Bijbellezen met kinderen is een avontuur

Geregeld komen ze bij het NBG binnen: vragen van ouders en grootouders over bijbellezen met kinderen. ‘Ik wil met mijn kinderen in de Bijbel lezen, hoe pak ik dat aan?’ En wat te doen met al het geweld in de Bijbel, kunnen ze dat aan?

Als je samen met kinderen in de Bijbel gaat lezen, zijn twee dingen heel belangrijk: blijf dicht bij het kind en blijf dicht bij de Bijbel. Vertrouw op de zeggingskracht van de bijbelverhalen zelf. Luister goed naar de verhalen om te ontdekken wat zij te vertellen hebben. En vertrouw er ook op dat je kind zelf kan nadenken over deze verhalen en over hun betekenis. Kinderen hebben van jongs af aan hun eigen ideeën, beelden en vragen bij verhalen. Luister goed om te ontdekken waar jouw kind nieuwsgierig naar is. Laat je verrassen door de ontdekkingstocht die dan kan ontstaan!

 

Drie tips voor in de praktijk

Dicht bij de Bijbel en dicht bij het kind blijven klinkt mooi, maar hoe pak je dat aan?

Tip 1: Bereid je goed voor. Kies een vast moment dat voor jou en je gezin haalbaar is, en probeer dat een tijdje uit. Elke dag na het eten, elke woensdagmiddag of alleen in het weekend. De regelmaat is belangrijker dan hoe vaak. Zorg voor voldoende tijd om samen te kijken, te lezen, over de tekst te praten of om er iets mee te doen. Maak er ook een bijzonder moment van, waarmee je markeert dat de Bijbel niet zomaar een boek is. En kies een bijbel die past bij de leeftijd en het niveau van je kind: een peuter-, kleuter- of kinderbijbel met hervertellingen, of vanaf een jaar of acht de Bijbel in Gewone Taal.

Tip 2: Speel in op de eigenheid van je kind. Ieder kind is anders, probeer daar rekening mee te houden. De een leest, denkt en praat graag, de ander beleeft veel aan mooie illustraties, en een derde wil het liefst lekker aan de slag. In de Samenleesbijbel hebben we bij het ontwikkelen van het extra materiaal rekening gehouden met de acht leervoorkeuren van kinderen. En ook in ons bijbelblad Alef doen we dat steevast. Dit geeft hen plezier in het bijbellezen en  zo ontdekken ze meer van de verhalen en hun betekenis, het blijft hen beter bij.

Tip 3: Ga in gesprek. Denk samen na over het verhaal en de hoofdpersoon (hoe zou het voor hem of haar zijn?), over jezelf (kennen jullie zo’n situatie, wat zou jij doen?), en over God en geloof (kunnen wij ook een lied maken om God te danken? Op wat voor plek zou God willen wonen, denk je?). Het lijken soms grote onderwerpen, maar kinderen kunnen hier al jong op hun eigen manier over nadenken. Voor een open gesprek is voldoende tijd en rust belangrijk. Zorg voor veiligheid en gelijkwaardigheid. Houd je aan de gouden regel: alles wat gezegd wordt, is waardevol. Er zijn geen foute antwoorden. En: een vraag mag een vraag blijven, het is niet erg als je als ouder geen eenduidig antwoord hebt.

 

Moeilijke verhalen

De Bijbel is geen gemakkelijk boek. Er is geweld: Al in Genesis 4 doodt Kaïn zijn broer Abel. Even later verdrinken alle mensen behalve Noach en een paar familieleden en dieren. Er wordt oorlog gevoerd waarbij veel mensen gedood worden. Jezus sterft aan het kruis. En er zijn de verhalen waar de duivel in voorkomt. Hoe ga je om met deze ‘moeilijke verhalen’? Ook hiervoor geldt: let goed op het kind, en onderzoek het bijbelverhaal zelf.

Wat past bij je kind, en wat kan het aan? Dat heeft allereerst te maken met zijn of haar leeftijd: jonge kinderen denken vooral concreet, en verhalen en werkelijkheid lopen voor hen meer door elkaar. Verhalen kunnen daardoor directer binnenkomen. Als kinderen ouder worden kunnen ze abstracter denken en ook makkelijker verschillende perspectieven innemen. Daarbij is ieder kind anders: het ene kind is gevoeliger dan het andere. Tegelijkertijd: kinderen hebben hun eigen logica en reacties op moeilijke verhalen. Hen vallen vaak andere dingen op dan waar wij als volwassenen van schrikken. Het is dus belangrijk om altijd aan te sluiten bij hun eigen vragen, ideeën en denkkracht.

 

Betekenis

Wat vertelt het verhaal? Kijk ook goed naar de kern van het verhaal. Meestal wordt er veel meer verteld dan geweld en dood. Ga samen met je kind op zoek naar die betekenis. In bijbels voor jonge kinderen wordt dit vaak al gedaan in de hervertellingen en illustraties: het verhaal van Noach roept meestal niet de gedachte op dat alle mensen verdrinken, maar wel de belofte van verbondenheid met God. Kinderen ervaren dat de kern en de basis de liefde van God is. Een ander voorbeeld: als je leest over de duivel die Jezus verzoekt in de woestijn, blijf dan niet bij de duivel hangen. Kijk samen naar de keuzes die Jezus maakt, en wat die betekenen. Kies bewust welke verhalen je leest, en kijk of de kinderbijbel een keuze maakt waar je achter staat.

In de Samenleesbijbel lezen kinderen van 8-12 jaar delen uit de Bijbel in Gewone Taal en gaan zij daarmee aan de slag met weetjes, vragen, liedjes en doe-opdrachten. We hebben gekozen voor drie routes door heel de Bijbel heen, die steeds iets uitdagender worden. Het verhaal van Noach lezen we bijvoorbeeld pas in Route 3. We benoemen ook de moeilijke kant ervan, en geven tips om daar met elkaar over te praten. Bij het verhaal van Jezus dood, dat we in Route 2 en 3 lezen, is een gebed opgenomen. Het kan ook goed zijn om een andere tekst naast het moeilijke verhaal te zetten, bijvoorbeeld een psalmvers waar troost of bescherming uit spreekt.

Bereid je goed voor, en als je samen gaat lezen kijk en luister dan goed. Praat samen over de mooie en moeilijke kanten die een verhaal bij je kind oproept. Zie het als een gezamenlijke ontdekkingstocht. En durf op die reis een vraag echt een vraag te laten zijn, en soms ook te laten blijven.

 

Drs. Maartien Hutter is pedagoog en theoloog en werkt bij team Bijbelgebruik van het Nederlands Bijbelgenootschap. Daar is zij onder andere betrokken bij de Samenleesbijbel, Alef - het bijbelblad voor kinderen, de nieuwe kinderdienstmethode Bijbel Basics, en de presentatie voor (groot)ouders en kerken over bijbellezen met kinderen. Een presentatie aanvragen bij jou in de kerk? Stuur een mail naar info@bijbelgenootschap.nl o.v.v. ‘Presentatie bijbellezen met kinderen’.