CW-17: Theo Bovens: We moeten de wederzijdse afhankelijkheid bevorderen in de samenleving

Zelf de regie over je leven houden, als een onafhankelijk en vrij mens. Dat ideaal sluit naadloos aan bij de reclame, maar ook bij het beleid van de overheid. Tot het te duur werd, en de samenleving een participatiesamenleving moest worden. Toch blijft afhankelijkheid een beetje een vies woord. Wie wil dat nou? Het is daarom een gewaagd thema van het Christelijk Sociaal Congres: ‘Op elkaar aangewezen’. Oftewel: hoe bevorder je afhankelijkheid? Want iedereen kan zomaar aan de andere kant van de streep terecht komen, zegt Theo Bovens.

Mensen van nu zijn autonome mensen die zelf de regie in handen hebben. Dat is het algemene mensbeeld in de samenleving, en het uitgangspunt van veel overheidsmaatregelen. Maar zijn we niet juist heel afhankelijk van elkaar, en zou dat niet veel meer tot ons moeten doordringen?
Daarover gaat het Christelijk Sociaal Congres (CSC), dat eind augustus plaatsvindt. Een van de sprekers is de gouverneur van Limburg, Theo Bovens.

Het is een gewaagd onderwerp van de CSC: hoe bevorder je afhankelijkheid. Autonomie en onafhankelijkheid staat bovenaan het verlanglijstje.
“Inderdaad, de trend is net andersom. Het is een uitdagend onderwerp omdat het zo rechtstreeks ingaat tegen het mensbeeld van de mondige mens die zichzelf wel kan redden. Maar dat is een idee fixe, je kunt jezelf niet redden. Op ieder moment van je leven kun je aan de andere kant van de streep terecht komen, iedereen is kwetsbaar. Ondertussen groeit de kloof tussen de mensen die wel en de mensen die niet kunnen meekomen in de samenleving. En de mensen die dat wel lukt, gaan er vaak vanuit dat het de mensen aan de andere kant ontbreekt aan de wil daartoe. Want ‘als het mij lukt, waarom hen dan niet?’
Ook in de politiek en het openbaar bestuur is zelfbestuur het hoogste goed. Feitelijk is de idee dat iedereen het helemaal in zijn uppie redt. De notie dat je ook voor anderen moet zorgen, wordt daarmee ondermijnd, de solidariteit neemt af. Wel dringt langzamerhand ook tot de overheid door dat die hulp van anderen onmisbaar is.”

‘De ruimte geven aan kwetsbaarheid, onvolmaaktheid en improvisatievermogen’ staat in de omschrijving van het doel van dit congres. Vanwaar het improvisatievermogen?
“Mijn ervaring is dat improvisatievermogen een talent is van kwetsbare mensen. Maar doordat er zoveel regels zijn, komt dat improvisatietalent in het gedrang. Als je gaat improviseren, houd je je namelijk niet aan de regels. De overheid en vele andere organisaties dwingen mensen door hun regels in hun systeem.
Het ontbreekt mensen die in de problemen zitten vaak wel aan organisatietalent, dat is een apart element in deze discussie. Problemen tasten vaak het organisatietalent aan, je overziet het allemaal niet meer. En die problemen kunnen zomaar opduiken, bijvoorbeeld als er iemand in je directe omgeving overlijdt.”

Wij zijn toch al lang afhankelijk, misschien wel meer dan ooit: elektriciteit, internet en andere zaken.
“Er zijn nog steeds mensen die helemaal geen internet hebben. Maar inderdaad zijn we ons vaak weinig bewust van onze afhankelijkheid van deze dingen. Af en toe merk je daar iets van, wanneer er een stroomstoring is, zoals laatst in Noord-Holland. Misschien moeten we af en toe even een stroomstoring meemaken om het te ondervinden. Of alleen maar als gedachte-experiment.
Afhankelijkheid is natuurlijk evengoed intermenselijk, dat merken mensen bijvoorbeeld na een verbroken relatie of een overlijden. Het is immers niet verplicht met elkaar in contact te treden. Eenzaamheid is een groot probleem dat alleen maar toeneemt, het is een van de grootste problemen van de westerse samenleving. Eenzaamheid is een grote zorg voor de overheid.
Het is ondertussen een ingewikkelde puzzel voor de overheid om constant te moeten afwegen tussen de burger die het allemaal zelf kan - en dat is ook een groot goed! - en de mensen die daartoe niet in staat zijn. De overheid moet zich goed bewust zijn van dit dilemma, niet iedere burger is mondig en succesvol, en redt zich er wel mee. Neem het invullen van het belastingformulier op internet, in hoeverre moet je rekening houden met mensen die dat niet kunnen? Of neem de publicatieplicht van de overheid, die vroeger plaatsvond in de huis-aan-huisbladen maar nu digitaal, op een website. De afstand tussen een flink aantal burgers en de overheid groeit.
Daarbij komt dat lokale overheden hun takenpakket zien uitgebreid. Zij zullen fysieke loketten open moeten houden. Ook al omdat daar waar de gemeentes wel in de wijk aanwezig zijn - bijvoorbeeld in de wijkteams - de burger dit niet altijd herkent als zijnde een onderdeel, een gezicht van de overheid.”

Hoe keer je de trend van de autonomie, als die zo sterk is?
“Die trend keer je niet, en dat komt mede door die digitalisering. Alternatieven voor digitalisering worden daarom steeds belangrijker. De overheid moet haar burgers niet gaan zien als ‘klant’ of een nummer. Het rapport van de WRR Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid, was in dit opzicht veelzeggend. De grote systemen van overheid en instellingen hebben als taak rekening te houden met mensen die het niet kunnen bijbenen. Gelukkig is het wel zo dat Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen - waar dit thema onderdeel van moet zijn - steeds meer in zwang komt. Dat is een tegenkracht.”

Het CSC wil de drang naar perfectie tegenspreken. Ook daarbij hebt u het tij tegen.  
“Aandacht voor imperfectie is een oude traditie van het CSC, het is een troostvolle gedachte dat je niet perfect hoeft te zijn!”

Komt u dit onderwerp tegen in uw werk als Gouverneur van Limburg?
“Eigenlijk maar weinig. De provincie is een tussenbestuur, wij komen vaker in contact met organisaties dan met burgers. Wat wel kan, is subsidies geven aan organisaties die samenhang en solidariteit bevorderen. Een relatie met elkaar hebben, geeft namelijk identiteit. Je hoort bij je gezin, je familie, bij je dorp, daarvoor kom je in beweging. Dat kan misschien ook helpen die mensen in beweging te krijgen die anders voor weinig meer te porren zijn. In ons geval: als je je Limburger voelt, ben je betrokken. Dat is iets waar de overheid over moet nadenken, over de mogelijke kracht van groepsidentiteit.
Dat geldt overigens niet voor elke provincie even sterk. Ronald Plasterk zei na zijn mislukte poging om het aantal provincies te verminderen, dat bij een volgende poging Friesland, Noord-Brabant en Limburg daarvan uitgesloten zouden moet worden. Die provincies hebben een heel sterk besef van eigen identiteit. Natuurlijk is er ook een keerzijde: groepsidentiteit kan ook uitsluiten, daar moet je voor waken.”

U bent voorzitter van het Kansfonds. Doet dat fonds niet iets wat de overheid zou moeten doen?
“Dat is eigenlijk een politieke vraag: hoeveel moet de overheid doen? Ik denk dat de overheid niet alles kan oplossen. Dat heeft te maken met het gelijke behandeling waarmee de overheid rekening moet houden. De overheid moet iedereen gelijk behandelen. Ooit kreeg ik als wethouder Sociale Zaken vier vakantiereizen aangeboden, bedoeld voor gezinnen van bijstandsgerechtigden. Maar hoe doe je dat als er vierduizend mensen zijn die daarvoor in aanmerking ouden kunnen komen? Daarom hebben wij dat overgelaten aan een particuliere organisatie die de mensen zelf kent, en weet waar ze goed besteed zijn.
Het Kansfonds is zo’n particuliere organisatie, maar die werkt overigens soms samen met de overheid, zoals ook met andere vrijwilligers, kerken, diaconieën, etcetera.”

Wat verwacht u van het congres? Waar ziet u het meest naar uit?
“Het gevaar kan zijn dat je daar vooral gelijkgestemden tegenkomt, en daardoor is het soms een beetje preken voor eigen parochie. Maar het is ook bemoedigend mensen tegen te komen die dezelfde visie hebben als jij. En ik hoop op verrassende inkijkjes van anderen.
Daarnaast hoop ik natuurlijk op ideeën voor antwoord op de grote vraag: hoe krijg je die wederzijdse afhankelijkheid terug in de samenleving? Op het CSC zijn allerlei organisaties vertegenwoordigd, zij zullen ermee aan de slag moeten.”

tekst Ineke Evink, beeld Provincie Limburg

_______________________

CSC: Op elkaar aangewezen

Het thema van het Christelijk Sociaal Congres (CSC) is ‘Op elkaar aangewezen’. Want: we zijn op elkaar aangewezen, we kunnen niet zonder elkaar. Met lezingen van Kim Putters, directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau, en Theo Bovens, gouverneur van de provincie Limburg. Reflecties hierop door Sybrand van Haersma Buma (CDA) en Carola Schouten (CU)
Er zijn interactieve deelsessies middels social hackathons over het vergroten van afhankelijkheid tussen jong en oud, vast en flex, milieu en economie, en tussen denkers en doeners.
Het thema is gebaseerd op een centrale vraag uit het visiedocument van de CSC De Kracht van Verbondenheid, dat in 2016 verscheen naar aanleiding van het 125-jarig jubileum: Hoe kunnen we kwetsbaarheid, onvolmaaktheid en improvisatievermogen de ruimte geven en zo de drang naar perfectie en eenvormigheid tegenspreken en de vitaliteit en leefbaarheid van de samenleving versterken?
30 en 31 augustus, Landgoed Zonheuvel, Amersfoortseweg 98, Doorn.

www.stichting-csc.nl/congres-2017

_______________________

Social Hackathon

Een Social Hackathon is een samenstelling van ‘sociaal’ en ‘marathon’. Het is een evenement waar je één dag samenwerkt met anderen om van sociaal idee een concreet plan te maken. Vaak blijven mensen hangen in de idee-fase, omdat ze niet het juiste netwerk hebben of niet weten hoe ze het kunnen realiseren. Met een Social Hackathon wordt deze idee-fase teruggebracht naar één dag. Met behulp van de aanwezige netwerken en met een concrete methodiek kun je met een groep mensen sociale ideeën veranderen in een praktisch plan.