CW Opinie - Hét christelijke opinieblad

CW Opinie houdt u betrokken bij kerkelijk en christelijk Nederland. Maar ook bij Nederlandse christenen die actief zijn in het buitenland. Iedere twee weken actuele verhalen, achtergronden, interviews, columns, boekbesprekingen en nog veel meer. Lezers van CW Opinie zijn meelevende christenen uit nagenoeg alle protestantse kerken.

content image

 

Speciale aanbieding
voor nieuwe lezers!

 

content image

Deze editie

Eva van Urk:

‘Laten we  het nieuwe  Jeruzalem  hier straks  werkelijk  neerdalen  in een bult  met plastic?’

tekst Ineke Evink, beeld Pixnio, Akil Mazunder

Geschapen zijn naar het beeld van God was lange tijd vooral een vrijbrief om uit de aarde te halen wat erin zit. Maar misbruik van de idee van imago Dei sluit goed gebruik niet uit. Eva van Urk doet onderzoek naar wat imago Dei betekent voor deze tijd,, waarin we worden overspoeld door slecht nieuws, zoals uitsterven van diersoorten en klimaatopwarming.

Lees verder 

Eerdere verschenen artikelen

De opkomst van de evensong

03-05-2019

Een nieuwe kerkvorm in Nederland, een eeuwenoude traditie in Engeland


De Choral Evensong trekt zowel in Nederland als in Engeland steeds meer bezoekers, terwijl het kerkbezoek over het algemeen terugloopt. Wat is de grote aantrekkingskracht van de evensong?

Postdoc-onderzoeker en koordirigente dr. Hanna Rijken van de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam, onderzoekt samen met principal researcher Kathryn King van Oxford University waarom mensen erheen gaan, onder meer via een online vragenlijst. Een interview met Hanna Rijken.

Waarom is de evensong zo populair?
“Uit mijn promotieonderzoek, dat ik in 2017 heb afgerond, kwam een aantal verklaringen voor deze populariteit naar voren, op basis van ervaringen van bezoekers. De schoonheid van de muziek, het kerkgebouw, de taal en de akoestiek, alsmede het hoge niveau van de uitvoering van de muziek, spelen een belangrijke rol. Ook de sacraliteit van de muziek, de stilte en de herontdekking van de heilige ruimte spreken mensen aan.
Een andere belangrijke factor is de rituelen bij de evensong, zoals het koor dat gekleed in gewaden in processie binnen komt en de taal uit de 16e eeuw (Book of Common Prayer). Dit is allemaal onderdeel van een oude traditie die niet zozeer gaat over begrijpen, maar het mysterie toont. Het gezamenlijk ervaren van transcendentie, even opgetild worden, even jezelf in het paradijs wanen. Dit veroorzaakt een contrastervaring met de gangbare protestantse viering, waarin de nadruk juist ligt op het gesproken woord en de preek. Ten slotte is de verbinding tussen het koor, de voorganger en de gemeente die tijdens de evensong ontstaat, een belangrijke aantrekkingskracht.”

Vanwaar de interesse uit Oxford voor uw onderzoek?
“Ze hoorden dat de evensong in Nederland populair is en vroegen zich toen af: hoe is dat bij ons? Ook waren ze verrast door het feit dat de evensong in Nederland een nieuwe vorm van kerk is, terwijl het in Engeland al eeuwen een traditie vormt. Het bezoek neemt daar eveneens toe, daarom doen Kathryn King van Oxford University en ik nu gezamenlijk een vervolgonderzoek naar wie de evensongs bezoeken en in welke gebieden. In Engeland is de vragenlijst inmiddels al ruim duizend keer ingevuld, in Nederland kan dit nog tot 30 juni.
De uitkomsten van de vragenlijsten worden in het najaar op een symposium gepresenteerd. Daar gaan we in ons onderzoek vervolgens verder op inzoomen.” 

Hoe is de evensong naar Nederland gekomen?
“Al sinds de jaren ‘80 worden er in Nederland evensongs gehouden. Enige jaren geleden heb ik een voorstel gedaan voor de evensong als nieuwe vorm van kerk-zijn. Een interkerkelijke pioniersgemeente, waarvoor ik predikant in algemene dienst ben bij de Protestantse Kerk. In 2017 ging de 'Choral Evensong & Pub' in Utrecht tweewekelijks op donderdagavond van start, roulerend in verschillende grote kerken, met na afloop ontmoeting in een pub. Dit sloeg enorm aan, even weg uit de dagelijkse hectiek.
Ook veel jonge mensen zijn enthousiast over de evensong, er zijn al veel studentenkoren en jongenskoren, zoals het Kampen Boys Choir. Kwaliteit is belangrijk, er worden inmiddels korenscholen opgericht om goed van blad te leren zingen.”

Kan de evensong de Nederlandse geloofstraditie beïnvloeden?
“Ik merk dat de evensong het denken over liturgie op allerlei manieren in beweging zet. Elementen die tijdens de Reformatie uit de liturgie waren gehaald, komen nu tijdens de evensong weer terug, zoals de rol van het koor in de liturgie, de gewaden, de processie bij binnenkomst. De kathedrale liturgie uit Engeland wordt overgenomen, zonder dat mensen Anglicaans worden. Of dit bij de evensong blijft of breder zal worden, moet nog blijken.”

Is het mogelijk dat er een meer Nederlandse, eigentijdse vorm van evensong ontstaat?
“Deels is dat al zo, de uitvoeringspraktijk verschilt namelijk plaatselijk, waardoor je ziet wat mensen belangrijk vinden. In Engeland is de evensong 'daily practice', in Nederland wordt deze nog slechts incidenteel uitgevoerd, maar vaak wel uitgebreider en langer, al dan niet met een preek.
Ook worden er wel Engelse hymns in het Nederlands vertaald. Ruim 400 jaar Engelse koortraditie is echter moeilijk in het Nederlands te evenaren, vooral omdat de tekst vaak erg is verweven met de muziek.”  

In welke kerkgenootschappen wordt de evensong vooral gehouden?
“In de kerkelijke context vooral bij de Protestantse Kerk in Nederland. Er zijn ook koren die zelf een kerk huren voor een uitvoering, waar mensen uit allerlei denominaties naartoe komen: van oud-katholiek, gereformeerde gemeenten, hersteld hervormd tot baptisten, remonstranten, doopsgezinden en evangelisch-luthersen. De evensong is een ideale interkerkelijke vorm.”

Hoe beïnvloedt uw muziekpraktijk u als theoloog?
“In mijn studietijd waren theologie en muziek nog twee verschillende werelden voor mij. Op studiereis in Engeland kwamen deze samen, toen ik een choral evensong meemaakte in het kader van een kerkdienst, alles tot eer van God. Ik was diep geraakt en wilde me vanaf toen inzetten om in Nederland waar mogelijk deze verbinding tussen muziek en theologie mogelijk te maken, onder andere door het oprichten van het Vocaal Theologen Ensemble. Door samen te zingen, leer je naar elkaar te luisteren. Ieder koorlid neemt deze ervaring weer mee naar zijn eigen plek.”

Wat was de oorspronkelijk functie van de evensong in Engeland?
“De evensong is ontstaan tijdens de Engelse Reformatie (1534-1559), als voortgang van de getijdengebeden in de ontbonden Engelse kloosters, maar dan in de volkstaal. In 1549 werd het Book of Common Prayer ingevoerd, dat in de versie uit 1662 nog steeds wordt gebruikt. De zeven getijdengebeden uit de kloosters zijn hierin samengevat in een morning prayer en een evening prayer (evensong).” 

Kan de evensong mensen weer naar de kerk trekken?
“Heel zeker ja. Ook mensen van buiten de kerk vinden in de schoonheid en de liturgische vorm van  de evensong een plek waar ze hun ziel kunnen laven en tot rust kunnen komen. Door muziek ontstaat verbinding tussen hemel en aarde, het onuitsprekelijke kan tot klinken komen, dichtbij het mysterie van geloven. Dat is de kracht van een gezongen liturgie. 'Ik zing u dagelijks zeven maal lof', zegt de psalmist in psalm 119:164. Het is mijn droom om iedere dag een evensong te kunnen houden.”

Meer informatie: evensongenpub.nl.

 

Enquête
Meedoen met het online-onderzoek naar de evensongs? Dat kan via deze link: https://rijken.onlinesurveys.ac.uk/choral-evensong-onderzoek-nederland

Lees verder

Geen verbazing meer over Baudet, wel alertheid

29-03-2019

Alle signalen wezen op voorhand op een flinke overwinning voor het Forum voor Democratie van Thierry Baudet. Dat die straks in mei uit het niets de Eerste Kamer als grootste partij binnenstormt mocht daarom geen verbazing wekken. Dat betekent niet dat er geen reden is voor grote alertheid. Want met Baudet heeft het populisme weer een volgende stap gezet, stelt Rien Fraanje.

Het was alsof iedereen op woensdagavond nog wat dizzy was door de rechtse directe die was uitgedeeld, en we op donderdag pas bijkwamen en ons realiseerden wat er werkelijk was gebeurd. Zo voelde het de ochtend na de avond na de verkiezingen voor Provinciale Staten blijkbaar. Actualiteitenprogramma's probeerden te duiden hoe het zover had kunnen komen, discussieprogramma's debatteerden er lustig op los. Diverse appgroepen op mijn telefoon liepen vol met soms verbaasde maar meestal verontruste reacties van vrienden en familie. Wat was er in vredesnaam aan de hand dat de partij van een charismatische klimaatontkenner die ijvert voor een Nexit, die zich negatief uitlaat over vreemdelingen en vluchtelingen en bovendien pijlers onder onze democratische rechtsstaat als de media, de wetenschap en de publieke omroep ter discussie stelt, uit het niets de grootste in de Eerste Kamer kan worden?

De verbazing en verwondering over de eclatante verkiezingswinst van Forum voor Democratie verbaasde mij juist weer. We zijn sinds de eeuwwisseling nu al enkele keren overvallen door flinke verschuivingen in de politieke krachtsverhoudingen. Ik verwachtte dat we inmiddels wel enigszins gewend waren aan de wisselvalligheid van het electoraat. En als we nuchter naar de uitslag kijken is er nu ook weer niet zoveel veranderd sinds Pim Fortuyn in 2002 de Nederlandse politiek binnenstapte. Sindsdien zien we dat om en nabij de twintig procent van de kiezers ontvankelijk is voor een nationaalconservatief populistische boodschap.

In 2002 was het de LPF die met 26 zetels uit het niets de Tweede Kamer binnenstormde. Zeven jaar later waren we verbaasd over de entree van Wilders' PVV in het Europees Parlement als tweede partij met vier zetels (17 procent). Een jaar vielen we bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 weer achterover nadat de PVV het zetelaantal van de LPF met 24 bijna evenaarde. De PVV is nu bijna een decennium lang een partij die kan rekenen op steun van minimaal tien procent van de kiezers. En nu was het bij deze kiezers blijkbaar tijd om over te stappen naar een nieuwe ster aan het firmament.

Die nieuwe ster werd daarbij geholpen door de ongekende media-aandacht in de weken voor de verkiezingen. Andere partijen volgden de thema's die hij agendeerde en slaagden er blijkbaar niet in om hun eigen verhaal te vertellen. We zagen het eerder gebeuren bij de verkiezingsoverwinningen van de LPF en PVV. En zeker nadat media na de overwinning van de LPF in 2002 ervan werden beschuldigd dat ze het contact met de samenleving hadden verloren omdat ze Fortuyn veel te kritisch zouden hebben bejegend, zien we dat de politieke erfgenamen van Fortuyn sindsdien op radio en tv vrij spel lijken te krijgen zonder dat ze hoeven te vrezen voor enige tegenspraak van betekenis.

 

Voedingsbodem

Op een fundamenteler niveau waren er ook andere aanwijzingen die een overwinning van Baudet op voorhand waarschijnlijk maakte. Nationaalconservatieven hebben wereldwijd de wind in de rug: Hongarije en Polen dichtbij huis, Brazilië, de Filippijnen en de VS wat verder weg. Overal is het recept hetzelfde: de traditionele bestuurlijke elite wordt gepresenteerd als de vijand die doelbewust het volk voorliegt en zijn eigen belang najaagt. Buitenlanders en vluchtelingen worden neergezet als een bedreiging voor de nationale identiteit; en alles wat onafhankelijk denken stimuleert, zoals wetenschap en vrije media, wordt door de nationaalconservatieven fel bekritiseerd. Baudet put uit dezelfde ingrediënten en overal zien we dat de gevestigde partijen geen antwoord hebben op deze vorm van populistische politiek.

Daarbij komt dat onderzoek na onderzoek laat zien dat we in Nederland een logische voedingsbodem hebben voor populistische politiek. Die eerder genoemde twintig procent komt niet zomaar uit de lucht vallen. Generaliserend zien we dat de kiezers van de PVV en nu Forum voor Democratie een betrekkelijk eenduidig profiel hebben. Ze zijn lager tot middelbaar opgeleid, behoren tot de lagere middenklasse en wantrouwen de overheid en politiek door en door. Politieke wetenschappers typeren hen als mensen met 'weinig politiek zelfvertrouwen', wat zoveel wil zeggen dat ze het gevoel hebben dat zij niet of nauwelijks invloed kunnen uitoefenen op de politieke beslissingen die hun leven beïnvloeden. De dames en heren in Den Haag luisteren toch niet en volgen alleen maar hun eigen belang.

 

Inleveren

Dat is niet zomaar als onwaar van tafel te vegen. Diverse onderzoeken hebben laten zien dat er een omvangrijke groep mensen in Nederland is die sinds de financieel-economische crisis van 2008 flink heeft moeten inleveren. Hun inkomen steeg niet of nauwelijks, terwijl zij de vaste lasten zoals huur, energie en de kosten voor de zorgverzekering aanzienlijk zagen stijgen. Veel van hen hebben hun baan verloren en moeten nu als ongewilde zzp'er voor minder geld en zonder voorzieningen als pensioenopbouw het hoofd boven water zien te houden. Tot 2008 was hun inkomen voldoende om elke zomer drie weken met de caravan op vakantie te kunnen en ook nog wat te sparen voor tegenvallers, of eens in de zoveel jaren een nieuwe auto. Maar nu komen ze niet meer aan sparen toe en zijn ze blij als ze aan het einde van de maand geen geld tekort komen.

In een studie uit 2014 heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau op basis van tal van sociaal-maatschappelijke indicatoren als opleidingsniveau en economische positie de Nederlandse samenleving ingedeeld in zes groepen. Het Planbureau stelt daarbij vast dat twee groepen - door het SCP aangeduid als 'onzekere werkenden' en 'het precariaat' (laagst opgeleid, vaak uitkering of pensioen, huurwoning, geen of nauwelijks spaargeld) - ronduit kwetsbaar zijn en dagelijks moeten knokken om zich maatschappelijk en economisch te handhaven. Samen maken zij bijna dertig procent (!) van de Nederlandse bevolking uit. SCP-voorman Kim Putters spreekt in zijn recente boek over een veenbrand die woedt en die alleen gedoofd kan worden als de toenemende verschillen in de Nederlandse samenleving worden gedempt.

Het valt de traditionele middenpartijen zonder meer aan te rekenen dat het hen maar niet wil lukken om met een politiek te komen die voor deze groep mensen werkelijk iets betekent. Sommige partijen bewijzen deze groepen wel lippendienst als ze zeggen dat ze er zijn voor de hardwerkende Nederlander of de boze burger. Maar ik kan wel begrijpen als de kiezers van Forum dat wegzetten als holle retoriek. Deze partijen bleven zich immers ondanks alle kritiek maandenlang hard maken voor de afschaffing van dividendbelasting voor bedrijven, en als eerste maatregel van hun nieuwe kabinet zetten ze een streep door het raadgevend referendum af.

 

Next level

Als we bovenstaande meewegen kan de winst van een partij als Forum niet meer verbazen. Betekent dat dan ook dat er niets ernstigs aan de hand is? Beslist niet. Er is alle reden voor verhoogde paraatheid. Met Forum betreden we een 'next level' in de populistische politiek.

Pim Fortuyn verstond de kunst van het sarren en uitdagen, die voor die tijd van grote politieke consensus en technocratisch bestuur een schok was maar die we nu toch met een glimlach zouden aanschouwen. Wilders zette de volgende stap met zijn ongekende harde taal, provocaties en op de persoon gerichte beledigingen. In zijn quasi intellectuele bravoure vertoont Baudet onmiskenbaar grote gelijkenis met Fortuyn, maar met de wijze waarop Baudet twijfel zaait over nut en noodzaak van klimaatbeleid en het gemak waarmee hij een loopje neemt met wat vrij breed als feiten worden gezien, gaat hij weer een stap verder. Een politicus die zijn omvangrijke achterban kan meekrijgen met niets minder dan desinformatie, dwingt ons tot grote alertheid.

Een andere reden voor een verhoogde staat van paraatheid is het latente racisme dat in de politiek van Forum ligt verscholen. Bij Wilders weten we: wat je ziet is wat je krijgt; hij is ronduit duidelijk over zijn (extreme) standpunten. Dat maakte ook dat niet iedereen in alle openheid ervoor durft uit te komen als hij de PVV steunt.

Hoe anders is dat bij Forum voor Democratie. Het is hip en stoer om er voor uit te komen dat je van Forum bent. Talloze jongeren hebben de verleidelijke roep van deze charismatische buitenstaander niet kunnen weerstaan. Zij hebben er blijkbaar geen boodschap aan dat Thierry Baudet zich laat inspireren door onder meer de racistische intellectuele aanjager Jared Taylor van de Amerikaanse alt-right beweging. Of dat hij zich tweemaal liet bijpraten door de vader van het Franse rechts-extremisme Jean-Marie le Pen, zoals het journalistieke platform De Correspondent aantoonde. Of dat hij ondanks eerdere kritiek daarop in zijn overwinningstoespraak opnieuw het voor racisten gangbare codewoord "boreaal" voor raszuiverheid gebruikte. De studentikoze dandy Baudet heeft zijn dubieuze populisme een sausje van fatsoen weten te geven. Misschien is dat wel het meest zorgwekkende van alles.

 

Rien Fraanje

Lees verder

Laveren tussen Hooglied en #MeToo: een publiektheologische bijdrage

08-02-2019

De onthullingen over seksueel misbruik in de kerk, de sport en jeugdinstellingen hebben nieuw besef gegeven van hoe kwetsbaar we zijn in de seksualiteit. Wat valt hier vanuit theologisch perspectief over te zeggen? Deze ingekorte dieslezing van de PThU doet een aanzet.

tekst Heleen Zorgdrager

De discussie rond macht en seksueel misbruik vraagt om een bredere analyse, ook een theologische. Ik onderscheid vier grote sociaal-culturele veranderingen en spanningsvelden die om een nieuwe theologische doordenking vragen: 1) liefde en seks in tijden van Tinder, 2) het vormgeven van liefde en intimiteit in nieuwe relatiemodellen, 3) de onverwerkte erfenis van de seksuele revolutie, en 4) nieuwe gevoeligheid voor de verbinding van macht en seksueel misbruik. Mijn denken beweegt zich tussen Hooglied en #MeToo: doordrongen van de aards-zinnelijke schoonheid van seks en erotiek, en tegelijk ontdaan door het afgrijselijke beeld ervan in misbruikende relaties.

De kerk heeft een ongelukkig trackrecord op het gebied van seksualiteit, en vrijzinnige en behoudende christenen zijn verdeeld. De Protestantse Kerk tobt met die verdeeldheid. Ik vind het meer dan spijtig dat de synode een theologisch gesprek uit de weg is gegaan. De synode moet juist oriëntatie bieden in de ingewikkelde vragen van seksualiteit en relatievorming. Doe je dat niet, dan springen anderen in het gat.

Ik beschouw deze bijdrage als een vorm van publieke theologie. Ze vertrekt vanuit de verwachting dat de Bijbelse en christelijke verhalen, symbolen en rituelen heilzaam licht kunnen werpen op kwesties in het publieke domein.

 

Voelhorens

Eerst een omschrijving van seksualiteit, die van de World Health Organization: “Seksualiteit is een centraal aspect van mens-zijn door het hele leven en omvat biologische sekse, gender-identiteiten en gender-rollen, seksuele oriëntatie, erotiek, plezier en genot, intimiteit en reproductie. Seksualiteit wordt ervaren en uitgedrukt in gedachten, fantasieën, verlangens, overtuigingen, attitudes, waarden, gedragingen, praktijken, rollen en relaties. (…) Seksualiteit wordt beïnvloed door het samenspel van biologische, psychologische, sociale, economische, politieke, culturele, ethische, juridische, historische, religieuze en spirituele factoren”.

Vanuit deze omschrijving steken we onze voelhorens uit in de cultuur. Onder meer door dating apps als Tinder is seks een op afroep beschikbaar artikel geworden. Psychotherapeute Esther Perel stelt dat de betekenis van seks en relatievormen fundamenteel is verschoven: “Vroeger trouwde je met 18 jaar en had je voor de eerste keer seks, als je nu een relatie begint, stop je met seks met anderen. Vroeger stapte je met 18 jaar in het huwelijk dat je identiteit bepaalde, nu ben je 28 jaar bij het begin van je relatie en word je door een ander erkend voor het identiteitsproject dat je succesvol hebt ontwikkeld.”

Mensen staan voor de uitdaging heel tegenstrijdige behoeften te integreren in een relatie: de behoefte aan veiligheid, bescherming, intimiteit enerzijds, en de behoefte om individualiteit, autonomie, vrijheid te behouden anderzijds. Seksualiteit moet daarbinnen expressie krijgen, en dat is een lastige opgave.

 

Polyamorie

Ik schets twee wegen die hedendaagse filosofen wijzen. Voor Simone van Saarloos zijn de vaste kaders van huwelijk en kerngezin verdwenen. “We zijn een soort freelancers in de liefde: vrij, maar ook voortdurend gestrest.” Haar oplossing is polyamorie: zorg ervoor dat je altijd verschillende opties hebt, waarbij je je overgave en toewijding spreidt.

Ad Verbrugge pleit voor een hernieuwde waardering van het geslachtelijk onderscheid tussen man en vrouw en gaat voor een heteronormatief relatiemodel, waarbinnen eros met overgave aan de ander haar rechtmatige plaats zou vinden.

In Nederland ging de seksuele revolutie van de jaren zestig samen met een rap proces van ontkerkelijking. Gezondheidswetenschapper Arjet Borger ziet hoe de associatie van seksuele vrijheid met verzet tegen religie nog steeds doorwerkt. Seksueel plezier voert de boventoon, veilig vrijen wordt teruggebracht tot gebruik van voorbehoedsmiddelen. Aspecten als intimiteit en relaties blijven onderbelicht, een ethisch kader ontbreekt. Maar je kunt seksuele gezondheid niet bevorderen zonder in gesprek te gaan over veiligheid, relaties en liefde. Is angst om betuttelend en bevoogdend over te komen een factor in het niet-spreken van de PKN over seksualiteit?

De #MeToo campagne en misbruikschandalen hebben de spotlight gezet op het verband tussen macht en seksuele grensoverschrijding. Wilde men eerder nog wel redeneren vanuit een romantisch discours, nu wordt het bezien vanuit het machtsdiscours: misbruik maken van een machtspositie. Maar er klinken ook tegenstemmen. Is het gevolg ervan niet een nieuwe preutsheid waarbij alle erotiek uit het openbare leven verbannen wordt? Kun je nog spontaan je arm om iemand heenslaan? Zitten mannen niet al bij voorbaat in de beklaagdenbank?

 

Modern concept

De algemene idee is dat het christendom aanjager was van een negatieve houding ten aanzien van seksualiteit. Toch is het maar ten dele waar. De poëzie van Hooglied is nooit verstomd.

Seksualiteit zelf is een modern concept, geconstrueerd door de medische wetenschap van de 19e eeuw. Eerder lag de aandacht bij seksuele handelingen, nu wordt seksualiteit een sleutelkenmerk van identiteit. Betrekkelijk laat gaat de kerk zich verhouden tot het identiteitsdiscours. De focus komt bij vragen als: Wat betekent seksualiteit voor de roeping van de mens als beeld van God?

De laatste decennia zijn er nieuwe impulsen gekomen voor theologisch nadenken over seksualiteit.

Elizabeth Stuart onderscheidt vier verschillende types binnen de (laat)moderne theologieën van seksualiteit. Ze noemt ze de via positiva, via negativa, via creativa en via transformativa. Kenmerkend voor de theologie van de positieve weg is dat seksualiteit wordt ingebed in het verhaal van verlossing. Seks mag genoten worden als een goede gave. Mensen dragen het beeld van God in de relationaliteit van man en vrouw. Het is de klassieke benadering van 20e-eeuwse theologie. Er is in deze benadering weinig tot geen ruimte voor theologische waardering van de single of celibataire persoon, of van alternatieve relatievormen.

De theologie van de negatieve weg gelooft niet dat God zijn heil verbindt aan een bepaald soort relatie of een bepaalde vorm van seks, maar laat God opgaan in het erotische. Het erotische manifesteert zich in alle relaties, en is zelf een verlossende kracht die patriarchale structuren doorbreekt. De grote waarde van deze benadering is de betekenis die alle vormen van belichaamde relaties toegedicht krijgen. Een zwakte is dat het moeilijk wordt het erotische nog onder kritiek te stellen.

De via creativa is die van queer theologie. Hoe kunnen verlangens bevrijd worden uit normatieve seksuele identiteiten? Elizabeth Stuart ziet de queer benadering geïnspireerd door het Evangelie. Christenen vinden hun identiteit in de doop (Gal 3:28) en niet in hun geslachtsorganen of een bepaald gebruik daarvan. Gender en seksuele identiteit hebben geen ultieme betekenis.

Tenslotte de theologie van de transformatieve weg. Het diepere probleem is, stelt Sarah Coakley, dat we niet weten hoe ons te verhouden tot onze seksuele en andere verlangens. Hoe kan een leven van evenwicht en matiging bijdragen aan menselijk welzijn? We hebben verlangen geïndividualiseerd en geseksualiseerd, terwijl erotisch verlangen in het vroege christendom zowel fysiek als spiritueel en sociaal gericht was. Transformatie van verlangen is nodig, geen uitwissing.

Ten diepste gaan de conflicten over de vraag of de vele vormen van seksuele genieting al dan niet door God gegeven en gewild zijn. Verdere theologisch-ethische bezinning is nodig op de relatie tussen seksueel genot en gerechtigheid.

 

Genot

Verlangen, gedrag en beleving blijken in grote mate beïnvloed door beeldvorming, zoals digitale porno, reclame, en technologische manipulatie. Slachtoffers van seksueel misbruik maken ons erop attent hoe daders in hun grooming een ideologische verbinding kunnen leggen tussen “het voelt goed - dus het is goed”. Maar genot brengt niet vanzelf gerechtigheid voort. Seksualiteit kan plaats zijn van groot genieten, maar ook van angst, verraad, uitbuiting. Macht en seksualiteit zijn niet zomaar te scheiden, in iedere seksualiteit zit een vorm en mate van agressie. Het is nodig duidelijk onderscheid te maken tussen “gezonde” en “schadelijke” agressie, en oog te hebben voor de machtsdynamiek in relaties.

De transformatieve weg die Coakley bepleit, spreekt mij bijzonder aan. Zij erkent de duistere kant van seksueel verlangen en seksuele omgang en zoekt naar diepere verworteling. Erotiek en religie delen een overtredend, ontgrenzend karakter. Ik verwacht daarom minder van morele regels, en meer van deugdethiek. Margaret Farley heeft zeven principes voorgesteld: breng geen schade toe, vrije instemming, wederkerigheid, gelijkwaardigheid, commitment, vruchtbaarheid naar anderen, en sociale gerechtigheid. Het zijn uitstekende principes maar ze schieten tekort. Ik zou ze laten flankeren door deugden. Coakley maakt zich sterk voor de deugd van zelfbeheersing, als de kunst om de veelheid van verlangens te ordenen en te kanaliseren.

Daarnaast zou ik - een heerlijk ouderwets woord - schroom naar voren willen schuiven. Schroom is iets anders dan schaamte. Iemand die de deugd van schroom ontwikkeld heeft, is moreel volwassen en is in staat grenzen te vinden, en niet te verkrampen of uit de bocht te vliegen. Zulke sensitiviteit is nodig om de kwestie op te pakken die #MeToo aan de orde stelt: hoe willen we ons laten raken en aanraken?

Sinds enkele jaren maak ik deel uit van een studiegroep die in opdracht van de Wereldraad van Kerken werkt aan een studiedocument over seksualiteit. De inzet van ons document is trinitarisch. Christenen vinden hun inspiratie in de drieëne God als de basis en bron voor alle menselijke relationaliteit en onderlinge afhankelijkheid.

 

Trinitarisch

Bij wijze van experiment volgt hier mijn trinitarische voorstel, ontvouwd in: God die geeft, God die deelt, God die heelt.

Het symbool voor geven is de sabbat. Seks is als de sabbat in de schepping. En zoals de sabbat er is voor de mensen, zo is seksualiteit er voor de mensen, voor ieder mens.

Bij God die deelt gaat het over Jezus als Gods menslievendheid in lijf en leden, ziel en zinnen, de horizon van onze menswording. Het beeld van Jezus’ lichaam mag symbool staan voor alle lichamen, hoe gewond en geschonden ook, die plaats hebben in de door God beloofde toekomst. En het beeld van Jezus die schrijft in het zand staat voor een stilte die praatziek moraliseren ontwricht. Het is geen stilte uit angst voor conflict en polarisatie maar een stilte waarin misschien verhalen van gewonde en geschonden lichamen kunnen worden gehoord.

Bij God die heelt kies ik het sacrament van het Avondmaal. Jezus laat zichzelf aanraken en proeven, het ultieme zintuiglijke gebaar van gastvrijheid. Ze belichaamt een alternatieve economie, niet van schaarste en de drang te bezitten, maar van genade en overvloed. Eucharistie als gedachtenismaal laat ruimte om de bitterheid, gebrokenheid en pijn van seksuele verhoudingen zichtbaar te maken en te benoemen. Moderne relaties kraken onder de verwachtingspatronen. De Maaltijd van breken en delen, waarin ieder eerst ontvangt voordat hij/zij geven kan, en eerst in feilen en falen wordt aanvaard, doorkruist de veeleisendheid en perfectiedrang die de moderne relatie belast.

 

Dit is een verkorte weergave van de dieslezing van prof. dr. Heleen Zorgdrager. De volledige versie is te downloaden op www.pthu.nl/actueel/nieuws/

Lees verder

Een spoor van licht

25-01-2019

“Hé, ik brand even een kaarsje in de Martinikerk en dan bel ik je zo terug, goed?”, zegt een jonge vrouw tegen het scherm van haar telefoon dat oplicht tegen haar wang.

tekst Pieter Versloot, beeld Dieneke van der Wouden

De jonge vrouw  loopt gehaast met een kaarsje over de klinkers die glinsteren van de regen naar de enorme deur van de Groningse Martini. Ze heeft het kaarsje op straat aangeboden gekregen van Spoor van Licht-medewerkers.
Binnen vindt ze een spoor van kaarsjes dat haar naar het hoogkoor leidt. Op de stenen trappen zet ze een kaars tussen de 130 kaarsen die er al staan.
Van de andere kant van de kerk klinkt zachte orgelmuziek verzorgd door Sietze de Vries. Hij speelt Nun komm der Heiden Heiland van Bach. Bij de kaarsjes staan schalen met gebedskaartjes, die ze mee kan nemen.
Een vertakking van het spoor leidt naar een rustige plek in de kerk, waar ze een gesprek kan voeren met een pastor, die voor haar kan bidden of haar een zegen mee kan geven. Er hangt een serene sfeer in de kerk. Sommige mensen blijven een uur in het veilige donker van het hoogkoor zitten met alleen de muziek, het licht en rustig gespetter van de kaarsen. Anderen branden een kaars en gaan weer naar buiten. Anderen dwalen door de donkere kerk.

Liturgie en apostolaat
Uiteindelijk branden er op deze zesde december ruim 300 kaarsen in het hoogkoor, aangestoken door mensen met volle boodschappentassen, oud en jong, gelovig en ongelovig, onbevangen en zichtbaar gehavend door verdriet. Hier vonden liturgie en apostolaat elkaar.
De apostel Paulus verbindt die twee in Romeinen 15:16 en Filippenzen 2:17. Claiborne, Wilson-Hartgrove en Okoro verwoorden het als volgt in Common Prayer: ‘The liturgy like the feast, exists not to educate but to seduce people into participating in common activity of the highest order, where one is freed to learn things which cannot be taught.’
Een jonge vrouw met een smartphone ervoer even door een kleine kaars dingen 'which cannot be taught'.

Ds. Pieter Versloot, missionair predikant IZB, Groningen.  

‘Spoor van Licht’ is een interkerkelijk initiatief in Groningen. Het concept is overgenomen van de Dom in Utrecht. Die nam het vier jaar geleden over van de Dom in Keulen.
Zoals de ene kaars de ander aansteekt. Het is een terugkerend evenement dat schittert van eenvoud. Kaarsen, live muziek op de achtergrond, de mogelijkheid tot het vragen van gebed en een
afsluiting met een kort avondgebed.

Voor meer informatie: www.spoorvanlicht.nl

Lees verder

Hoop is dat de tijd als een elastiekje wordt uitgerekt

11-01-2019

Over christelijke hoop en de toekomst. Advent is de tijd van verwachting, van afwachten en de tijd nemen, van vertraging. Wij leven alleen in het nu, en met onze herinneringen. Maar hoop strekt zich uit naar de toekomst. Hoop maakt de tijd rekbaar. Het centrum van de tijd is de geboorte van Jezus.

tekst Hans Schaeffer, beeld Pexels

Het zou wel eens kunnen dat hij ook gewelddadig was, hadden ze gezegd. Maar er was altijd iemand bij de eerste keer, dus er kon eigenlijk niets gebeuren. Hij zat voor een geweldsdelict maar zou binnenkort vrijkomen. Toen ik naar de instelling voor forensische psychiatrie toereed kon ik enige spanning niet onderdrukken. Wie zou ik aantreffen? Hoe zou zo’n eerste gesprek gaan?

Het viel allemaal enorm mee. De kamer was een gewone kamer, het personeel was vriendelijk en hij zelf was erg toegankelijk. Hij was vaag-katholiek opgegroeid. Ooit had hij van een predikant een bijbelcursus gekregen. 

Nadat hij in mijn omgeving was overgeplaatst zocht hij contact met een predikant om over het geloof door te spreken. Ik dacht dat ik vooral veel moest vertellen. Maar - zoals zo vaak in goede pastorale relaties - ik mocht vooral luisteren. 

In de loop van de jaren is hij een vriend geworden. Hij leert mij zo veel. Zeker, hij moet behoorlijk wat medicijnen gebruiken om de stemmen wat te onderdrukken. Maar wat hij ziet en hoort is soms zo waardevol en bemoedigend. Ontmoetingen zijn nooit erg lang. Een uur is genoeg. Gesprekken gaan vaak ook over hetzelfde. Maar hij heeft altijd tijd. En hij is ook altijd optimistisch met een geweldig gevoel voor humor. 

Ik mag ontvangen, de dingen van ons beider leven ineens in een ander perspectief zien. Zulke ontmoetingen zijn een ruimte waarin ik tot rust en op krachten kom. 

Fictie
In zijn boek Becoming Friends with Time (2016) geeft John Swinton aan hoe belangrijk juist dergelijke ontmoetingen zijn voor ons. Het leven wordt vaak letterlijk geregeerd door een economisch-meetbare tijdsbeleving. Het structureert onze dag, tijd is een agenda die vertelt wat wij moeten doen. Tijd lijkt tastbaar en meetbaar maar dat blijkt zich uiteindelijk toch een fictie. 

In ontmoetingen met anderen en zeker ook met mensen van wie wij zeggen dat ze leven ‘met een beperking’ blijkt tijd echter iets heel anders te zijn. Tijd wordt een ruimte om in te verwijlen. Tijd is het stappen uit de dingen die gedaan moeten worden in de ruimte van het ontvangen. 

En toch is Jezus naar de wereld gekomen om de tijd te transformeren. Jezus roept ons tot vertraging, de tijd nemen, te leren hoe vreemd het is om te leven in Gods tijd. Hij roept ons om geduldig te zijn, liefdevol. Om de tijd te nemen voor wie onze samenleving dreigt achter te laten. 

Gods tijd betekent wonderlijk genoeg het verenigen van snelheid en traagheid. Zoals de apostel schrijft: “De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat” (2 Petrus 3:9). 

 

De tijd heeft een centrum
Het geduld van God kent een enorme versnelling en voortgang die gepaard kan gaan met het nemen van de tijd. Of, nog sterker, alleen dankzij de enorme drijfveer van het evangelie van Gods nieuwe toekomst die met kracht inbreekt in deze werkelijkheid, worden de mogelijkheden geschapen om daadwerkelijk gericht te zijn op de wereld en de mensen om ons heen. 

Want Gods nieuwe Koninkrijk betekent hoop. De tijd krijgt richting en zin en doel. Juist omdat dit leven niet het een en het al meer is, maar er hoop is op een toekomst waarin tranen van onze ogen zullen worden afgewist. 

Deze hoop is bovendien iets dat ons geschonken wordt. We kunnen zelf geen hoop maken of uitvinden. Hoop is iets dat je ontvangt. Bij het evangelie van kerst en advent, die periode waarin we toeleven naar en terugdenken aan de komst van Christus Jezus, kan blijken hoezeer hoop de tijd van kleur doet verschieten. 

Want in de Adventstijd, verwachtingstijd in de richting van Kerst maar daaroverheen ook naar het herstel van alle dingen als de Heer terugkomt, blijkt de tijd een centrum te hebben. Toen en daar is het heil aan ons geschied. 

Het evangelie van Kerst is ook dat God de eeuwigheid in de tijd inbrengt. De Duits-lutherse theoloog Oswald Bayer spreekt in dit verband over de ‘vervlechting van de tijden’ (Verschränkung der Zeiten). 

In Christus verbinden verleden, heden en toekomst zich, verdichten ze zich tot dat ene centrum, die Persoon en die tijd waarin in zekere zin alles gebeurd is wat gebeuren kan. Verbonden aan Jezus kunnen wij iets van die vervlechting mee ervaren. 

De kerk speelt hierbij een bijzondere, ‘bemiddelende’ rol. Niet dat de kerk, de priester of de dominee een exclusieve macht bezitten om aan jou wel en een ander niet het heil te bedienen. Maar in de zin dat ze een manier vindt om deze unieke hoop te verklanken, te verbeelden, te verwoorden. 

De kerk die met haar liturgie de ruimte biedt voor ontmoetingen die de tijd vertragen en verdichten, en tegelijk hoop biedt. Advent en Kerst zijn momenten waarin ik ervaar: het heden, het nu, het ogenblik is een tijd van genade. Tijd om thuis te zijn, druk en drukte achter mij te laten. Of beter: de druk mee te nemen en te brengen bij God zelf. 

 

Nostalgie
Ik ben ergens een heel romantisch jongetje. Een kerstboom met lichtjes roept bij mij de herinnering en het verlangen op naar een eindeloze kerstvakantie met boeken, rust, gezelligheid. 

Nu ik zelf onze kerstboom optuig en de boodschappen moet doen kan die nostalgie gemakkelijk alleen maar illusoir lijken. Toch hoeft dat niet. De laatste jaren gebruik ik de lange periodes van het kerkelijk jaar richting Kerst en Pasen steeds meer als voorbereiding. 

Tijd om langzaam iets van rust, verlangen en hoop terug te winnen. Niet alleen gestrest die ellendige snoeren met lampjes uit elkaar trekken, maar samen als gezin een ritueel voltrekken. Met als klein hoogtepunt: het kleine glazen kerststalletje als laatste in de boom hangen. Op een plek waar die goed zichtbaar is. 

Niet alleen om uit het jachtige heden vertederd terug te denken aan het voorgoed verloren paradijs van kinderlijke rust. Maar vooral om te beseffen: daar en toen is de wereld veranderd. En wat er toen gebeurde, kleurt mijn toekomst.

 

Elastiekje
“Hoop,” zei Oswald Bayer eens in een Tübinger collegezaal, “is dat de tijd als een elastiekje wordt uitgerekt.” Het is nog steeds hetzelfde heden. Met alles wat er speelt, mij beangstigt of zorgen baart, vertedert of mij kan vergenoegen. Maar dat heden wordt opgerekt, op spanning gebracht, zodat het gaat leven en groeien. 

Het heden kan zich gerust en hoopvol uitstrekken naar de toekomst. Een leven dat niet ik hoef te maken, maar dat mij geschonken wordt. Naar de toekomst waarin de Heer zelf zijn energie besteedt aan het herstel van wat hier gebroken en geschonden is. Vanuit de toekomst leven, leerde Jürgen Moltmann ons al decennia geleden. 

 

Omkering
Hoop is de omkering van ons eigen perspectief. Hoop rekt het heden uit tot aan de toekomst, verknoopt en verweeft het heden met de toekomst. Het heden wordt een ‘verbeiden onverpoosd’ (Lb 437). Doordat het tegelijk terugbindt aan dat ene heil dat ooit reddend verscheen. 

Het is een vervlechting der tijden waarover wellicht het beste in poëzie en lied gedacht kan worden. Het is opvallend hoe juist advents-, kerst- en paasliederen taal vinden om te belichamen hoe krachtig zo’n vervlechting ons hoop kan bieden. 

‘Op U, mijn Heiland, blijf ik hopen. … Ik wil in ootmoed U ontvangen’ (Lb 442). Hier worden Advent en Kerst in het heden toegeëigend. Hoop rekt het heden uit tot aan de toekomst, en vertraagt het heden tot een ruimte van ontmoeting en genade. De ontmoetingen en telefoongesprekken met mijn vriend zijn zulke ruimtes. De liturgie wil ook zo’n ruimte zijn van geduld en luisteren en ontvangen. 

Ik hoop dat ik met Kerst de ruimte van deze hoop weer mag ervaren. Ik hoop dat ik daarvoor de tijd zal hebben.

 

Dr. J.H.F. Schaeffer is universitair docent Praktische Theologie aan de Theologische Universiteit Kampen en hoofd onderzoek van het Praktijkcentrum (www.praktijkcentrum.org). 

 

Lees verder