Duurzaamheid wordt steeds meer mainstream, maar het kan nog beter

Voor de beweging Groengelovig, onlangs bijeen in Ede, staat het als een paal boven water: als je christen bent, geef je om de schepping. Maar boeren, burgers en natuurbeschermers staan vaak tegenover elkaar, als het om duurzaamheid gaat. Dat moet anders.

Zo’n 130 mensen kwamen naar de Groengelovig-bijeenkomst op vrijdag 15 juni in het gebouw van de Christelijke Hogeschool Ede. Doel: de kloof tussen boeren, burgers en natuurbeschermers dichten, want die hebben elkaar nodig. En nu maar hopen op olievlekwerking.

In de hoge lichte aula was het glazen plafond al bedekt met witte zonneschermen, maar desondanks liep de temperatuur af en toe hoog op. Halverwege de dag kwamen er kannen water met citroen en munt langs. De deelnemers komen overal vandaan. Het zijn boswachters, boerenzonen en -dochters met zelf een ander beroep, mensen die actief zijn in de politiek en kerken.

Christenen in beweging voor de schepping, is het motto van Groengelovig. ‘Voedsel verbindt’ is het hoofdthema. Weet je wat er op je bord ligt? Wat koop je in de supermarkt, waar komt het vandaan? En ook belangrijk: hoe ga je verspilling tegen? Want verspild wordt er, door producenten, consumenten, restaurants en supermarkten.

 

Diepe kloof

Dagvoorzitter Elsbeth Gruteke introduceert Carla Dik-Faber, Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie en een van de drijvende krachten achter Groengelovig. De politiek is niet ver weg, en dat is geen wonder met zo veel wet- en regelgeving op voedsel- en duurzaamheidsgebied van zowel Europa als Nederland.

De grote uitdaging is zorgen voor verbinding tussen boer en burger, vertelt Dik-Faber. Want er is een diepe kloof ontstaan tussen beiden, waarbij de ger van alles van de boer verwacht, zoals goedkoop en veilig voedsel, maar tegelijkertijd wil dat de boer rekening houdt met broedende vogels en bloeiende bermen. De boer komt op zijn beurt de burger nauwelijks tegen, alles wat hij produceert bereikt de burger via de supermarkt.

Franciscaanse minderbroeder Rangel uit Stadsklooster San Damiano in ’s-Hertogenbosch verzorgt de opening van Groengelovig met onder meer - hoe kan het anders - een gebed van de heilige Franciscus. Hij was tot kort geleden kok in het klooster in Megen en kookte daar aan de hand van twee stelregels: niet meer nemen dan de aarde kan voortbrengen, en rekening houden met mensen elders op de wereld. Duurzaamheid gaat verder dan alleen zorgdragen voor het milieu, zegt Rangel. Duurzaam leven doe je door eerbied te hebben voor de hele schepping, voor iedereen en alles.

 

Natuur

Een middag is zo om en daarom gaat alles in hoog tempo. Er zijn drie speed-lectures, en daarna social hacketons waarbij 21 groepen van vijf of zes mensen in een twee uur een idee en de uitvoering daarvan moeten bedenken voor duurzaam leven.

De verbinding tussen natuur, boer en burger is af te lezen aan wie de speed-lectures verzorgen: directeur van Natuurmonumenten Mark van den Tweel, boer en ZLTO-er Hans Huijbers, en lector Ethiek en Technologie bij hogeschool Saxion Martine Vonk, die de rol van consument op zich neemt.

Van den Tweel is zich goed bewust van de nauwe band tussen boer en burger. “Natuur is in Nederland in feite gestold agrarisch verleden, het is erfgoedbeheer.” Echte oernatuur is er al lang niet meer in Nederland, maar er zijn wel gebieden voor wilde planten en dieren.

Natuur is ook wat burgers zelf kunnen doen in hun eigen tuin, en wat gemeentes kunnen doen aan beheer van de bermen. Op intensief beheerd grasland echter is geen plaats meer voor kruiden en vogels, die kunnen daar niet leven.

Van den Tweel wil weg blijven van de schuldvraag. Boeren zijn immers ook ondernemers die leveren wat de consument wil: goed en goedkoop voedsel voor een lage prijs. En dat krijgt hij. Want ons voedsel is nog nooit zo goedkoop en gevarieerd geweest. Slechts 11 procent van het gemiddelde inkomen gaat naar voedsel. We zijn samen verantwoordelijk voor een duurzame wereld: boer, consument, supermarkt en tussenhandel.

Wordt het allemaal niet wat elitair en duur, met dat biologische eten, vraagt Gruteke hem. Dat hoeft niet, antwoordt Van den Tweel. Je kunt ook weidemelk kopen, dat is maar een fractie duurder terwijl boeren die hun koeien buiten laten grazen meer geld voor hun melk krijgen.

 

Duizend dilemma's

Boer Hans Huijbers uit de Noord-Brabantse Kempen is dan ondernemer alleen, hij is ook verzorger. Het leven van een boer is complex geworden. “Wij staan voor duizend dilemma's.” Die Ecologische Hoofdstructuur (EHS), met al zijn beperkingen voor boeren, vindt Huijbers bijvoorbeeld een onding. Ook de banken spelen een kwalijke rol, ze jagen boeren op. “Als een boer alleen maar ondernemer is, neemt de economie het erf over.” Huijbers verlangt terug naar de brede economie van vroeger, naar contact tussen boer en burger.

Hoe kunnen burgers daarbij helpen, vraagt Gruteke. Neem de dilemma’s van de boer serieus, antwoordt Huijbers.

Vonk, die de consument vertegenwoordigt, is een wel heel bewuste consument. Twintig jaar geleden studeerde ze Milieukunde en jarenlang had ze haar eigen bedrijf op dat terrein. Maar de andere kant kent ze als boerendochter ook. De verbinding tussen boer en consument komt tot stand via voedsel, maar consumenten staan vaak ver af van de boer.

Maar er is hoop. Boeren staan steeds meer open voor duurzaamheid, en consumenten ook. De laatste cijfers laten zien dat bijna de helft van de consumenten op duurzaamheid let als ze iets kopen, en ook bereid zijn daarvoor te betalen. Vijf jaar geleden was dat nog maar 30 procent. Ongeveer evenveel mensen letten op dierenwelzijn.

Afhankelijk van de supermarkt bedraagt het aandeel duurzame producten 12 tot 22 procent. Meer plantaardige eiwitten, minder vlees, dat is de toekomst, zegt Vonk.

Mag ik straks geen biefstukje meer, vraagt Gruteke? Dat mag best, maar minder vaak, en biologisch. En moeten de kerken niet actiever worden? Dat is vanzelfsprekend, vindt Vonk. De schepping, dat is immers niet alleen de mens.

 

Paprikasoep

De social hackaton - een groep mensen die in een kort tijdsbestek een idee bedenken en uitwerken - is voor velen een nieuw concept, maar de deelnemers storten zich er met hart en ziel op. Er zijn 21 groepen van een man of vijf, zes en in een moordend tempo bedenken ze manieren om een leefbare wereld wat dichterbij te brengen.

Voedsel staat daarbij centraal: wat ligt er op je bord, voedsel van dichtbij, en voedselverspilling zijn de drie thema’s. Na twee uur peentjes zweten, presenteren de groepen hun ideeën, een jury beoordeelt de ideeën op basis van hoopvolheid en haalbaarheid. Een van de winnaars is een Climate Aware-label, dat bedacht is als vervanger van de talloze labels op verpakt voedsel in de winkel, die de meest doorgewinterde duurzaamheidsfreak nog in verwarring brengen.

Na afloop is er soep voor de deelnemers, gemaakt van paprika’s die de supermarkt niet hebben gehaald, oftewel ‘geredde groente’. De geur van de soep - geserveerd in bamboe bakjes maar wel weer met een plastic lepel - gaat met vlagen door de aula. Zo makkelijk en smakelijk kan duurzaam leven zijn.

 

Mantelpakje van petflessen

Dik-Faber is tevreden, zegt ze na afloop. Er is een beweging in gang gezet, duurzaamheid moet mainstream worden. “Wat vind je van mijn kleren?” Het satijnachtige mantelpakje in heldere kleuren ziet er chique uit. Het is gemaakt van petflessen die anders op de vuilnishoop waren verdwenen, vertelt ze.

Dik-Faber staat bekend om haar duurzame outfits op Prinsjesdag, gemaakt van bijzondere maar altijd duurzame materialen. En dat zal komende Prinsjesdag niet anders zijn, vertelt ze alvast.

 

Is duurzaam voedsel niet duur?

“Dat hoeft niet per se. Duurzaam eten is bijvoorbeeld ook groenten eten van het seizoen, in plaats van boontjes uit Marokko. In Nederland is voedsel ook nog eens relatief goedkoop. En als duurzaamheid mainstream wordt, wordt het ook beter betaalbaar.”

 

Boer Huijbers was niet erg te spreken over de EHS. Had hij een punt?

“Ik ben wel blij met de EHS, het is goed dat er robuuste natuurgebieden zijn en niet alleen maar wat versnipperde stukjes. Maar er wordt wel eens wat te veel van de tekentafel gekeken. Wat dat betreft is het goed dat de provincies daar nu de regie over hebben.”

 

Christenen staan niet altijd vooraan bij duurzaamheid, de voorganger van de ChristenUnie het GPV vond het aanvankelijk maar een linkse hobby.

“Ik ben opgegroeid in de jaren ’70 en toen was het Conciliair Proces in volle gang: Vrede, gerechtigheid en heelheid van de Schepping. Ik kende dat woord ‘conciliair’ niet, maar de boodschap was duidelijk en die is altijd blijven hangen. Eigenlijk is Goedgelovig een voortzetting van het Conciliair Proces."

 

Ineke Evink