Don Ceder: 'De opstanding is voor mij een symbool van hoop'

Hij stond op de zevende plek op de kandidatenlijst van de ChristenUnie: de Amsterdamse advocaat Don Ceder (27). Wat betekent hoop voor hem? Wat drijft hem om zich in te zetten voor de mensen die het in de samenleving niet redden?

De spreekkamer van Don Ceder is gevuld met een gezin dat zijn hulp als advocaat heeft ingeroepen. Ik mag even wachten in zijn werkkamer. Aan de wand hangen 19e-eeuwse schilderijen, zeegezichten, landschappen. “Mijn patroon is een kunstliefhebber”, zegt Ceder, als hij klaar is met zijn gesprek. Hij doelt op zijn collega, die hem, zoals gebruikelijk in de advocatuur, in de eerste drie jaren van zijn carrière bijstaat en een deur verder een praktijk heeft.

Bij de afgelopen verkiezingen stond Ceder, die al langer actief is als duo-Statenlid voor de Provinciale Staten van Noord Holland, op plek 7 van de kandidatenlijst van de Tweede Kamer. Uiteindelijk kreeg de partij 5 zetels. Ceder treurt er niet om, want hij blijft politiek actief voor de Provinciale Staten. En hij is druk met zijn praktijk.

 

Als de ChristenUnie in de regering komt, is er dan een kans dat we u alsnog in de Kamer zien?

“Er zijn nu onderhandelingen met GroenLinks. Maar in theorie is die mogelijkheid er, en schuift de lijst door als er Kamerleden in het kabinet zouden komen. Hoe dan ook: ik sta paraat, de komende jaren. Ik ben onbevangen de verkiezingen ingegaan, ook door de drukke baan die ik heb, en dat onbevangen gevoel heb ik eerlijk gezegd nog steeds. We hebben veel stemmenwinst gehaald en dat is hartstikke mooi. Het is heel bemoedigend en hartverwarmend dat meer dan achtduizend mensen op mij hebben gestemd. Mensen die mij kennen, maar dus ook anderen die hebben gedacht: dat vakje kruis ik aan. Dat is prachtig maar het heeft mij ook een soort besef gebracht dat ik blijkbaar een mandaat van mensen heb gekregen: Don, ga door met waar je mee bezig bent. Neem je verantwoordelijkheid. Ga aan de slag.”

 

Als jurist zet u zich in voor mensen die problemen hebben met incassobureaus of met telecomaanbieders. Wat komt er nog meer op uw bordje?

“Aanvankelijk hield ik me vooral bezig met mensen die te maken hebben met malafide partijen die onterecht bepaalde kosten doorberekenen. Dat kunnen incassobureaus zijn, maar ook bijvoorbeeld banken. Sinds ik mijn eigen praktijk ben gestart, ben ik wat breder actief, en het is zeker zo dat mijn hart sneller klopt als ik zie dat mensen te maken hebben met onrechtmatigheden die hun het leven zuur maken. Het kan gaan over huurrecht, waarbij een gezin met kinderen op straat wordt gezet. Of iemand die ziek is, en tussen de wal en het schip raakt omdat hij een hoge premie bij zijn zorgverzekeraar niet kan betalen. Het kan ook zijn dat iemand een renteovereenkomst heeft gesloten, en dat die persoon veel meer rente dan aflossing moet betalen. Het strijden tegen dat soort onrechtvaardige constructies heeft mijn passie.”

 

Waarom is het zo belangrijk dat er tegengas wordt gegeven tegen malafide incassobureaus?

“Er worden veel consumenten benadeeld zonder dat ze het weten. Grote bedrijven hebben een voorsprong op  het gebied van kennis. In één op de vijf brieven van incassobureaus zit wel een fout: in de kosten van de hoofdsom, in de termijnen. Het is belangrijk dat huishoudens daartegen beschermd worden.

Begrijp me goed: ik ben de eerste die zegt dat een schuld betaald moet worden. Maar incassobureaus berekenen nogal eens op slinkse wijze te veel kosten, en niet iedereen weet bijvoorbeeld dat er nooit meer dan 15% incassokosten mag worden berekend. Bovendien heb ik bezwaar tegen de manier waarop ze te werk gaan. Mensen krijgen angstaanjagende brieven. Het is belangrijk dat daar tegenwicht tegen komt, dat er een gelijk speelveld wordt gecreëerd. De afgelopen jaren is dit onderwerp gelukkig ook door de politiek opgepakt. Maar zolang mensen niet op een eerlijke manier worden behandeld, is er nog veel werk te verzetten.”

 

Wat motiveerde u na uw studie om juist de sociale advocatuur in te gaan? Je kunt ook gaan voor het grote geld, voor de Zuidas, voor fusies en overnames.

“Het heeft, denk ik, met mijn jeugd te maken. Ik groeide op tussen mensen die schulden hadden, ik zag dat er huisontruimingen waren. Er waren vriendjes op school, van wie de ouders het niet breed hadden, met alle gevolgen daarvan. Daar komt mijn rechtvaardigheidsgevoel, het opkomen voor anderen, vandaan. Het heeft ook te maken met mijn geloof en met de kerk, de Victory Outreach kerk, een evangelische gemeente waarbij ik betrokken ben. De kerk heeft ook een woongemeenschap opgezet voor mensen die lager aan wal zijn geraakt, bijvoorbeeld mensen met een verslavingsverleden of vrouwen die terug proberen te keren uit de prostitutie. Ik ben daar vrij jong mee geconfronteerd. Daardoor besefte ik dat er een groep mensen is van wie de stem niet altijd gehoord wordt.

Op mijn elfde ben ik voor het eerst naar deze kerk gegaan en toen ik een jaar of zestien was heb ik een bewuste keuze voor het geloof gemaakt, noem het een bekering of toewijding. In de kerk word ik omgeven door mensen die vaak een heel bijzondere achtergrond hebben. Zij komen vaak van heel ver. Door de hulp van anderen en door het geloof kunnen ze nu zelf veel betekenen. Ik zie dus in de kerk wat er gebeurt als je je talenten in dienst van elkaar durft te stellen, vooral in dienst van hen die het hardst het nodig hebben. Dat heeft veel indruk op me gemaakt.”

 

Mensen kunnen psychisch diep in de put raken door schulden. Op welke manier probeert u hen hoop te bieden als ze bij u aankloppen?

“Ik probeer mensen duidelijk te maken dat die schulden niet het grootste probleem zijn. Het probleem is vaak iemands gedrag. Ik kan wel helpen om het probleem met het incassobureau op te lossen, maar die gedragsverandering is belangrijker, want anders zit iemand binnen de kortste keren weer in dezelfde situatie. Daarom proberen we mensen op een bewustere manier met geld te laten omgaan. We geven gratis workshops. We helpen ze om de sociale kaart van de stad te leren kennen, zodat ze weten waar je moet aankloppen voor kennis. Het is natuurlijk niet altijd het gedrag van de mensen zelf dat hen in problemen brengt, dat kan ook door omstandigheden komen of doordat ze worden ontslagen. Hoe dan ook, we proberen erop aan te sturen dat ze in de toekomst zelfredzaam kunnen zijn.”

 

Ik kan me voorstellen dat mensen dankbaar zijn voor wat u voor hen doet.

“Inmiddels zijn hier meer advocaten mee bezig, maar toen mijn neef Calvin Ceder en ik het bureau Anti Incasso oprichtten, in 2012, waren dat er nog niet zo veel. Mensen met schulden horen vaak van alle kanten wat er niet mogelijk is. Dan is het verfrissend dat er mensen zijn die naar hen luisteren, en die zeggen: ja, het klopt, u wordt onrechtvaardig behandeld. Dat zorgt vaak voor opluchting. Zeker, het is dankbaar werk, wat ik doe.”

 

U vertelde zojuist al dat u actief bent in de kerk. Wat is de rol van het geloof bij dit alles?

“Dat zit bij mij in het continue besef dat mijn leven een tijdelijk iets is, en tegelijkertijd waardevol voor mezelf en voor anderen. Dat maakt dat ik heel goed probeer af te wegen wat ik doe en wat niet. Ik ervaar het als een geschenk om te leven. Dat zorgt bij mij ook voor een constante bezinning. Het gebed is voor mij de manier om daar vorm aan te geven. Ik ervaar daarbij de steun, wijsheid en kracht van de Heer. Ja, zeker, dat motiveert mij ook in mijn werk. ”

 

Wat betekent het Paasevangelie voor u?

“Nu moet ik natuurlijk een mooi antwoord verzinnen… (lacht). De opstanding is voor mij een symbool van hoop in de meest brede zin van het woord. De naam van de hoop is Christus. Pasen is een herinnering daaraan, dat er welke tegenslagen er ook zijn, altijd hoop is. Sinds de gebeurtenissen rond Pasen zijn er tweeduizend jaar verstreken, maar Hij is er bij, Hij leeft, en dat betekent dat elke situatie te overleven valt, omdat hij het graf heeft overwonnen.”

 

U wint misschien niet elke zaak en u kunt niet alle problemen van mensen oplossen. Hoe houdt u dan hoop?

“Ik heb in de afgelopen jaren geleerd om de problemen waarmee ik als advocaat geconfronteerd word, ook van tijd tot tijd van me af te zetten. Het is waar: er wordt in mijn spreekkamer nogal wat ellende van mensen besproken. Ik hecht eraan om vrije tijd te nemen en ik probeer op mezelf te letten. Dan houd je het beter behapbaar. Dat geeft ook de mogelijkheid om een frisse blik te hebben. Een stap terug zorgt voor een helicopterview, en het zorgt ervoor dat je als raadsman met een frisse blik naar een zaak kunt blijven kijken.”

 

Ik zag in uw werkkamer een briefje hangen met daarop de uitspraak: ‘Ik veronderstel dat als wij accepteren wat wij zijn, dit ons altijd zal belemmeren te zijn wat wij moeten zijn.’ Waarom is dit voor u een belangrijke uitspraak?

“Mijn patroon heeft dat een keer tegen mij gezegd. Ik vond het zo mooi dat ik het heb opgeschreven. Iemand die veronderstelt dat hij perfect is, kan niets meer aangeleerd worden. Dus juist het realiseren dat we er nog niet zijn, zorgt voor groei. Als christen wil je gelijkvormig zijn aan Christus, en dan is dit een nederige constatering. Ik vond het een mooie gedachte, en daarom heb ik hem opgehangen. Het herinnert me eraan dat je opstelling maakt dat je kan groeien, of belemmerd wordt om te groeien.”

 

KADER

Don Ceder

Don Ceder (1989), in de verkiezingen van 2017 nummer 7 op de lijst van de ChristenUnie, richtte samen met zijn neef Calvin Ceder het juristenbureau Anti Incasso op. Zijn inspanningen om mensen met schulden te helpen leverde hem in 2014 een nominatie voor Amsterdammer van het Jaar op. Ceder is naast zijn werk als advocaat woordvoerder van stichting Consument & Telecomsector (ConTel), die gedupeerden bijstaat aan wie onrechtmatige telefoonabonnementen zijn verstrekt en als gevolg daarvan in diepe schulden zijn beland. In zijn vrije tijd is Don onder meer actief als DJ, muzikant, theatermaker, dagpresentator en kinderwerker.

 

Nels Fahner