Gastvrijheid is ook spiritualiteit

Iedereen is welkom in de kerk, de deur staat elke zondag open. Dat is als het goed is meer dan een trucje om mensen binnen te loodsen, het is een manier van kerkzijn die invloed heeft op alles wat er in de kerk gebeurt: zingen, spreken en bidden. En zelfs de manier waarop je collecteert, betoogt Stefan Paas in de aanloop naar de landelijke Kerkproeverij.

Het Evangelie naar Johannes begint met een aardig verhaaltje over een uitnodiging. Jezus is bezig met het uitkiezen van zijn leerlingen, degenen die hem de komende tijd zullen volgen. Een van die leerlingen is Filippus, uit Betsaïda. Er staat dat Jezus hem vond toen hij op weg was naar Galilea. Hij nodigde hem uit: ‘Volg mij.’ En dat deed Filippus. Maar dat niet alleen. Hij ging op zoek naar zijn goede vriend Natanaël, om die ook uit te nodigen.

Als het over ‘uitnodiging’ gaat, denk ik altijd aan dit verhaaltje over Filippus en Natanaël. Je kunt het allemaal heel moeilijk maken, maar dat is toch de kern: getuigenis. En een ‘getuigenis’ is wat anders dan een gelikt promopraatje, of voor één keer per jaar net doen alsof je heus een heel hippe kerk bent. Het is ook niet een antwoord hebben op alle vragen.

In het hart van de uitnodiging zit kwetsbaarheid, zeker in deze postchristelijke cultuur. Uitnodiging is altijd getuigen. Dat geldt volgens mij trouwens niet alleen bij de kerk, het geldt bij alles. Ook bij de muziekschool en de voetbalclub; het gaat uiteindelijk niet om de ledenlijst of om de begroting, het gaat om het verhaal dat verteld wordt, de bezieling die wordt overgedragen.

 

Zonder kromme tenen

Als ik hier weer met een Bijbelse observatie mag beginnen: het valt me op hoezeer de apostel Paulus verwacht, het vanzelfsprekend vindt, dat de gemeente gastvrij is.

Toen wij ruim tien jaar geleden begonnen met Via Nova in Amsterdam, wilden we een kerk waar je zonder kromme tenen je vrienden en collega’s mee naartoe kon nemen. We hebben de hele kerk, de liturgie, de cultuur in de gemeente, de organisatie, de manier van leidinggeven, de website en wat ook maar, doordacht en opgezet vanuit dit principe van gastvrijheid.

We wilden een uitnodigende kerk zijn. En ik heb gemerkt dat dit veel meer is dan een trucje, veel meer dan marketing. Gastvrijheid is als een zuurdesem; het doortrekt je hele manier van kerkzijn, het vormt je theologie en spiritualiteit, de taal die je spreekt, de liederen die je zingt, de manier waarop je collecteert en voorbede doet.

Een gastvrije kerk doet niet gastvrij, zo eens per jaar; een gastvrije kerk ís gastvrij. Het valt me op dat in vrijwel alle nieuwere kerken, zowel hier in Nederland als elders in Europa of in Amerika - en juist in de meer seculiere delen van de wereld - gastvrijheid de kernpraktijk is die alle andere praktijken van het gemeenteleven vormgeeft.

Misschien begint het wel in het hart van het gemeentezijn: de viering, de liturgie. De gastvrijheid van de liturgie begint daar waar die niet meer een eentweetje is tussen de professionele theoloog (dominee, priester) en de organist, maar echt een ‘werk van het volk’ wordt.

Vanaf het allereerste begin hebben wij de voorbereiding van de viering op zondag altijd met zoveel mogelijk mensen gedaan. We hebben mensen voor de muziek en de liederen, voor de verbeelding (dat wil zeggen: foto’s, filmfragmenten, kunst), voor de interactiemomenten, en ga zo maar door.

Mijn eigen rol als voorganger is eigenlijk beperkt tot het aandragen van een ruwe schets van m’n preek, een paar weken van tevoren. Ik heb gemerkt dat dit uit handen geven van je macht een enorme vreugde geeft.

 

Ruimte maken

Gastvrijheid begint misschien wel daar waar degenen die de macht in de gemeente hebben een stapje terug durven doen en ruimte maken voor de inbreng van anderen. Wij hebben bijvoorbeeld twee tot drie liturgische formats gemaakt - variërend op de ingrediënten van de klassieke liturgie en passend bij de tijd van het kerkelijk jaar.

Zo van buiten naar binnen denken - want dat is het eigenlijk als je gastvrijheid als DNA neemt - maakt natuurlijk ook dat je kijkt naar je website en je gebouw.

Websites van kerken zijn vaak of gortdroog en zeer informatiedicht, of ze staan vol foto’s van mensen met de ogen in aanbidding dicht, maar wat ze gemeen hebben: ze zijn gericht op kerkmensen, niet op mensen. Dus kijk nog eens naar je website samen met mensen die je als gast zou willen uitnodigen. Laat hen advies geven, eerlijk en direct.

Idem dito met het gebouw. Hoeveel kerkgebouwen zijn nu echt uitnodigend? Natuurlijk, je hebt prachtige oude gebouwen met veel glas in lood. Die verkopen zichzelf wel, zogezegd. Maar het gros van de kerkgebouwen is wanhopig specialistisch: stralen vooral uit dat dit voor mensen is die van de hoed en de rand (soms letterlijk) weten. Kantoorgebouwen voor Gods grondpersoneel.

Onduidelijk informatie, met afkortingen die alleen voor ingewijden te begrijpen zijn, parkeerplaatjes met bordjes ‘alleen voor de predikant’, of met ‘ophaaldienst’ (kun je daar chinees krijgen?). Kijk naar zo’n gebouw met de ogen van een buitenstaander: is het vooral een clubhuis of echt een gastvrij gebouw? Straalt het warmte uit?

 

Ongeïnteresseerd

Gastvrijheid is wat anders dan slimme manieren vinden om mensen te recruteren. In een cultuur als de onze is de meerderheid totaal niet geïnteresseerd in het bijwonen van een kerkdienst of lid worden van een kerk, en het maakt echt niet uit hoeveel marketing je erin investeert - dat blijft zo.

Gastvrijheid gaat veel dieper; het is echt een manier van zijn. Het is geen instrument om zo missionair effectiever te zijn; gastvrijheid is de missie.

Gastvrijheid kun je op zoveel manieren invullen. Het is meer een DNA dan een serie tips en tops. Het hangt er ook een beetje van af wat voor kerk je bent, hoe heilig je liturgie is, wat voor mensen je in huis hebt, uit welke traditie je komt.

In onze eigen kerk hebben we een liturgie die verzorgd is en gestructureerd, maar wel inclusief. Wij zijn kerk voor mensen, niet voor kerkmensen, zeggen we altijd.

Dus om protestants te beginnen: we preken alsof de hele stad meeluistert. Altijd, of er nu gasten zijn of niet. We doen het niet voor gasten; we doen het simpelweg omdat dit is wat we zijn. In taal van deze tijd, over alle teksten van de Bijbel, en vol in contact met de tijd.

We zeggen altijd: mensen hoeven heus niet alles te begrijpen, maar ze moeten wel het idee hebben dat ze gezien en gehoord zijn. We praten nooit over mensen alsof ze er niet bij zijn, dus ook niet over mensen uit andere kerken, ‘ongelovigen’, moslims, boeddhisten, PVV’ers, PvdA’ers, of wie dan ook.

 

Uitleggen

Het mooiste compliment dat ik kan krijgen als prediker is wanneer iemand uit de gemeente zegt: ‘Afgelopen woensdag hadden we een training op het werk, en toen heb ik wat dingen uit de preek van zondag genoemd. Dat sloot er geweldig op aan!’

En ga er maar van uit dat zo iemand de volgende keer een collega uitnodigt. Want met uitnodigen is het toch een beetje zo: zolang je mensen steeds moet vertellen dat ze toch vooral anderen moeten uitnodigen, dan ben je als kerk waarschijnlijk niet gastvrij genoeg. En dat doen we dus ook nooit.

We doen gewoon altijd alsof er gasten zijn, ook door bijvoorbeeld kort de onderdelen van de liturgie uit te leggen. Ook door telkens weer te zeggen: we gaan zingen, voel je vrij om mee te doen, maar prima als je liever kijkt en luistert. Door altijd te vertellen hoe lang de dienst gaat duren, want kerkmensen denken al veel te snel dat iedereen dat wel weet. En zo maar door: gastvrij zijn, niet doen. En als je dat doet, dan krijg je steeds meer samenkomsten waar mensen gaan denken, achteraf: Daar had m’n buurvrouw bij moeten zijn. En dan heb je bingo.

 

Broedplaats

Gastvrijheid gaat ook over ‘third places’: plekken om elkaar te ontmoeten, zonder dat ze meteen heel kerkelijk voelen. Bij ons en bij veel andere nieuwe kerken gebeurt dat haast vanzelf al, doordat je geen eigen gebouw hebt.

Wij zitten in een broedplaats, een voormalig pathologisch-anatomisch laboratorium, dat nu helemaal wordt gebruikt door filmmakers en een art-house bioscoop. Wij zitten beneden in de kelder, waar vroeger pathologisch-anatomische dingen gebeurden, waarover ik nu niet zal uitweiden, maar het punt is: in ons gebouw zijn wij zowel gast als gastheer.

Wij delen het met anderen die er wonen en werken en mooie dingen maken. Ik kan het iedere kerk aanbevelen, omdat het meteen al iets weghaalt van de rare spanning dat de kerk de gastheer is en de ander de ‘gast’, die ‘jouw’ gebouw mag binnenkomen.

Maar anders zijn er andere ‘third places’: een inloophuis misschien, een kroeg, een boekwinkel, een jeugdhonk, een bioscoop, huiskamerconcerten - ik heb allerlei voorbeelden gezien waar mensen elkaar spontaan kunnen ontmoeten en hun levens kunnen delen. Kerken kunnen daar veel meer mee doen, ook qua uitnodiging.

En mocht u denken: dat is allemaal ‘horizontaal gedoe’. Dat is het niet! Dat is voluit christelijk! Gastvrijheid is geen marketing, het is ook geen organisatiemodel, en het is ook niet ‘vrijzinnig’.

Tussen haakjes: onderzoek laat zien dat kerken die het meest verweven zijn met hun buurt het minste last hebben van allerlei spanningen tussen ‘evangelicaal’ en ‘vrijzinnig’. Hoe dieper het contact met Gods missie in de buurt, hoe meer zulke verschillen relatief blijken te zijn.

 

Relaties aangaan

Maar mijn punt is: gastvrijheid is ook spiritualiteit.

Als gastvrijheid je missie is, draait het niet allereerst om wat wij in bezit hebben dat we anderen kunnen aanbieden. Het draait erom dat we relaties aangaan en ons leven open maken, omdat we geloven dat daardoorheen God ons roept bij zijn zaak, ons verandert als mensen naar zijn beeld. Gastvrij kerkzijn heeft alles te maken met de Geest: met fijngevoeligheid ontwikkelen voor zijn aanwezigheid.

Als ik hier nog een Bijbelverhaal mag noemen: het verhaal van de verloren zoon. Wat me altijd zo enorm treft in dat verhaal is nog niet eens dat die jongen thuis mag komen en dat zijn vader hem omarmt - zie dat geweldige schilderij van Rembrandt.

Nee, wat me daarin raakt is de oudste zoon: als zijn broer thuiskomt, ontdekt hij voor het eerst hoe zijn relatie met zijn vader echt is. En dat blijkt niet zo best te zijn; hoe lang hij ook al bij zijn vader woont, en hoeveel tijd hij ook met hem doorbrengt, als de verloren zoon, zijn broer, thuiskomt, wordt hij ontmaskerd. En uit die ontmaskering volgt een nieuwe uitnodiging door zijn vader aan hem: ‘Zoon, je broer was dood en is levend; kom naar binnen en vier het feest.’

Gastvrijheid is hard nodig, omdat dit de belangrijkste manier is waarop God de gemeente vormt en uitdaagt en dicht bij hem brengt.

De kerk is een plek van gastvrijheid, een plek waar de aarde gastvrij is voor de hemel en waar de hemel een beetje open gaat voor de aarde.

Een plek waar mensen ruimte maken door lief te hebben, door zelf een stapje terug te doen zonder zelf te verdwijnen. Een plek, of een netwerk van plekken, waar echte ontmoeting kan gebeuren. ‘Kom en proef dat de Heer goed is.’

 

Prof. dr. Stefan Paas (Apeldoorn, 1969) is hoogleraar missiologie en interculturele theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en hoogleraar missiologie aan de Theologische Universiteit Kampen.

Deze tekst is een bewerkte lezing op een voorbereidingsdag voor Kerkproeverij 2018: op 15 of 16 september nodigen kerkgangers vrienden, kennissen, buren, collega’s uit om eens mee te gaan naar een dienst in hun vaste godshuis.

Vorig jaar was dit voor het eerst. Honderden kerken uit 22 kerkgenootschapen deden mee.