan aan de kant schuift. Dat is zo in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, maar ook in de Christelijke Gereformeerde, en in gemeenten van de Gereformeerde Bond en dergelijke. Toen ik in 1996 mijn eerste artikel schreef waarin ik pleitte voor vrouwen in kerkelijke ambten, waren de meest gehoorde reacties: ‘ongereformeerd’ en ‘onschriftuurlijk’. Grote woorden die makkelijk werden gegeven, zonder degelijke onderbouwing. De recensies van dat boek dat ik samen met anderen schreef: Zonen & dochters profeteren, in de bladen De Waarheidsvriend en Nader Bekeken, stonden vol met soortgelijke reacties, ook zonder deugdelijke argumentatie.”

 

In de samenleving waren het meestal vrouwen zelf die streden voor verandering. In de GKv lijkt het vooral een actie van mannen en vrouwen samen.

“In meer orthodoxe kerken zijn het haast altijd mannen die het initiatief nemen. Dat doen ze dan samen met vrouwen. Daar zijn sociologische verklaringen voor. Er is vrouwen bijvoorbeeld altijd geleerd geen initiatief te nemen. In de vrijgemaakte kerken was er eigenlijk alleen mevrouw Bremmer-Lindeboom die dat deed, maar zij werd niet serieus genomen. Dat kwam omdat ze vrouw was, gestudeerd had en wel eens scherp uit de hoek kon komen. Daar houden mannen niet van. Ook vrouwen die theologie gestudeerd hebben, steken hun nek meestal niet uit. Soms komt dat omdat ze met een dominee zijn getrouwd en het hem niet moeilijk willen maken. Voor ons boek hebben we als redactie veel moeite moeten doen om vrouwen te vinden die het wel aandurfden. Maar ook voor mannen was het een thema waar ze zich niet aan waagden. Na de lezingen die ik vanaf de jaren ’90 gaf over dit onderwerp, hoorde ik vaak van predikanten: ‘Ik ben blij dat je dit zegt. Als ik het doe dan krijg ik geen beroepen meer’.”

 

Soms zijn zelfs vrouwen tegen de openstelling van de ambten voor vrouwen.

“Dat is zo, en dat vind ik heel jammer. Voor de oudere generatie vrouwen heeft het vaak te maken met hun identiteit. Zij zijn helemaal gericht op de man. Ik kom ook tegen dat ze denken vanuit oude paradigma’s: ‘de Bijbel zegt dat het zo is’. Jonge vrouwen vinden het vooral oninteressant, zij nemen afstand van de kerkelijke structuren. ‘Ze doen maar’, zeggen zij. Voor hen is het een gelopen race. Velen van hen – hoe jammer ook – zullen ons boek niet lezen. We hopen dat in ieder geval  mannen van tussen de 40 en de 70 jaar het wel lezen, zij nemen in deze kerken de beslissingen. Verandering heeft namelijk reflectie nodig.”

 

Tegenstand is er ook nog steeds, vaak van theologen. Belangrijkste tegenargument lijkt te zijn dat je een heel andere manier van hermeneutiek nodig hebt voor de zwijgteksten. Is er inderdaad een andere manier van Bijbellezen voor nodig?

“Ja en nee. Ja, omdat het een groot verschil maakt hoe je Genesis 3 leest, dat bepaalt in hoge mate hoe open je staat voor de invloed van de zondeval op je eigen denken.  Maar het antwoord is ook nee. Uiteindelijk heb je geen nieuwe hermeneutiek nodig. Je moet gewoon lezen wat er staat. Dan blijkt dat we te weinig weten van de precieze context van de  zwijgteksten Maar met wat we wel weten is er geen basis zijn voor het afwijzen van vrouwen in het ambt. De tegenstanders zijn daarnaast heel selectief met hun schriftbewijs. De thematische delen zoals Efeziërs 4 en I Corinthiërs 12 komen bij hen nooit aan bod, ze focussen heel eenzijdig op de zwijgteksten. Dat is op het fundamentalistische af. Er zijn natuurlijk wel hermeneutische vragen te stellen, bijvoorbeeld over de vrouw-onderdrukkende teksten in het Oude Testament.”

 

In de meeste protestantse kerken is deze discussie achterhaald. Of toch niet?

“Ik heb daar wel zorgen over. Zo hoor ik wel dat zo gauw er vrouwen in het ambt komen, er minder mannen ouderling worden. Dat is een sociologisch fenomeen: mannen gaan kerkelijke ambten dan als van lager orde beschouwen. Dat is natuurlijk heel treurig. Ook hoor ik wel van protestantse vrouwelijke ouderlingen dat ze niet altijd voor vol worden aangezien, zeker niet door mannelijke predikanten. Het is daarom van groot belang dat mannen reflecteren op hun positie in de kerk, en dat ze reflecteren op hun seksuele driften en hun neiging zich hiërarchisch op te stellen. Die reflectie is nu nauwelijks aanwezig. Dus al gaat de synode om, dan zijn we er nog niet.”

 

Op de komende synode is ook vrouw en ambt een onderwerp, misschien wel het belangrijkste.

“Het wordt hoe dan ook moeilijk voor de vrijgemaakte kerken. Er is nu al een tweede rapport dat ervoor pleit, vrouwen doen vrijwel alle taken al, ons boek speelt een rol, er is geen goede onderbouwing voor een afwijzing. En in geval van afwijzing of uitstel zijn er een aantal gemeentes die toch vrouwen gaan benoemen.”

Zou een positief besluit een nieuwe splitsing kunnen veroorzaken? “Dat denk ik niet. Mensen voor wie dit heel zwaar weegt, zijn al vertrokken. Ze worden hooguit gevolgd door individuen, niet door hele groepen. De karavaan zal gewoon verder trekken. Aan de andere kant zullen een aantal  voorstanders ook vertrekken als het niet doorgaat. ”

 

In de Bijbel zelf spelen vrouwen een belangrijke rol. Wanneer is dat veranderd?

“In de eerste eeuwen waren veel vrouwen actief in verschillende posities. De laatste jaren is daar veel onderzoek naar gedaan. Er zijn bijvoorbeeld nogal wat grafschriften gevonden met ‘oudste’, ‘apostel’, ‘opziener’ en ‘diaken’ en dan met vrouwennamen erachter. De kerkvaders waren ook vaak positief over vrouwen, zij evangeliseerden in de vrouwenverblijven waar geen mannen mochten komen, en bedienden daar ook doop en avondmaal. Maar toen de kerkelijke ambten publieke functies werden, verdwenen vrouwen uit leidinggevende posities.”

 

U maakt zich al heel lang druk om dit onderwerp, ook toen daar in de GKv nog nauwelijks belangstelling voor was. Waarom is dit onderwerp zo belangrijk voor u?

“Dat is begonnen toen mijn vrouw en ik trouwden en naar Enschede verhuisden. Zij was nog niet klaar met haar studie en hoorde in Enschede dat ze daar nu best mee kon stoppen, met een man die prima de kost verdiende. En zeker toen ons eerste kind op komst was. In Groningen hoorde ze juist dat het huwelijk een onderdrukkend instituut was, en kinderen krijgen dat nog erger maakte. Toen ging ik me verdiepen in feminisme. Ik werd er steeds meer door gegrepen en werd ook steeds bozer over het onrecht dat vrouwen wordt aangedaan. Onder christenen was er maar weinig belangstelling voor. Ik merkte dat exegeten zich niet verantwoordden voor hun keuzes voor een bepaalde uitleg van Bijbelteksten, zoals die over ‘gezag hebben over’. Dat kan zowel positief als negatief worden geduid maar die opties werden nooit beschreven.

 

Is uw argumentatie in de loop van de jaren veranderd?

“Nauwelijks, al is die wel verfijnd en heb ik veel bijgeleerd. Dat komt ook doordat ik vanuit de filosofische analyse ben begonnen, ik ben door het kwaad heen gegaan, ook in mijn eigen leven. En dan blijf ik me afvragen: ‘hoe kon dit juist in de kerken gebeuren?’”

 

Ineke Evink

 

Over Maarten Verkerk

Dr. Maarten Verkerk is bijzonder hoogleraar christelijke wijsbegeerte aan de Technische Universiteit Eindhoven en de Universiteit van Maastricht, bestuursvoorzitter van het Professor Lindeboom Instituut. Hij houdt zich vooral bezig met verandermanagement, organisatiekunde, bedrijfsethiek en innovatie. Hij schreef samen met Maaike Harmsen, Henk Folkers en Almatine Leene het boek Zonen & dochters profeteren (Uitg. Boekencentrum, 19,90 euro). Eerder schreef hij Sekse als antwoord