Deze editie

content image

Pinksteren komt niet zomaar uit de lucht vallen

Pinksteren komt niet zomaar uit de lucht vallen, de komst van de Geest van God is onderdeel van de doorgaande geschiedenis van God met de wereld. Pinksteren is daarom niet zozeer mijn privéfeestje met God, Hemelvaart en Pinksteren gaan over de komst van Gods Koninkrijk.

 

Eep Talstra

 

Als de Hemelvaartsdag dichterbij komt, komen ook de discussies weer langs. Kan een modern mens dat geloven, Jezus die opstijgt om terug te keren naar de hemel? Als het blauwe tentdoek dat sinds Genesis 1 over de aarde gespannen lag, er niet blijkt te zijn, waar is de hemel dan? Over hoeveel lichtjaren praten we?

Bij de voorbereiding van de preek op Hemelvaartsdag zocht ik weer eens een van mijn vroegere studieboeken op over ‘de theologie van het Nieuwe Testament’. Wat staat daar over Handelingen 1:1-11? Die teksten werden niet besproken, zo bleek.

En het thema ‘Hemelvaart’ dan? Het register van onderwerpen zweeg. Dat was de intellectuele vooruitgang uit mijn studietijd, herinnerde ik mij. Maar inmiddels mag de hemel toch weer, ‘religie’ is immers terug?

Vorige week woonde ik een uitvaartplechtigheid bij in Amsterdam, in De Pijp. Er klonken heel directe en ontroerende woorden over de overledene: ‘Het was zo zwaar, maar je mag nu uitrusten. Maak er daarboven iets moois van, meid!’ Dat hielp veel beter dan die ontbrekende stukken in mijn geleerde boeken.

Tussen die uitersten in ligt nog gewoon de bijbel, om met ons te zoeken naar een plek ergens tussen de moderne kennis en de eigentijdse religieuze ‘heimwee naar meer’ in.

 

Taal en cultuur

Wat viert de kerk dan volgens het oude boek eigenlijk met Hemelvaart? Moet je terug naar de Oudheid om het te kunnen meemaken? Voor de plaatjes die Lukas ervan tekent moet dat inderdaad. In Lucas 24:51 staat er nog een, maar weer een beetje anders. De bijbel is daar gemakkelijk in en spreekt de taal van de antieke cultuur. Dat geeft ons ook de ruimte om zelf ook de taal van onze eigen cultuur te gebruiken. Want alles wat Jezus’ hemelvaart te weeg bracht voor de rol van zijn leerlingen in Gods wereld, daar zijn we nog steeds mee bezig.

Wat vieren wij? Hemelvaart is het feest van Jezus’ ambtsaanvaarding. Het is de troonsbestijging van de opgestane Heer. Vanaf hoofdstuk 1 gaat het in het boek Handelingen over ‘het koninkrijk van God’. Jezus spreekt erover met zijn leerlingen (Handelingen 1:3), Filippus heeft het er over (8:12), Paulus ook (19:8) en het gaat door tot het laatste vers van het boek (28:31), waar wordt verteld dat Paulus in Rome het koninkrijk van God bekendmaakt en over Jezus Christus spreekt.

 

Koninkrijk

Voordat we Pinksteren vieren, moeten we het kennelijk eerst over het koninkrijk van God hebben. Handelingen 1:3 vertelt dat Jezus met zijn leerlingen over het Koninkrijk van God spreekt. Waar hadden ze het dan over? Over kracht, over overwinning? Dat om te beginnen.

God, de schepper van hemel en aarde, is koning over de hele aarde. Hij heeft zijn troon, de ark, in de tempel. Zo wordt hij bezongen in de Psalmen: 47, 93 en vele andere. Maar er bestaat niet alleen lofprijzing, liturgie. De profeten laten zien dat er ook een wereld is buiten de liturgie. Houdt de koning het daar vol met zijn volk?

Jesaja krijgt in een visioen in de tempel de schrik van zijn leven (6:5): ‘met eigen ogen heb ik de Koning gezien!’ Jesaja beseft hoe hypocriet wij mensen zijn. We doen wel heel godsdienstig, maar tegelijkertijd dienen we vooral onszelf.

De profeet Jeremia maakt de verwoesting mee van Jeruzalem en de tempel. De koning heeft geen troon meer! De troon, de ark zal niet weer opnieuw worden gemaakt, staat in Jeremia 3. Er is iets kapot.

Maar de koning laat zich niet wegsturen. Latere teksten uit het Jesajaboek (52:7) doen een aankondiging: ‘Wees blij, Sion, jouw God is Koning’ Hij keert terug.

Ook de volkeren doen mee (Jesaja 45). Het is geen privé-gebeuren tussen God en alleen zijn eigen volk. Gods koninkrijk is niet een religieuze droom, geen groepsideologie, het is de pijnlijke geschiedenis van Gods onverwoestbare aanwezigheid onder de mensen.

Zijn zulke dingen besproken tussen Jezus en zijn leerlingen in Handelingen 1? Dat blijkt wel uit het vervolg, waar Jezus in gesprek met de leerlingen opnieuw het religieuze verwachtingspatroon verandert. Hij zegt hen Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op ‘de belofte van de vader’, dat wil zeggen, het moment waarop ze gedoopt worden met de heilige Geest; in de uitbundige stijl van de profeet Joël, zoals hoofdstuk 2 zal laten zien.

Maar dit gaat voor de leerlingen een beetje te snel. De Geest moet even wachten. Ze zijn nog bij de woorden ‘koninkrijk van God’ en stellen de vraag: gaat het dan nu gebeuren? Herstel van het koningschap over Israël? Vrij van de Romeinen?

Maar Jezus zegt: Het koninkrijk is van God, die gaat daar over. Want hij weet hoe hij het moet volhouden, dat hebben we in de geschiedenis wel gezien. Jullie zijn niet van de planning, jullie rol is heel anders.

De Geest komt over jullie, die geeft jullie moed en maakt jullie tot mijn getuigen, van hier tot einden der aarde. Want dat is agenda van Handelingen.

 

De Geest

Jezus aanvaardt het koningschap niet voor een beperkte groep. Getuigen van de route van het koninkrijk komen overal ter wereld!

Maar het begint allemaal heel menselijk, een beetje ironisch zelfs: de leerlingen zijn wel gekozen door de Geest, maar ze stellen toch de klassieke verkeerde vraag! ‘Komt uw rijk eerst bij ons?’

Vertellen, getuigen zijn van het koninkrijk van God, dat is de opdracht die de leerlingen krijgen. Wat gaan ze dan vertellen? Dat het koninkrijk nu begonnen is en dat het de taak van de leerlingen is om te vertellen, getuige te zijn. Tot aan de uiterste grenzen, tot het moment dat hij weer terug komt, zoals hij is gegaan. Weer naar ons toe, uit de hemel naar de aarde.

Dat gegeven verandert de tijd maar vooral de ruimte. Wij weten het moment niet, maar wij weten wel de ruimte: overal op aarde. Het Koninkrijk van God is niet beperkt tot een groep, niet beperkt in tijd, niet beperkt in ruimte. De moed om daarvan te getuigen komt van de Geest die er is om te vertellen van Gods Koninkrijk, niet speciaal voor mijn persoonlijk welbevinden.

 

Route

Gods koningschap is zijn route met ons door de geschiedenis. Steeds gaan er weer dingen stuk, maar zijn koningschap gaat door, zo laat het feest van Jezus’ hemelvaart zien. Niet als macht die concurreren moet met de anderen, of als een macht als een soort garantie voor de mensen die in hem geloven.

Met Jezus hebben we een koning die het leven uit eigen ervaring kent. Alles wat onder mensen gebeurt, heeft hij meegemaakt, tot en met de dood. Hij is opgewekt als eerste van Gods nieuwe begin. Een regeerder die uit eigen ervaring weet hoe het toegaat in de wereld.

En daarom gaat het niet over zijn aanhangers, ‘de Joods-christelijke traditie’ zoals angstige mensen dat soms wel noemen, maar over de hele schepping. Jezus is niet van ons, het evangelie is niet van ons, de Geest is geen privé-bezit, is niet gegeven ter wille van de gelovigen zelf, maar ter wille van het uitdragen, het vertellen.

Dus voordat je als modern mens denkt: dat kan toch niet, van de aarde opstijgen naar de hemel, moet je eerst bedenken: de hemel is ook niet het echte punt. Hoe dat zit, daar horen we op de jongste dag nog wel meer van. Maar de tekst van Lucas is hier heel kort: Hij werd opgenomen.

En dus moet je niet te lang naar boven kijken. Met Jezus is het koninkrijk van God begonnen en dat is hier, tussen ons. Alleen, dan komt dezelfde vraag terug: maar kan dat dan wel?

 

Getuigen

Getuigen worden van Gods Koninkrijk. Wat betekent dat, wat moet je dan vertellen?

Dat Jezus regeert betekent dat wij anders in de wereld kunnen staan dan we wel dachten, vrijer, onbekommerder en ook koppiger. Mensen kunnen elkaar, de natuur en soms ook zichzelf vreselijk veel geweld aan doen. Wij hebben een Heer die dat heeft doorstaan, die eraan is doodgegaan en met zijn opstanding zichtbaar heeft gemaakt hoe zinloos menselijk geweld is. De schepper krijg je niet stuk.

Dat betekent dat de leerlingen van Jezus getuigen zijn van wat God heeft gedaan om het leven te redden. We hebben geen masterplan, geen ideologie, geen overwinningsstrategie, maar we hebben ruimte ontvangen (van hier tot de einden der aarde), moed (de heilige Geest) en tijd (hij komt terug, maar daar gaat alleen God over).

Dat Jezus regeert betekent: een ander dus niet. Niet de macht van het geld, niet de macht van het opkomend nationalisme. De moderne plaag, het allesbeheersende van mijn succes, mijn fouten, mijn excellentie of juist niet. Die bestaat nog steeds, maar je moet hem niet zo serieus nemen, fluistert de Geest ons in.

God zit niet op Facebook. Internet is soms een prettig instrument, maar het is niet God zelf. De sociale media onthouden alles: alwetend en alomtegenwoordig. Je kunt van iedereen wel een tekortkoming vinden en anders bedenkt iemand er wel een voor je. In de regelgeving op de privacy gaat het onder meer over het recht op vergetelheid - wij noemen dat al eeuwenlang vergeving. Dat is ook de Geest, zou ik denken.

Zwak

Jezus is Heer. Zijn Geest helpt ons te zien waar het in de schepping om draait. Altijd weer zijn er mensen die van het bijstaan van anderen hun werk maken; of tussen de bedrijven door anderen proberen recht te doen, bij te staan.

Wij zetten soms wel erg hoog in op ‘mijn persoonlijke relatie met God’. Is de Geest daarvoor gekomen? Het staat er niet bij in de tekst. Hij maakt ons tot getuigen, mensen die met verwondering ontdekken, dat leven gedragen wordt door aandacht geven, trouw zijn aan elkaar.

Idealistisch, zwak? Ja, maar zo regeert hij, en dat is toch heel anders dan Vladimir en Donald het doen. Liefde steekt altijd weer de kop op; je krijgt het soms stuk, maar het gaat niet weg, totdat Jezus terugkomt en zijn schepping voltooit.

 

Dr. Eep Talstra is emeritus hoogleraar Oude testament aan de Vrije Universiteit

 

Meer lezen? Een abonnement of 3 gratis proefnummers zijn zo geregeld. CW Opinie is zowel digitaal als op papier te lezen.