Deze editie

content image

Hoop is dat de tijd als een elastiekje wordt uitgerekt

Over christelijke hoop en de toekomst. Advent is de tijd van verwachting, van afwachten en de tijd nemen, van vertraging. Wij leven alleen in het nu, en met onze herinneringen. Maar hoop strekt zich uit naar de toekomst. Hoop maakt de tijd rekbaar. Het centrum van de tijd is de geboorte van Jezus.

tekst Hans Schaeffer, beeld Pexels

Het zou wel eens kunnen dat hij ook gewelddadig was, hadden ze gezegd. Maar er was altijd iemand bij de eerste keer, dus er kon eigenlijk niets gebeuren. Hij zat voor een geweldsdelict maar zou binnenkort vrijkomen. Toen ik naar de instelling voor forensische psychiatrie toereed kon ik enige spanning niet onderdrukken. Wie zou ik aantreffen? Hoe zou zo’n eerste gesprek gaan?

Het viel allemaal enorm mee. De kamer was een gewone kamer, het personeel was vriendelijk en hij zelf was erg toegankelijk. Hij was vaag-katholiek opgegroeid. Ooit had hij van een predikant een bijbelcursus gekregen. 

Nadat hij in mijn omgeving was overgeplaatst zocht hij contact met een predikant om over het geloof door te spreken. Ik dacht dat ik vooral veel moest vertellen. Maar - zoals zo vaak in goede pastorale relaties - ik mocht vooral luisteren. 

In de loop van de jaren is hij een vriend geworden. Hij leert mij zo veel. Zeker, hij moet behoorlijk wat medicijnen gebruiken om de stemmen wat te onderdrukken. Maar wat hij ziet en hoort is soms zo waardevol en bemoedigend. Ontmoetingen zijn nooit erg lang. Een uur is genoeg. Gesprekken gaan vaak ook over hetzelfde. Maar hij heeft altijd tijd. En hij is ook altijd optimistisch met een geweldig gevoel voor humor. 

Ik mag ontvangen, de dingen van ons beider leven ineens in een ander perspectief zien. Zulke ontmoetingen zijn een ruimte waarin ik tot rust en op krachten kom. 

Fictie
In zijn boek Becoming Friends with Time (2016) geeft John Swinton aan hoe belangrijk juist dergelijke ontmoetingen zijn voor ons. Het leven wordt vaak letterlijk geregeerd door een economisch-meetbare tijdsbeleving. Het structureert onze dag, tijd is een agenda die vertelt wat wij moeten doen. Tijd lijkt tastbaar en meetbaar maar dat blijkt zich uiteindelijk toch een fictie. 

In ontmoetingen met anderen en zeker ook met mensen van wie wij zeggen dat ze leven ‘met een beperking’ blijkt tijd echter iets heel anders te zijn. Tijd wordt een ruimte om in te verwijlen. Tijd is het stappen uit de dingen die gedaan moeten worden in de ruimte van het ontvangen. 

En toch is Jezus naar de wereld gekomen om de tijd te transformeren. Jezus roept ons tot vertraging, de tijd nemen, te leren hoe vreemd het is om te leven in Gods tijd. Hij roept ons om geduldig te zijn, liefdevol. Om de tijd te nemen voor wie onze samenleving dreigt achter te laten. 

Gods tijd betekent wonderlijk genoeg het verenigen van snelheid en traagheid. Zoals de apostel schrijft: “De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat” (2 Petrus 3:9). 

 

De tijd heeft een centrum
Het geduld van God kent een enorme versnelling en voortgang die gepaard kan gaan met het nemen van de tijd. Of, nog sterker, alleen dankzij de enorme drijfveer van het evangelie van Gods nieuwe toekomst die met kracht inbreekt in deze werkelijkheid, worden de mogelijkheden geschapen om daadwerkelijk gericht te zijn op de wereld en de mensen om ons heen. 

Want Gods nieuwe Koninkrijk betekent hoop. De tijd krijgt richting en zin en doel. Juist omdat dit leven niet het een en het al meer is, maar er hoop is op een toekomst waarin tranen van onze ogen zullen worden afgewist. 

Deze hoop is bovendien iets dat ons geschonken wordt. We kunnen zelf geen hoop maken of uitvinden. Hoop is iets dat je ontvangt. Bij het evangelie van kerst en advent, die periode waarin we toeleven naar en terugdenken aan de komst van Christus Jezus, kan blijken hoezeer hoop de tijd van kleur doet verschieten. 

Want in de Adventstijd, verwachtingstijd in de richting van Kerst maar daaroverheen ook naar het herstel van alle dingen als de Heer terugkomt, blijkt de tijd een centrum te hebben. Toen en daar is het heil aan ons geschied. 

Het evangelie van Kerst is ook dat God de eeuwigheid in de tijd inbrengt. De Duits-lutherse theoloog Oswald Bayer spreekt in dit verband over de ‘vervlechting van de tijden’ (Verschränkung der Zeiten). 

In Christus verbinden verleden, heden en toekomst zich, verdichten ze zich tot dat ene centrum, die Persoon en die tijd waarin in zekere zin alles gebeurd is wat gebeuren kan. Verbonden aan Jezus kunnen wij iets van die vervlechting mee ervaren. 

De kerk speelt hierbij een bijzondere, ‘bemiddelende’ rol. Niet dat de kerk, de priester of de dominee een exclusieve macht bezitten om aan jou wel en een ander niet het heil te bedienen. Maar in de zin dat ze een manier vindt om deze unieke hoop te verklanken, te verbeelden, te verwoorden. 

De kerk die met haar liturgie de ruimte biedt voor ontmoetingen die de tijd vertragen en verdichten, en tegelijk hoop biedt. Advent en Kerst zijn momenten waarin ik ervaar: het heden, het nu, het ogenblik is een tijd van genade. Tijd om thuis te zijn, druk en drukte achter mij te laten. Of beter: de druk mee te nemen en te brengen bij God zelf. 

 

Nostalgie
Ik ben ergens een heel romantisch jongetje. Een kerstboom met lichtjes roept bij mij de herinnering en het verlangen op naar een eindeloze kerstvakantie met boeken, rust, gezelligheid. 

Nu ik zelf onze kerstboom optuig en de boodschappen moet doen kan die nostalgie gemakkelijk alleen maar illusoir lijken. Toch hoeft dat niet. De laatste jaren gebruik ik de lange periodes van het kerkelijk jaar richting Kerst en Pasen steeds meer als voorbereiding. 

Tijd om langzaam iets van rust, verlangen en hoop terug te winnen. Niet alleen gestrest die ellendige snoeren met lampjes uit elkaar trekken, maar samen als gezin een ritueel voltrekken. Met als klein hoogtepunt: het kleine glazen kerststalletje als laatste in de boom hangen. Op een plek waar die goed zichtbaar is. 

Niet alleen om uit het jachtige heden vertederd terug te denken aan het voorgoed verloren paradijs van kinderlijke rust. Maar vooral om te beseffen: daar en toen is de wereld veranderd. En wat er toen gebeurde, kleurt mijn toekomst.

 

Elastiekje
“Hoop,” zei Oswald Bayer eens in een Tübinger collegezaal, “is dat de tijd als een elastiekje wordt uitgerekt.” Het is nog steeds hetzelfde heden. Met alles wat er speelt, mij beangstigt of zorgen baart, vertedert of mij kan vergenoegen. Maar dat heden wordt opgerekt, op spanning gebracht, zodat het gaat leven en groeien. 

Het heden kan zich gerust en hoopvol uitstrekken naar de toekomst. Een leven dat niet ik hoef te maken, maar dat mij geschonken wordt. Naar de toekomst waarin de Heer zelf zijn energie besteedt aan het herstel van wat hier gebroken en geschonden is. Vanuit de toekomst leven, leerde Jürgen Moltmann ons al decennia geleden. 

 

Omkering
Hoop is de omkering van ons eigen perspectief. Hoop rekt het heden uit tot aan de toekomst, verknoopt en verweeft het heden met de toekomst. Het heden wordt een ‘verbeiden onverpoosd’ (Lb 437). Doordat het tegelijk terugbindt aan dat ene heil dat ooit reddend verscheen. 

Het is een vervlechting der tijden waarover wellicht het beste in poëzie en lied gedacht kan worden. Het is opvallend hoe juist advents-, kerst- en paasliederen taal vinden om te belichamen hoe krachtig zo’n vervlechting ons hoop kan bieden. 

‘Op U, mijn Heiland, blijf ik hopen. … Ik wil in ootmoed U ontvangen’ (Lb 442). Hier worden Advent en Kerst in het heden toegeëigend. Hoop rekt het heden uit tot aan de toekomst, en vertraagt het heden tot een ruimte van ontmoeting en genade. De ontmoetingen en telefoongesprekken met mijn vriend zijn zulke ruimtes. De liturgie wil ook zo’n ruimte zijn van geduld en luisteren en ontvangen. 

Ik hoop dat ik met Kerst de ruimte van deze hoop weer mag ervaren. Ik hoop dat ik daarvoor de tijd zal hebben.

 

Dr. J.H.F. Schaeffer is universitair docent Praktische Theologie aan de Theologische Universiteit Kampen en hoofd onderzoek van het Praktijkcentrum (www.praktijkcentrum.org).