‘Er is een andere vorm van leiderschap nodig’

‘Ook bij praktische zaken is vaak geestelijke leiding nodig’

‘Het ambt van predikant is aan herziening toe’, hoor je regelmatig. Gaat het mis, en waar precies? Je bent nu eenmaal leider als predikant, zei Alex Boshuizen in CW 18. Maar leiderschap is een besmet begrip geworden. CW onderzoekt de valkuilen en mogelijkheden voor de toekomst in een serie interviews over ‘de nieuwe dominee’. Vandaag deel 2: Hanneke Ouwerkerk.

Hanneke Ouwerkerk (35), predikant in Schoonhoven, vertelt over de voetangels en klemmen maar ook over het mooie van leidinggeven in de kerk. En over de kerkenraad en hoe het anders kan met die vergaderingen.

“Eigenlijk gebruik ik het woord ‘leider’ nooit, ik noem mezelf liever voorganger, en dat ben ik natuurlijk ook als predikant. Maar ik merk wel dat ik toch leider ben, ik neem die leidende rol op me. Eigenlijk is het fascinerend dat ik dat woord leider zoveel mogelijk vermijd. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de leiders op het politieke toneel van nu. Ik heb het liever over dienstbaarheid.
Maar leiderschap hoort ook bij het ambt, dat wil zeggen, dienend leiderschap. Het ambt als dienst aan de Heer en de gemeente is een mooie bescherming tegen een verkeerd soort leiderschap.
Het predikantschap situeer ik midden in de gemeente, maar als dienaar van het Woord ben ik het toch die op de kansel klimt. Het leiderschap zit hem voor een groot deel in de verkondiging. Daar begin ik op maandag mee en dat gaat de hele week door mee tot aan de ochtenddienst op zondag. De preek ontstaat dus door de week, ook weer in het midden van de gemeente.
Overigens geeft niet alleen de predikant leiding, ook de ouderlingen en diakenen doen dat. In het pastoraat bijvoorbeeld wordt van hen verwacht dat ze bidden en Bijbellezen. Wij hebben nu een paar jongere ouderlingen die daar duidelijk minder moeite mee hebben. Het leiderschap houdt je wel vrij, dat heb ik scherper leren zien.
Over triviale dingen is soms onvrede in de gemeente. Ik merk dat onze gemeente wel die leidende rol vraagt, zeker ten aanzien van liturgie, de verkondiging en het kringwerk dat ik doe. De mensen luisteren en leren graag.
Ik heb de indruk dat er veel behoefte is aan duiding, aan waarheid en wijsheid, en aan iemand die een tijdje met je oploopt. In die zin ervaar ik dat het ambt veel gewicht heeft, mensen hopen en verwachten een waar en goed woord/Woord.”


Praktische zaken
“We hebben bij ons in Schoonhoven een grote kerkenraad, de gemeente is van oorsprong mede gereformeerd (er zit ook een hervormd-confessionele stroom in onze gemeente) en er is dus veel van onderop georganiseerd. Er is bijvoorbeeld een grote diaconie, en er is ook nooit gebrek aan mensen die diaken willen worden. De kerkenraad vergadert ook regelmatig zonder mij.
Dat leek eerst een goed idee, zij kunnen zich dan buigen over de praktische zaken. Maar praktische zaken kunnen zomaar belangrijke vragen met zich meebrengen. Heb je een of twee diensten op een zondag? En wat als er nog maar weinig mensen komen? Er is dus vaak meer aan de hand dan alleen een praktische beslissing.
Dan ben ik blij dat ik er toch bij ben. Ik moet dan helpen: waar gaat het hier eigenlijk over? Dat is geestelijk leiderschap. Maar als ik er niet ben tijdens zo’n vergadering, dan wordt het alleen een praktische kwestie. Daar wil ik dus graag alert op blijven.”


Jongeren
“Ik richt me in mijn gemeente vooral op de jongeren, zeg maar de mensen van onder de 45 jaar. Er is veel verwarring en onzekerheid bij hen, er wordt erg getrokken aan mijn generatie, het is druk, er zijn relatieproblemen.
Ik heb wel de indruk dat ik iets voor hen kan betekenen, ik kan richting en vorming geven, goede woorden zeggen. Ik probeer hen te helpen door hen onderscheid te leren zien, tussen mindfulness en bidden bijvoorbeeld. ik maak me er zorgen over dat voor veel mensen het leven een last is.
Als ik op een vrije zondagmorgen zelf naar een preek luister, denk ik wel eens: ‘Heb je enig idee in wat voor wereld ik leef?’


Prediker
“Op de kring voor dertigers en veertigers heb ik laatst Prediker besproken. ‘Dit is me uit het hart gegrepen’, zei een van de deelnemers, en toen durfden anderen dat ook te bekennen: het leven is soms onuitsprekelijk vermoeiend.
Iemand die vaak met me meedenkt over de thema’s was eerst bang dat het te zwaar zou zijn. Maar Prediker bleek juist een goede keus, als Prediker al niet meer kan in de kerk, houd dan maar op. We willen zo graag hoop en vreugde maar zo is het leven nu eenmaal niet altijd. Ik ben blij dat ik de ruimte krijg voor dat kringwerk. Er is zo veel behoefte aan! Het loopt hier storm…
Er wordt vaak met de Bijbel omgegaan alsof het een fossiel is dat je voorzichtig op moet pakken, alsof het een oud erfstuk is dat zomaar vergeelt of verbrokkelt, en er weinig meer overblijft dan de herinnering. Maar het Woord klinkt vandaag, het is de stem van de Heer die vandaag tot ons spreekt. Zo lees en hoor ik het Woord, en zo leg ik het ook open in de gemeente.
Je moet leren hoe je de Bijbel in het nu leest. O ja, en dan zonder al die boekjes waarmee je wordt doodgegooid. Daar heb je vaak niks aan. Het zegt mij in ieder geval niets, al die makkelijke en oppervlakkige kreten. We moeten gewoon weer zelf de Bijbel gaan lezen.


Wederkerigheid
Vergis je overigens niet, de vragen van dertigers en veertigers leven veel breder. De ouderen zijn immers ook vader en moeder, opa en oma. Dat is nu een van die situaties waarin ik leiding moet geven, ik maak duidelijke keuzes.
Ouderenpastoraat doe ik alleen als er een crisis is. Daar wordt wel eens over geklaagd en dat is heel begrijpelijk, het gaat ook bij ouderen om heel belangrijke vragen. En misschien gaat het nu ook wel te veel naar één kant. Maar ik moet kiezen.
Maar ondanks dat zoek ik zeker ook naar de eenheid en de verbondenheid als gemeenschap. Die is er ook wel, maar ik hoop dat er nog meer wederkerigheid en verbondenheid komt, dat oudere mensen hun wijsheid en opgedane genade delen met struikelende jongeren. En dat diepgelovige jonge mensen hun hoop delen met gedesillusioneerde ouderen.
In de verkondiging probeer ik daar iets zichtbaar van te maken, vanuit het Evangelie. Dan is dat onderscheid er niet, tussen jong en oud.”
“De gemeente moet zelf ook dingen gaan doen, onderling pastoraat bijvoorbeeld. Als iemand tegen mij zegt dat die-en-die al een tijd niet meer in de kerk is geweest, zeg ik dan ook: ‘Dat is jouw buurman, of jouw kennis’. Ga er naartoe!’


Andere vorm
De kerkenraadstructuur functioneert over het algemeen wel maar ik zou liever een andere vorm van leiderschap hebben. Daar wordt ook aan gewerkt.
We hebben bijvoorbeeld een omslag gemaakt in het pastoraat. Dat was hier helemaal geïnstitutionaliseerd, en er waren niet genoeg mensen meer voor te krijgen. Nu heeft iedereen een paar mensen naar wie hij of zij omkijkt, terwijl er minder ouderlingen zijn. Ik merk dat dat goed werkt: we delen waar we alert op moeten zijn.  Maar de kerkenraadsvergaderingen zouden er eigenlijk heel anders moeten uitzien, met meer ruimte voor een andere vorm van leiderschap. In plaats van vergaderingen een avond van bezinning, verootmoediging, gebed, en Bijbellezen. Het zou veel meer in het teken van bezinning moeten staan, bij leven bij het Woord.
In mijn vorige gemeente heb ik dat wel geprobeerd maar het is niet gelukt. Ik weet niet waaraan dat lag: het kwam misschien op het verkeerde moment.
Maar de structuur van de kerkenraad zoals die nu is, past de meeste mensen niet meer. Ik heb dat ook wel eens gezegd in de kerkenraad: ‘mijn generatie gaat dat echt niet meer doen op deze manier…’.”

 

Hanneke Ouwerkerk (35) is predikant van de protestantse gemeente De Hoeksteen te Schoonhoven en Willige Langerak.
Het kringwerk dat zij doet bestaat uit catechese voor kinderen vanaf 12 en vanaf 15 jaar, een verdiepingscursus voor 18 tot 35 jaar, en een kring voor dertigers en veertigers.

 

tekst Ineke Evink , beeld IZB