Deze editie

content image

Dominee: geen schaap met vijf poten meer

Voorgaan in de diensten, ouderen en zieken bezoeken, vergaderingen leiden en de lijn van de kerk uitzetten. De dominee als alleskunner en manager van het kerkenwerk is aan het eind van zijn latijn, het schaap met de vijf poten is dood. Geen probleem, vindt Jan Martijn Abrahamse, we hebben geen dominees nodig, maar profeten. Ineke Evink interviewde hem.

 

Ooit was de predikant een van de notabelen van het dorp. Hij (het was natuurlijk altijd een man) had aanzien, er werd naar hem geluisterd. Maar das war einmal.

De neergang van het 'kerkelijk imperium' is de kans voor de Westerse kerk om de dominee te ontdoen van alle maatschappelijke bekleding en decoratie die er nog over is, meent Jan Martijn Abrahamse. Hij promoveerde op 10 januari op een proefschrift met de titel De ontmanteling van de dominee (The Stripping of the Ministry). In plaats van dominees zijn er profeten nodig, die kwetsbaar en benaderbaar zijn.

Dat is ook nodig omdat de autoriteit die gekoppeld is aan het ouderwetse predikantschap terecht in het verdachtenbankje is beland, vindt Abrahamse. Niet zelden is er de associatie met machtsmisbruik, autoritair leiderschap of elitarisme. Maar hoe moet het dan met de dominee?

 

Het beeld van de dominee is toch niet meer zo onaantastbaar als vroeger?

“Op sommige plekken is de positie van de predikant nog steeds bijzonder. In dorpen buiten de Randstad bijvoorbeeld. ik heb vrienden die dominee zijn in zo’n omgeving. Zij vertellen me dat ze weliswaar regelmatig kritiek krijgen en dat mensen ook daar sterke eigen meningen hebben, maar dat ze ook een bepaalde sociale functie hebben in het dorp. Ze worden bijvoorbeeld verwacht op de begrafenis van dorpsgenoten die niet bij hun kerk horen.”

 

Waarom kiest u voor de profeet in plaats van ‘herder en leraar’?

“Ik bedoel met de profeet vooral een duiding van de rol, niet als een tegenovergestelde van de herder en leraar. Het punt is dat de tegenwoordige predikant door de gemeente wordt beroepen, en hoewel het officieel niet zo is, voelt dat toch al gauw als in dienst zijn van en betaald worden door de gemeente. Het spreekwoord ‘wiens brood men eet, wiens woord men spreekt’ zegt voldoende, er is altijd sprake van een bepaalde spanning.

Een profeet is iemand anders, een profeet spreekt met gezag en durft ook tegen te spreken. een profeet houdt de gemeente een spiegel voor en confronteert hen. Een profeet is tegelijkertijd ook machteloos, hij heeft geen beslissingsbevoegdheid, zoals de dominee.”

 

Past de profeet beter in onze tijd?

“Ja, dat denk ik wel. De kerk is niet langer de geestelijke uitvergroting van de maatschappij, de kerk is een school voor discipelen. De profeet roept terug naar het verhaal van Christus en dat is juist nu hard nodig. Ook christenen komen in de ban van andere verhalen, zoals dat van ‘eigen volk eerst’, en ‘Nederland is er voor de Nederlanders’.

En neem de millennials die helemaal in de ban zijn van het grote verhaal van de perfectie, ze gaan ten onder aan de hoge eisen die ze aan zichzelf stellen. Ook in de kerk komt dat denken voor. De kerk hoort die verhalen tegen te spreken, en problemen die ze met zich meebrengen te agenderen.”

 

Veel mensen willen juist graag iemand met charisma. Autoriteit wordt dan wel bevraagd, maar ook bejubeld. Een profeet kan ook zo iemand worden.

“Dat is de reden waarom kwetsbaarheid zo belangrijk is. De sterke leiders van nu zoals Trump, Erdogan, en Wilders en Baudet in ons eigen land presenteren zich allemaal als sterke leiders. Ze hebben een grote mond, ze weten alles, en ze geven veiligheid en helderheid in onze complexe werkelijkheid.

Maar de profeet biedt geen veiligheid, hij laat zien hoe je christen moet zijn. Het christelijke geloof is geen veilige huls, christen zijn is juist gevaarlijk, kijk maar naar de laatste ranglijst van Open Doors.”

 

Het christelijke geloof lijkt soms eerder een zelfhulpprogramma, met lieflijke teksten als ‘je mag er zijn!’

“In onze tijd is het christendom een soort therapie geworden om het vol te houden, een christelijke variant op empowerment. God de Vader wordt dan iemand bij wie je af en toe even lekker op schoot kunt kruipen. Dan krijg je dat mensen die een mooi huis willen hebben, twee banen èn kinderen, het allemaal niet meer kunnen bolwerken en dan voor die problemen steun zoeken.

Maar Jezus is je Heer, hij is geen steuntje in de rug voor als je het even moeilijk hebt. Discipelschap is het volgen van Jezus. Niet: ik wil van alles en daarnaast wil ik ook nog Jezus volgen. Dat is wel een complete verschuiving van paradigma, daarvoor moet je heel anders gaan denken.”

 

Verdwijnt de fulltime dominee? En is het niet beter als hij of zij ook gewoon werk heeft?

“Ik wil geen totaalvisie op het ambt bieden. En ik weet het ook gewoon niet. Er zullen waarschijnlijk wel meer voorgangers komen zonder theologische opleiding. Ik denk ook dat er steeds minder fulltime predikanten komen, en dat juist jonge predikanten een heel mooie aanvulling zijn op wat we al hebben.

Er is op dit moment meer aandacht voor late roepingen maar dat zijn toch vaak mensen die heel succesvol zijn en al een hele carrière achter de rug hebben, bij een bank bijvoorbeeld. Het is mooi als een predikant weet heeft van hoe zijn gemeenteleden leven maar ik denk dat je met interesse en empathie al een heel eind komt. Er zijn zo veel verschillende beroepen dat je moeilijk overal wat van af kunt weten.”

 

U spreekt in uw proefschrift over elitarisme. Zijn predikanten zo elitair?

“Dat een predikant bij de elite hoort, is bijna onvermijdelijk, hij of zij heeft immers gestudeerd. Dat is voor veel mensen al voldoende om als elitair te worden beschouwd. Maar sociaal elitarisme is wat anders. Dat heeft te maken met je kledingstijl bijvoorbeeld, met chique woorden gebruiken, met een houding waarmee je op afstand blijft. Er is niks mis met Bach en de Mattheuspassion, maar als je alleen daarnaar wilt luisteren en je je niet interesseert voor de popcultuur, dan heb je last van sociaal elitarisme. Een predikant moet ook in andere werelden komen dan alleen die van hemzelf.

 

Tot nu toe moeten veel dominees voldoen aan het profiel van het schaap met vijf poten.

“Dat profiel moeten kerken echt loslaten. Ik pleit ervoor dat we teruggaan naar de kern: Woord en sacrament. Een dominee moet niet overal bij betrokken zijn in zijn gemeente. Ik hoor van predikanten die avond aan avond weg zijn, alle vergaderingen bijwonen, en altijd maar ouderen bezoeken. Er moet tijd zijn voor studie, anders bloed je dood. Aan  je agenda kun je al zien of je niet te veel bezig bent met managen en organiseren, zaken die anderen ook wel kunnen. Een predikant moet weer gaan doen waarvoor hij of zij is aangenomen.”

 

Naast een andere predikant heb je dus vooral een andere kerk of gemeente nodig.

“Ja, dat is zeker zo. Als een predikant een gemeente heeft met 800 leden, dan zou je moeten bedenken of er niet veel meer taken door die gemeenteleden zelf kunnen worden gedaan. Het leiden van begrafenisdiensten bijvoorbeeld, bezoekwerk en zo zijn er nog veel meer taken die zij kunnen overnemen.”

 

Ineke Evink

 

Jan Martijn Abrahamse is tutor Systematische Theologie en Ethiek aan de Christelijke Hogeschool Ede;  onderzoeker aan het Baptisten Seminarie in Amsterdam @JMAbrahamse

 

Meer lezen? Een abonnement of 3 gratis proefnummers zijn zo geregeld. CW Opinie is zowel digitaal als op papier te lezen.

content image