Geloof: van gebruiksartikel tot relatie?

Het lijkt alsof kerkverlaters minder hard oordelen over geloof en kerk dan vroeger. Het besef dat er ook iets verloren is gegaan, is ook vaker aanwezig. Geloof wordt zo steeds meer iets bruikbaars in plaats van iets dienstbaars. Maar wie weet waar dat toe leidt, meent Jan van Butselaar.

De kerkverlaters raken op. In de tweede helft van de vorige eeuw kon je ze nog overal tegenkomen: mensen die met meer of minder gram de kerk en daarmee vaak het geloof hadden opgegeven. De Maarten 't Harts en Jan Wolkersen waren overal te vinden. De literaire wereld in die dagen stond bol van hun afscheidsproducten, de een wat meer geslaagd dan de ander. In de pers stonden ze in het middelpunt van de belangstelling: die durfden tenminste te zeggen wat ze vonden over de kerk van hun jeugd, het geloof van hun ouders, de morele martelingen door dominees en ouderlingen, vooral door ouderlingen... Luid klonk overal: de secularisatie zet door. Nog net klonk er geen hiep-hiep-hoera, maar het scheelde niet veel. Zelfs spraakmakende theologen als Jo Verkuyl zagen ergens nog wel een lichtpuntje in de secularisatie.

 

Maar nu zijn ze zeldzaam geworden, die kerkverlaters. Er zijn nog wel mensen die buiten de kerk raken, maar in veel gevallen is het niet zo'n bewuste keus, niet zo'n keus tégen. In veel gevallen is het een wegglijden uit het centrum van de gemeenschap naar de rand en dan, op een gegeven moment, merk je dat je er buiten staat en dat je nog steeds leeft. Er is minder gram en frustratie te merken bij deze mensen. Eerder iets van verwondering: tja, hoe kwam het? Een voormalig jeugdouderling kon me nog steeds vertellen wat voor een leuke diensten hij indertijd had georganiseerd. Hedendaagse auteurs die buiten de kerk zijn geraakt, zoals Franca Treur, kunnen zelfs met onverholen liefde over vroeger vertellen.

 

Grenzeloze vrijheid

Het is niet langer de absolute bevrijding, maar de ontdekking dat 'het' er niet meer is. En  dat geeft een nieuwe opgave: als 'het' er niet meer is, wat dan? De belofte van de secularisatie (grenzeloze vrijheid) blijkt niet te worden waargemaakt; bovendien is grenzeloze vrijheid toch niet zo leuk als gedacht. Want wat zet je tegenover fanatisme, terrorisme, doodcultuur? Een ieder doe maar wat goed is in zijn ogen? Secularisatie is duidelijk op zijn retour. Heel voorzichtig vragen mensen naar wat religie ook al weer was. Zat er toch wat in?

 

De nieuwe zoektocht naar de betekenis van religie vertrekt echter van een ander punt dan we gewend zijn in kerk en geloof. De vraag is niet langer: hoe vind ik een genadig God, à la Luther. Neen, de benadering is van religie als fenomeen, een verschijnsel, een ding dat bestaat ondanks alle tegenkrachten van de afgelopen decennia. Als je het zo bekijkt, dan kan je natuurlijk gaan uitzoeken wat het doet, wat je aan religie en haar verschijningsvormen hebt. Geloof als gebruiksartikel, of, zoals een katholieke vriend het ooit eens uitdrukte, een hebbedingetje. Dan kan je ook gaan ontleden wat je wel en niet kunt gebruiken. Wel leuke 'rituelen', geen dogma's. Wel zelfbevestiging, geen zelfkritiek. Wel warme gevoelens, geen oordeel en schuld. De kerk, al lang niet meer een factor van maatschappelijk gewicht, een service-instituut waar je religieuze dingen kunt realiseren. Geloof als gebruiksartikel. En, als het niet meer werkt, als wegwerpartikel.

 

Voor geheide christenen staat deze manier van kijken en omgaan met geloof natuurlijk haaks op wat  Jezus voorstond. Voor Hem was religie leven coram Deo, voor het aangezicht van God. Voor Hem was geloof relatie, met God en je medemens. Het was (en is!) verzoening van schuld en vrede met jezelf en de ander, met de Ander.

 

Gebruiksartikel

Dus, mooi dat secularisatie niet langer klinkt als het ultieme evangelie, maar toch krijg je wat oprispingen bij de manier waarop religie lijkt terug te komen in het publieke debat. Daar lijkt immers het initiatief van geloof nog steeds bij de individuele mens te liggen en niet bij die eeuwigtrouwe God. Terwijl dat juist is waarom een mens kan blijven geloven, kan blijven liefhebben. Mooi werd dat uitgedrukt in een geschiedenis die Marja van der Veen ooit vertelde bij een jubileum van het Nederlands Bijbelgenootschap. Ze was in Afrika geweest en was onder de indruk gekomen van een vrouw die een bijbel op haar hoofd droeg. Nieuwsgierig vroeg Marja: waarom doe je dat? De vrouw antwoordde: er zijn veel boeken die ik moet lezen, maar dit boek leest mij...

 

Geloof als gebruiksartikel. Het geeft kriebels, het is onwennig. Toch is het maar beter te zien of er vanuit dit startpunt wellicht een stap naar waarachtig geloven kan worden gezet. Als je op deze manier toch in de omgeving van God komt, dan kan er iets gebeuren, dan kan je iets ontdekken. Dat op onverklaarbare manier je leven vervuld wordt bij die 'rituelen'. Dat een lied toch je hart raakt. Dat ergens iets resoneert, dat een snaar wordt geraakt die je ineens op toonhoogte brengt. Dat kan zomaar. God moves in a mysterious way, zong Cooper. Wie weet.

 

En er zijn vormen van christelijk geloof die bij deze nieuwe zoektocht aansluiten. Ik bedoel dan niet 'de vrijzinnigheid', die door de meest merkwaardige mensen, tot in de politiek toe, ineens verheerlijkt wordt. Neen, ik denk aan de oosterse orthodoxie. Vaak heb ik aan hun liturgie moeten deelnemen, van Russisch-orthodoxen tot Armeens-orthodoxen. Bij die laatsten heb ik zelfs in een processie moeten meelopen, om de kerk heen. Maar wat me het meest is bijgebleven, is hun eredienst, hun liturgie. Het gaat daar vrij toe, priesters en gelovigen lopen vrij heen en weer en een koortje houdt de zaak wel in de juiste sfeer. Kaarsen branden, er klinkt een bel. Het evangelie wordt rondgedragen. Lang heb ik me afgevraagd wat nu het beste de sfeer in die kerken kan beschrijven. Uiteindelijk vond ik het: het lijkt wel de huiskamer van God, die als een Vader maakt dat iedereen zich welkom voelt. De huiskamer van God, waar voor zoekers iets te beleven valt. Of Iemand te ontmoeten. Waar een gebruiksartikel bestaansgrond wordt.

 

Jan van Butselaar was algemeen secretaris van de Nederlandse Zendingsraad