CW Opinie - Hét christelijke opinieblad

CW Opinie houdt u betrokken bij kerkelijk en christelijk Nederland. Maar ook bij Nederlandse christenen die actief zijn in het buitenland. Iedere twee weken actuele verhalen, achtergronden, interviews, columns, boekbesprekingen en nog veel meer. Lezers van CW Opinie zijn meelevende christenen uit nagenoeg alle protestantse kerken.

content image

 

Speciale aanbieding
voor nieuwe lezers!

 

content image

Deze editie

Yakub  Kartawidjaja: Luthers ideeën  over muziek  zijn ook van  betekenis in  Indonesië

Muziek en geloof kunnen niet zonder elkaar, meende Maarten Luther. Muziek verjaagt de duivel, geloofde hij. De Indonesiche predikant Yakub Kartawidjaja promoveerde op de invloed van Luthers theologie op zijn ideeën over muziek.

Lees verder >>

Eerdere verschenen artikelen

In Amerika zwijgen de hofevangelicalen over racisme

23-08-2019

‘Ze moeten maar terug naar hun eigen land’, zei Donald Trump tegen vier leden van het Amerikaanse Congres, die kritiek op hem hadden.  De Amerikaanse professor in de Amerikaanse
geschiedenis John Fea - in Nederland bekend door zijn boek Believe Me: The Evangelical Road to Donald Trump, dat in CW werd besproken door Matthijs Schuurman -  reageerde furieus.

tekst John Fea, beeld Pexels

Waar zijn de hofevangelicalen (Court Evangelicals) nu? Het lijkt wel of we die vraag al eerder hebben gesteld. De ‘heilige hofboontjes’ hebben hun zin gekregen met de conservatieve rechters van het Hooggerechtshof en de ambassade in Jeruzalem. Ze kregen belastingverlagingen. Ze denken dat Trump de eerste president in de geschiedenis van Amerika is die zo positief staat ten opzichte van het geloof. Maar nu zijn de heilige hofboontjes stil.
Vorige maand zei Donald Trump tegen vier Congresleden - allemaal vrouwen met een niet-blanke huidskleur - om terug te gaan naar hun eigen land. Ik heb twintig jaar lang Amerikaanse geschiedenis gestudeerd (inclusief de geschiedenis van de Amerikaanse immigranten) en daarin les gegeven en ik kan stellen dat dit soort retoriek racistisch is.
Het was racistisch toen Amerikanen van Engelse komaf tegen de Ieren zeiden dat ze terug moesten naar hun land. Het was racistisch toen Italianen, Joden en Chinezen gezegd werd dat ze terug naar hun land moesten.
Het is racistisch als immigranten vanuit het Midden-Oosten, Azië, Centraal-Amerika en Zuid-Amerika gezegd wordt dat ze terug naar hun eigen land moeten. Het is racistisch wanneer blanken tegen zwarten zeggen: ‘Ga terug naar Afrika’.


Niets nieuws
Triest genoeg hebben we sinds het ontstaan van de Verenigde Staten tegen mensen gezegd dat ze terug moeten gaan naar hun eigen land. Daar is niets nieuws aan.
Trump doet een appel op de donkerste bladzijden van de Amerikaanse geschiedenis. Zo zijn demagogen nou eenmaal gebakken. Trump weigerde zijn uitspraken te herroepen omdat ze veel mensen blijkbaar wel bevallen.
Maar Amerika heeft ook altijd al veel hoopgevendere voorbeelden gehad. Er zijn altijd mannen en vrouwen geweest die geprobeerd hebben om de idealen van Amerika ten aanzien van ras, immigratie en onrecht toe te passen. Maar Robert Jeffress, Franklin Graham, Jerry Falwell Jr., Jack Graham, Tony Perkins, Paula White, Jim Bakker, en al die andere ‘heilige hofboontjes’ vallen niet in deze categorie.
Helaas hebben zij de kant van het duister gekozen, in plaats van die van het licht. Ze zijn hielenlikkers die niet in staat te zijn om de waarheid te spreken, omdat ze het op een akkoordje hebben gegooid met de duivel (die blijkbaar in de vermomming van een nieuwe koning Cyrus is verschenen, want met die Bijbelse figuur vergelijken zij Trump). Zij hebben
Donald Trump mogelijk gemaakt. De stilte is oorverdovend. Liever dan dat ze zich uitspreken, citeert een aantal van heb simpelweg Bijbelverzen:
‘Tenslotte, zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht.’ (Efeziërs 6:10) zei Franklin Graham op 16 juli (@Franklin_Graham). ‘Het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet,’ citeerde  Robert Jeffress (@robertjeffress)
Jakobus 5:16 op diezelfde dag.


Tegenverklaring
Toch zijn er ook christenen die wél een ander geluid durven laten klinken. Zij hebben een verklaring gepubliceerd tegen het zogenoemde christelijk nationalisme, ofwel de idee dat de Verenigde Staten als een christelijke natie is gefundeerd en als zodanig moet blijven bestaan.
Deze visie heeft een lange voorgeschiedenis en is de drijfveer achter een groot deel van de politieke agenda van christelijk rechts in Amerika. De tekst van deze verklaring luidt als volgt:
‘Als christenen leren wij vanuit ons geloof dat iedere mens geschapen is naar het beeld van God en dat wij elkaar lief moeten hebben. Als Amerikanen waarderen wij ons regeringsstelsel en het goede dat in onze constitutionele democratie kan worden bereikt.
Maar nu  zijn we bezorgd over een hardnekkige dreiging voor zowel onze geloofsgemeenschappen als onze democratie: christelijk nationalisme.
Christelijk nationalisme probeert christelijke en Amerikaanse identiteiten samen te voegen waardoor zowel het christelijk geloof als de constitutionele democratie van Amerika worden vertekend. Christelijk nationalisme eist dat het christendom van de staat een voorkeursbehandeling krijgt en impliceert dat een goede Amerikaan een christen moet zijn. Deze visie overlapt vaak met blanke overheersing en rassenonderwerping, en biedt er dekking aan.
Wij verwerpen deze schadelijke politieke ideologie en nodigen onze christelijke broers en zussen uit om zich bij ons te voegen om deze dreiging voor ons geloof en onze natie tegen te gaan. Als christenen zijn wij aan Christus gebonden, niet door staatsburgerschap, maar door geloof. Wij geloven dat:
•  Mensen van allerlei geloof en van geen geloof het recht en de verantwoordelijkheid hebben om constructief bij te dragen in het publieke domein.
•  Vaderlandsliefde niet van ons vraagt om onze
geloofsovertuigingen kleiner te maken.
•  Iemands geloofsgezindheid, of afwezigheid ervan, irrelevant zou moeten zijn in zijn of haar positie in de burgerlijke gemeenschap.
•  De overheid geen religie boven de andere religies of overtuigingen zou moeten stellen.
•  Religieus onderwijs het beste overgelaten kan worden aan onze gebedshuizen, andere geloofsinstituten en gezinnen.
•  De historische verbintenis van Amerika aan religieuze verscheidenheid, geloofsgemeenschappen in staat stelt om in de samenleving harmonieus met elkaar om te gaan zonder daarmee onze theologische overtuigingen op te offeren.
•  Religieus gezag vermengen met politiek gezag afgodisch is en vaak leidt tot onderdrukking van minderheids- en andere gemarginaliseerde groepen, en bovendien religie geestelijk verarmt.
•  Wij ons moeten verzetten en ons uitspreken tegen christelijk nationalisme, vooral als het geweld en intimidatie inspireert - inclusief vandalisme, bommeldingen, brandstichting, haatdelicten en aanvallen op gebedshuizen - tegen geloofsgemeenschappen in binnen- en buienland.
Of wij nu in een kerk, moskee, synagoge of tempel aanbidden, Amerika heeft geen tweederangs geloven. Allen zijn gelijk onder de grondwet van de Verenigde Staten. Als christenen moeten we met één mond spreken en het christelijk nationalisme veroordelen als een verdraaiing van het evangelie en een bedreiging voor de Amerikaanse democratie.’


Gematigde christenen
De meeste van de oorspronkelijke ondertekenaars zijn op één of andere manier bij christelijk links betroken: Tony Campolo, Michael Curry, Melissa Rogers, Jim Wallis en de leiders van verschillende protestantse denominaties in het midden.
Maar waar zijn de bedachtzame gematigde en conservatieve evangelische christenen? Waar zijn zij het met deze verklaring oneens? Als je de namen van iedereen die de verklaring ondertekend heeft leest, zie je maar heel weinig namen vanuit de evangelische hoek die ik herken. En dat is een trieste constatering.

John Fea’s blog is het lezen waard. Elke week verschijnen er meerdere (soms korte, soms lange) artikelen op. Twee hiervan zijn voor CW vertaald en hier tot één artikel verwerkt.

Leestip: het artikel How Republican Leaders Learned How to Stop Worrying and Love Trump in de Washington Post om te zien wat Trump in de privésfeer zegt over zijn evangelische ‘deuropeners’.

Vertaling en bewerking: Irene Plas, www.limwierde.nl

Lees verder

Ontzag voor de schepping en de Schepper horen bij elkaar

26-07-2019

In veel religies zit de eerbied voor de natuur, het leven en de schepping ingebakken. Christenen zijn echter veelal meegegaan in het utiliteitsdenken van onze cultuur, alsof we de schepping geheel naar eigen inzicht mogen gebruiken. Anderhalve eeuw geleden tikte een Indiaans opperhoofd ons daarvoor al op de vingers.

 

tekst Arie van Houwelingen, beeld Pexels

 

'Hele leven mens moet op de kop' stond er boven een krantenbericht over de dreigende uitsterving van een miljoen soorten dieren en planten.
Dus geen goedkope vliegvakanties meer, veel minder én duurder vlees op je bord, en een nog niet te becijferen deel van ons gezamenlijke inkomen niet meer besteden voor consumptie, maar voor de redding van de aarde met haar rijkdom aan flora en fauna.
Willen we dat? Nee, mensen zijn diep gehecht aan comfort, welvaart en onbeperkte mobiliteit. Maar als we de teloorgang van de biodiversiteit willen stoppen, zullen we onze levensstijl drastisch moeten veranderen. Zou daar ooit een democratische meerderheid voor te vinden zijn?
Ik denk dat hier een grote opdracht ligt voor de kerken, ja voor alle gelovigen. Het geloof dat de natuur het eigen werk van de Heer is, zou ons er toch van moeten weerhouden er zo destructief mee om te gaan.
Er zit iets heiligs, iets goddelijks aan de hele natuur, die immers niet door mensen is gemaakt, maar is voortgekomen uit de wijsheid en macht van onze Schepper. Dat zou ons de motivatie kunnen geven om een substantieel deel van onze welvaart op te geven om die rijke, indrukwekkende natuur - die ons zomaar is gegeven - te behouden.
Natuurlijk zouden we dat moeten doen voor wie na ons komen. Maar ook gewoon voor de planten en dieren zelf. Dat zijn immers allemaal goddelijke maaksels, die het waard zijn om zorgvuldig mee om te gaan.
Eerbied en ontzag is een heel adequate houding in een wereld vol Godswonderen, van het koraalrif aan de rand van de oceaan, de orang-oetan in de tropen, de reuzenwalvissen in de diepzee tot aan de koningspinguïns op Antarctica.
In de Bijbel komen we eerbied en ontzag tegen in het kernbegrip van ‘de vreze des Heren’. Met ‘vreze’ wordt geen bangheid of angst bedoeld, maar ontzag. In de psalmen komen we deze ‘vreze’ tegen als het directe gevolg van de indruk die de schepping maakt.
‘Laat heel de aarde vrezen voor de HEER (...) want Hij sprak en het was er.’ (Psalm 33)
Ook in Psalm 67 vinden we de combinatie van natuur en eerbied:
‘De aarde gaf haar gewas, God, onze God wil ons zegenen. Eerbied voor Hem en ontzag tot de verste einden der aarde!’


Levenshouding
Ontzag voor de Schepper en voor zijn schepping horen dus bij elkaar. De Bijbel verzet zich wel tegen een vergoddelijking van de natuur. De mens mag vrij omgaan met de dingen, maar wel in de geest van de Maker. Dieren en planten varen wel bij zo’n eerbiedige levenshouding, maar wijzelf ook.
Want die ‘vreze’ wordt door de Bijbelse Spreukendichter niet alleen ‘het begin van de wijsheid’ genoemd, maar ook ‘de bron des levens’.
Dat laatste wordt treffend geïllustreerd in Exodus 1. Twee met name genoemde Egyptische (!) vroedvrouwen weigeren daar om het bevel van de Farao uit te voeren om de pasgeboren joodse jongetjes te doden, want ‘de vroedvrouwen vreesden God en deden niet wat de koning van Egypte gezegd had, maar lieten de jongens in leven’.
De ‘vreze des Heren’ heeft dus ook een heel praktische kant. Het door God geschapen leven moet door ons beschermd worden. Niet alleen het ongeboren menselijke leven, maar de hele bont gevarieerde schepping, die in onze tijd zo bedreigd wordt. Waar het ontzag voor de Schepper verdwijnt, moeten we vrezen voor de teloorgang van Zijn schepping.


Beschaamd
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het lang niet altijd christenen zijn, die vooraan staan in de strijd voor het behoud van het leven in al zijn vormen. Meermalen worden zij op dit punt beschaamd door niet- of andersgelovigen, die net als de Samaritaan uit de gelijkenis van Jezus, doen wat priester en leviet (de kerk) nalaten.
Luister maar eens naar de toespraak van het indianen-opperhoofd Sealth uit 1854 (!), toen ‘het grote opperhoofd in Washington’ de indianen zijn aanbod had gedaan om hun land te kopen. Hoeveel eerbied en ontzag voor de schepping komen we hier tegen! Een paar citaten:
‘Over het aanbod ons land te kopen zullen wij ons beraden. Maar hoe kan men de lucht, de wind of de warmte van het land kopen of verkopen?
Elk stuk land is heilig voor mijn volk. Iedere spar, die glanst in de zon, elk zandstrand, elke nevel in de donkere bossen, elke open plaats, elke zoemende bij is heilig in de gedachten en de herinneringen van mijn volk. (..)
Wij zijn een deel van de Aarde en de Aarde is een deel van ons. De geurende bloemen zijn onze zusters, het rendier, het paard, de grote adelaar onze broeders! De schuimkoppen in de rivier, het sap van de weidebloemen, het zweet van de pony.’
‘Als wij op uw aanbod ingaan, stel ik nog een voorwaarde; De blanke man dient de dieren als zijn broeders te beschouwen. Ik zag duizenden rottende buffels in de prairie,  achtergelaten door de blanke die ze neerschoot vanuit een rijdende trein. Ik begrijp het niet, wij doden de buffel enkel om in leven te blijven!
Wat is de mens zonder dieren? Als de dieren weg zijn zal de mens sterven aan grote eenzaamheid! Want wat er gebeurt met de dieren, gebeurt dan ook spoedig met de mens! Dit weten wij: Alles hangt met alles samen! De mens heeft het web van het leven niet geweven; hij is slechts één draad ervan.’
Sealth besluit met:
‘Want wij weten dat onze God en uw God precies dezelfde zijn! U kunt nu wel denken dat u Hem bezit, zoals u ons land wilt bezitten... maar dat kunt u niet! Hij is de God van alle mensen en Zijn hart klopt evenzeer voor de rode als voor de blanke man. Deze aarde is Hem lief en beschadigen van deze heilige grond is het beledigen van de Schepper!’


Onttovering
Het wordt tijd dat dit goed tot ons door gaat dringen. Wat ‘de onttovering van de wereld’ wordt genoemd, heeft ons beroofd van het ontzag voor de Schepper en Zijn schepping. Het onzalige idee dat alles van ons is en dat we er mee kunnen doen wat we maar willen, heeft ons op een doodlopende weg geleid.
Tegelijk blijven we denken dat we zelf slim genoeg zijn om het tij te keren. En dat zijn we wellicht ook, maar dan moet wel onze grondhouding radicaal veranderen. Van manipulator zullen we dienaar moeten worden van al wat ons door de goede God is toevertrouwd.
Al te lang zijn christenen meegegaan met het ten eigen bate exploiteren van de schepping. Is het niet de hoogste tijd dat wij ons eigen scheppingsgeloof ernstig gaan nemen en - met de indianen en zoveel andere religies - de natuur als ‘heilig’ gaan zien, dat is: als schepping?


Kerken voorop
Kerken zouden voorop moeten lopen in de zorg voor ons natuurlijk milieu, voor de kieviten en grutto’s in de weilanden, de vissen in de zee. Want als we zo doorgaan, zullen de koraalriffen het eind van deze eeuw niet halen. Terwijl ze het rijkste ecosysteem vormen van de zee met honderden soorten algen en vissen.
Als we de natuur weer zouden zien als de magnalia Dei, de grote werken van God, worden we vanzelf bereid om de prijs te betalen voor het zorgvuldig conserveren ervan. De herontdekking van een eerbiedige houding zal de veelgeroemde maar tot nu toe minimaal gepraktiseerde ‘transitie’ - de overgang naar een duurzame levensstijl - mede maken tot een reële mogelijkheid.

Lees verder

Secularisatie, of opnieuw onbevangen zoeken

15-07-2019

Nederland seculariseert. Alleen de gereformeerde bolwerken houden nog stand, is het algemene idee. Maar ook de Gereformeerde Bond is niet meer het fort waarvoor het altijd gehouden werd. Dat biedt gelegenheid voor een gezamenlijke zoektocht. En voor eerlijkheid.


tekst Matthijs Schuurman, beeld Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed


Lange tijd leek de secularisatie aan de Gereformeerde Bond voorbij te gaan. Dat leek in ieder geval zo voor andere delen binnen de Protestantse Kerk in Nederland, bij wie de Bond als heel stellig en robuust overkwam.
Maar binnen de Gereformeerde Bond zelf wordt over het thema secularisatie al enige tijd wel degelijk intensief nagedacht.
Alle conferenties voor predikanten binnen de Gereformeerde Bond die ik in de afgelopen jaren heb meegemaakt, zijn te verbinden met het thema
secularisatie.
De ene keer ligt de nadruk op wat er van de kerk wordt verwacht in een geseculariseerde omgeving. De andere keer ligt de nadruk op een missionaire houding. Op de onlangs gehouden predikantenconferentie lag de nadruk op de verlegenheid, die de secularisatie oplevert.
Die verlegenheid werd nog wel keurig verpakt in mooie lezingen, waarin aandacht werd gevraagd voor de ontwikkelingen die in de cultuur plaatsvinden. Maar tussen de regels door, in de nabespreking en in de wandelgangen, was voor een goede verstaander de verlegenheid te merken.
Er is sprake van afnemend kerkbezoek. In de meeste gevallen gaat het dan om de middagdienst, die minder bezocht wordt.
Predikanten spreken gemeenteleden van wie de kinderen afscheid hebben genomen van het geloof. Of ze spreken gemeenteleden die zelf aan het afhaken zijn, of die niet meer in de kerk komen omdat het geloof hen niets meer zegt.


Verwarring en onzekerheid
Vooral deze laatste ervaring zorgt voor veel verwarring en onzekerheid. De preken die ze voorbereiden, de diensten die ze houden, de bijeenkomsten die georganiseerd zijn, ze slaan dood op de onverschilligheid. God is niet meer nodig.
Als je met die onverschilligheid geconfronteerd wordt, heb je niets meer aan de gebruikelijke antwoorden. De vraag naar een genadig God is een veel dieper gravende vraag dan de vraag of God bestaat. Maar als je spreekt met mensen voor wie God geen issue is, dan hoef je ook niet aan te komen met de vraag of je wel voor God kunt bestaan. God doet er niet toe. Op de conferentie zou het niet alleen gaan over de verlegenheid. De aandacht zou ook uitgaan naar wat uit onze traditie ons als predikanten op de been houdt. Dat is geen eenvoudige overgang: van de verlegenheid zelf, naar iets uit je traditie dat je helpt om te gaan met die verlegenheid, bij jezelf en bij anderen.
Dat vraagt allereerst om het toelaten van die verlegenheid. Dat vraagt ook te accepteren dat de tot dan toe gevolgde strategie om de gevolgen van de secularisatie te negeren - omdat ze vooral in andere delen van de kerk spelen - niet helpt. 
Zulke ervaringen stemmen wel tot nadenken. In mijn huidige werkomgeving kom ik het niet direct tegen. Ik ben wel begonnen in een omgeving waarin voor de meeste mensen die niet meer naar de kerk gaan,  God er niet toe doet.


Cultuurschok
Dat was voor mijzelf niet altijd eenvoudig. Het was allereerst een cultuurschok toen ik vanuit Veenendaal, waar de kerk er nog redelijk vanzelfsprekend bij hoorde, terechtkwam in een omgeving waar de kerk slechts door enkelen werd bezocht.
Ook voor de gemeenten die ik daar diende was dat niet makkelijk. Ze waren al wel gewend om als een van de weinigen uit hun eigen omgeving met geloof bezig te zijn. Maar ze waren zelf opgegroeid in een tijd waarin geloof er nog gewoon was. En ze hadden meegemaakt dat vrienden en familie de kerk vaarwel zeiden.
Het is mij altijd bijgebleven dat ik niet was voorbereid op het werken in een omgeving waar geloof er niet meer bijhoort. Ik had er ook niet over nagedacht wat het betekent voor de kerk. Ik kwam er in die tijd ook nog niet aan toe, omdat ik nog volop bezig was te ontdekken wat mijn taak en rol was als predikant.
Terugkijkend op die periode kan ik een paar thema’s noemen, die van belang zijn om op te pakken als het geloof nietszeggend aan het worden is.
Het vraagt om nadenken over de eredienst en de preek: hoe kunnen de eredienst en de preek zo worden vormgegeven dat de kerkganger in het geloof gevoed wordt, ook als je maar met weinigen bij elkaar bent? Daarnaast moet de inhoud van de preek er niet op gericht zijn nostalgie te voeden, maar om de onbevangen manier van geloven te herontdekken. Daarvoor moet je accepteren dat het geloof lang niet iedereen iets zegt. Tegelijkertijd vraagt het ook om je vertrouwen op God niet te laten ondergraven door je eigen verlegenheid.
Zoals ik al zei, ik was er niet op voorbereid. De cultuurschok bracht mij enorm aan het twijfelen en ik slaagde er niet in die twijfel buiten mijn preken te houden.
Ik wil niet beweren dat twijfel niet in preken verwerkt mag worden, maar wel dat de twijfel geen eindresultaat moet zijn. Twijfel bouwt de gemeente alleen op, als daarmee de weg naar God gevonden wordt.


Geblokkeerd
Bij mij raakte die weg juist geblokkeerd. Terugkijkend had ik mensen om mij heen nodig, zoals collega’s met wie je ervaringen deelt, die je begrijpen maar er ook in slagen je uit de twijfel te leiden naar een nieuwe onbevangenheid. 
Door de predikantenconferentie besefte ik dat die zoektocht naar een nieuwe onbevangenheid, waarbij de verlegenheid toegelaten wordt, een gezamenlijke zoektocht is geworden. Daarin kunnen we elkaar van dienst zijn. Door te luisteren naar elkaars onmacht en verlegenheid. Door samen te zoeken naar Gods wil en Gods aanwezigheid in deze tijd.
Niet alleen in eigen kring, maar ook samen met andere delen van de kerk, waarin deze ervaring herkenbaar is en waar wellicht al wegen gevonden zijn naar die nieuwe onbevangenheid.

Lees verder

‘Bij behandeling van psychiatrische stoornissen zijn hoop en zingeving onmisbaar’

28-06-2019

Hoe beïnvloedt een depressie je geloof? Kunnen je godsdienstige overtuigingen helpen als je verslaafd bent? Dit soort vragen en nog veel meer zijn het terrein van de klinische godsdienstpsychologie. Maar ook compassie en hoop spelen een belangrijke rol.

 

tekst Hanneke Schaap-Jonker, beeld Jaco Hoeve Fotografie, Phere

 

In het paradijs staan twee bomen. De ene boom is de boom van het oordeel: de boom van kennis van goed en kwaad, de boom van het onderscheid.
De andere boom is de boom van de aanvaarding: de boom van het leven, van vrijheid en verbondenheid. God zegt tegen de mensen: van die boom van het oordeel en het onderscheid word je niet gelukkig. Ik ben de Enige die tegelijkertijd volmaakt kan liefhebben en volmaakt kan oordelen.
Maar er wordt toch gegeten van de boom van kennis van goed en kwaad. Vanaf dat moment zuchten mensen onder het oordeel, veroordelen ze elkaar en zichzelf, zijn ze slecht in staat tot onvoorwaardelijke aanvaarding en onvoorwaardelijke liefde.
Het leven is geen paradijs. Mensen hebben te maken met ziekte en psychiatrische stoornissen. We worstelen met angsten, somberheid, verslavingen, psychose, agressie, trauma’s, verslaving, zelfveroor- deling.
Fundamentele vragen
Al deze zaken raken ons mensen in wie we zijn. Ze schudden aan onze levensboom en rammelen aan de fundamenten van onze existentie. Ze roepen fundamentele vragen op naar zin en betekenis, en ze hebben invloed op de manier waarop we kijken naar onszelf, naar anderen, de wereld en God.
Dit staat centraal in het vakgebied van de klinische godsdienstpsychologie. In de klinische godsdienstpsychologie staan de relaties tussen psychische problemen en geloof of zingeving centraal.
Het gaat er niet alleen om hoe religie en spiritualiteit invloed uitoefenen op het psychisch functioneren, maar ook om hoe psychologische processen een rol spelen in geloof en ongeloof, in zin en zinloosheid, in twijfel en religieuze worstelingen.
Maakt geloof ziek, of helpt het bij herstel? En wat doet het met de religieuze overtuigingen en praktijken, het ervaren van zin en betekenis, wanneer mensen een psychiatrische stoornis hebben?

Ter illustratie een casus van een jonge vrouw die ik Anna noem.

 

Anna is 20 jaar als zij zich bij de ggz meldt met angst- en stressklachten, paniekaanvallen en problematisch eetgedrag. Ze volgt een hbo-opleiding, maar heeft daar haar handen vol aan.
Anna stelt hoge eisen aan zichzelf: het is nooit goed genoeg. In relaties is ze onzeker. Ze probeert altijd het anderen zo aangenaam mogelijk te maken. Anna raakt in paniek wanneer vrienden bijvoorbeeld niet reageren op een berichtje. Eetbuien dempen de onderliggende pijn maar resulteren ook in een nieuw gevoel van falen.
Over geloof en zingeving wil Anna niet te veel nadenken. Bidden doet ze niet meer. Het blijft toch stil, God hoort haar blijkbaar niet. Haar hoofd zit zo vol angst en stress, dat er weinig ruimte is voor reflectie.
Met zingeving houdt ze zich niet bezig. Ze wil alle zeilen bijzetten om haar opleiding te halen.
Eigenlijk heeft ze helemaal geen tijd voor therapeutische gesprekken. Het is sowieso al stom dat die nodig zijn.

Kennis van religie
Anna vertelt weinig over religie en zingeving. Toch wil een klinisch godsdienstpsycholoog - en een goede hulpverlener ook - weten hoe zij in het leven staat, hoe ze zich verhoudt tot zichzelf, tot anderen, de wereld en God. 
Daarvoor moet de hulpverlener kennis hebben van de inhoud van religie en zingeving: dat is van wezenlijk belang voor het begrijpen van de functie ervan. Weten of iemand zin in het leven ervaart, is onvoldoende. Wélke zin is dat?
Dat geldt evenzeer voor de ‘klassieke’ vragen over religieus gedrag: je kunt wel weten dat iemand bidt of mediteert, maar pas wanneer je weet wat dit betekent voor deze persoon, wat en tot wie hij bidt, wat iemand gelooft over gebed, kom je verder in het begrijpen van die functie voor het psychische leven.


Hoop
Klinische godsdienstpsychologie houdt zich niet uitsluitend bezig met psychopathologie, psychiatrie en verslavingszorg. Het gaat ook om existentiële factoren in bredere zin.
Hoop is zo’n cruciale existentiële factor, die weliswaar religieus van aard kan zijn maar niet per se. Hoop op een nieuwe fase in je leven bijvoorbeeld, het gevoel dat je ertoe doet.
Bij existentiële crises kunnen de worsteling en het gevecht om zin en betekenis verergeren, maar er kan ook herstel optreden. Existentieel herstel omvat hoop en zingeving, geloof en geloofsbeleving, en gaat over identiteit en de wijze waarop je je verhoudt tot jezelf en je klachten.
Herstel betekent dat het beter gaat dan eerst, maar ook dat je een zinvol en betekenisvol leven kunt leiden. Juist hier heeft de klinische godsdienstpsychologie veel te bieden.
Het is opvallend dat patiënten in hun denken over gezondheid en herstel de nadruk leggen op persoonlijk herstel en zingeving - meer dan zorgverleners, die herstel vooral medisch duiden.
Existentieel herstel is richtinggevend voor klinisch herstel. Immers, waarom zou je moeite doen van je verslaving af te komen, als je het leven als zinloos ervaart? Als je ontdekt waar je het voor doet, als je hoop krijgt dat het goed kan komen, geeft dat ook vechtlust, kracht om het vol te houden.
Het ingewikkelde is alleen dat psychische ziekte dat vermogen tot hopen en zingeving kan ondermijnen. De manier waarop mensen zich dan verhouden tot hun ziekte of stoornis wordt gekenmerkt door onmacht en uitzichtloosheid. Juist dan is aandacht voor existentieel herstel essentieel.

 

Bij Anna wordt een kleine verandering zichtbaar in de relatie met haar behandelaar. Langzaam maar zeker komt er ruimte voor vertrouwen, haar verlangen naar erkenning mag er zijn.
Er ontstaat hoop op dieper contact met anderen, op relaties die niet bepaald worden door beoordeling, maar door onvoorwaardelijke aanvaarding. Voorzichtig ontstaat er ook iets van hoop in het religieuze domein.

Zelfkritiek
Eerder heb ik existentieel herstel uiteengelegd in drie aspecten: hoop en zingeving, geloofsbeleving en identiteit. Toegespitst op het aspect van identiteit gaat dat over de vraag wie je bent, hoe je naar jezelf kijkt en je tot je eigen levensgeschiedenis verhoudt. Hier komt de dynamiek van oordeel en aanvaarding opnieuw naar voren.
Zelfkritiek kan heel gemakkelijk een rol spelen in de manier waarop je je verhoudt tot jezelf. Vaak gaat het hierbij om de geïnternaliseerde veroordeling en kritiek van anderen.
Bij veel psychopathologie zoals eetstoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en verslaving spelen zelfkritiek en zelfveroordeling een rol.
Als tegenhanger van zelfkritiek kan zelfcompassie een rol spelen. Dat is geen zelfmedelijden, maar een aanvaardende, niet-veroordelende en vriendelijke houding naar jezelf, je eigen tekort en lijden.
Zelfcompassie omvat een niet-veroordelend begrijpen van je pijn en mislukkingen, zodat je je ervaring ziet als deel van menselijke ervaring die we allemaal delen. Menszijn betekent dat je sterfelijk, kwetsbaar en onvolmaakt bent. En frustraties of lijden hoeven dus geen isolement te betekenen
Zelfcompassie beschouw ik als een existentieel proces, als een manier van je verhouden tot jezelf en je stoornis, en niet slechts als een strategie voor emotieregulatie. 

 

Voor Anna blijkt meer zelfcompassie niet eenvoudig. Ze is gewend zichzelf voortdurend te beoordelen en bekritiseren, en dat geeft haar in zekere zin houvast en controle.
Tegelijk is deze zelfkritische houding geworteld in existentiële overtuigingen over goed en kwaad. De angst voor een oordelende God blijkt een grotere rol te spelen dan ze zelf vermoedde.
Pas wanneer deze existentiële aspecten bespreekbaar worden en in verband gebracht met haar problematiek, lukt het Anna meer compassie voor zichzelf te hebben.
Helpend is dat falen en tekortkomingen bekeken kunnen worden vanuit het perspectief van algemene menselijkheid: we leven niet meer in het paradijs, daarom wordt ons bestaan gekenmerkt door tekort en lijden.
 
Trage processen
Is de huidige ggz met haar nadruk op efficiency en kostenbesparing wel de juiste plek voor existentieel herstel? Het gaat immers vaak om ‘trage vragen’ en trage processen. Ik denk van wel. Er zijn meerdere lagen te onderscheiden in existentieel herstel,
er zijn in elke situatie aspecten van existentieel herstel die geïntegreerd kunnen worden in behandeling en begeleiding.
Denk bijvoorbeeld aan psycho-educatie over de verhouding tussen psychische stoornissen, geloof en zingeving, of aan interventies met betrekking tot zelfcompassie, die kortdurend en effectief zijn.
Tegelijk overstijgt existentieel herstel het niveau van de interventies en gaat het ook om presentie en bejegening. Wanneer hoop een centrale notie is in herstel, dan is het belangrijk dat hulpverleners een context creëren waarin die hoop kan opbloeien en gekoesterd worden.
Compassie is een voorwaarde hiervoor,  acceptatie van de ander, erkenning dat we allemaal mensen zijn met deuken en barsten. Het vraagt om het verdragen van lijden en frustratie in combinatie met warmte en vriendelijkheid.
Geestelijk verzorgers, predikanten en pastores zijn professionals die van grote waarde kunnen zijn voor het existentieel herstel van mensen met een psychiatrische stoornis. Vanuit hun eigen professionele kader - dat is een ander kader dan dat van de ggz-professional - kunnen zij het gesprek voeren over levensvragen en zingevingsproblemen, twijfels en geloofsworstelingen.


Veiligheid
Samenwerking en afstemming tussen pastoraat of geestelijke verzorging en de geestelijke gezondheidszorg zijn daarbij essentieel. Nog steeds gebeurt het dat een hulpverlener bepaalde angsten in het religieuze domein als pathologisch ziet, terwijl de pastor ze als positief en heilzaam waardeert. Daar wordt de persoon die ermee worstelt niet beter van.
Geestelijk verzorgers, predikanten en pastores zijn om nog een reden van belang. Recent onderzoek wijst uit dat de meerderheid van de ruim 2500 respondenten zich niet veilig voelt om binnen de geloofsgemeenschap te spreken over psychische problemen of verslaving. Dat betekent huiswerk voor de kerken. Geestelijk leiders hebben hier een belangrijke taak te vervullen.
Een focus op existentieel herstel impliceert aandacht voor de mens achter de klachten, waarbij iemand niet gereduceerd wordt tot zijn of haar stoornis of beperkingen, maar gezien wordt als een mens met potentie.
Empowerment is daarbij van groot belang, evenals eigen regie. Op dit individuele niveau wil ik het belang van wederkerigheid en de verbondenheid van mens tot mens benadrukken, in het professionele contact en ondanks de (machts)ongelijkheid die in elke vorm van hulpverlening aanwezig is.

Die wederkerigheid en verbondenheid krijgen gestalte in de dynamiek van vertrouwen geven en compassie ontvangen, van het samen uithouden van gebrokenheid en wanhoop, van samen zoeken naar hoop en herstel.
Zo krijgen we meer zicht op leven ondanks gebrokenheid, op aanvaarding en verbondenheid, op vrijheid die beperkingen overstijgt.
Zo verkeren we niet langer in de donkere schaduw van de boom van het oordeel, maar in de verfrissende koelte die de schaduw van de boom van de aanvaarding brengt.

Dit artikel is een samenvatting van de oratie van prof. dr. Hanneke Schaap-Jonker bij de aanvaarding van de bijzondere leerstoel klinische godsdienstpsychologie aan de vrije universiteit in Amsterdam

Lees verder

Op weg naar vreugde

14-06-2019

Het lijkt in eerste instantie een heel eenvoudig begrip: vreugde. Maar hoe langer je er over nadenkt, hoe meer je je kunt afvragen wat het precies is. Is dat hetzelfde als blij zijn, of gelukkig? En dan is er nog de vreugde van het geloof. Is dat een andere categorie? Kijk uit dat de vreugde niet zomaar verdwijnt onder een dikke deken van dagelijkse problemen.

 

tekst Kees van Ekris, beeld Pexels, Brett Sayles

 

Wat geeft vreugde en wat maakt de vreugde stuk? Dat zijn trage vragen, waar je in het gewone leven niet altijd aan toekomt. Een vraag daaraan verwant is, wat de vreugde van het geloof eigenlijk is. Hoe verhoudt zich dat tot de ‘gewone vreugde’, los van je levensovertuiging? Kun je bij de ‘gewone vreugde’ aanknopen om iets duidelijk te maken over de vreugde die het geloof geeft? Of is dat een andere categorie?
Niet iedereen zal zomaar kunnen benoemen wat zijn of haar vreugde is. Er zijn veel vreugdevolle dingen in het leven: de geboorte van een kind of een kleinkind, een huwelijk of een jubileum. En er zijn een heleboel andere ‘gave dingen’ in het leven: sport, muziek, schoonheid, vriendschap, seksualiteit: daar kun je heel vrolijk van worden.


Het gewone leven
Het is goed om het gave in het mensenleven niet stuk te praten. Alsof christenen slechts experts zijn in verdriet en schuld. Wie Godservaringen alleen zoekt in het buitengewone, kan ervoor zorgen dat het gewone leven ‘Godloos’ wordt.
Juist het protestantisme heeft geprobeerd dat gewone leven te rehabiliteren, in contrast met het kloosterleven: het dagelijkse werk, het huwelijk, de seksualiteit, de samenleving, zijn plekken waarin je Gods goedheid kunt ervaren en waarin je Hem kunt dienen.
Calvijn schreef dat je de schepping kunt ervaren als een ‘rijk gedekte tafel’. Vriendschap, seksualiteit, werk, een kind dat speelt, een samenleving met cohesie en integriteit, dat zijn goede gaven van God.
Tegelijkertijd weet ik niet of het dezelfde vreugde is. Misschien is het een ‘gradatie van vreugde’, en merkt ieder mens daarin iets van de goedheid van God.
Volgens Stanley Hauerwas staat de vreugde die basketbal geeft, niet los van het werk van de Heilige Geest, die het spel liefheeft en die vreugde geeft aan het spel. In Nederland vergeleek de speelse theoloog Van Ruler de Heilige Geest ooit met het gepingel van Johan Cruijff, die overal tussendoor glipt en altijd scoort.
Maar je moet anderzijds niet alle vreugde te snel ‘heiligen’. Aan de jazz-trompettist Wynton Marsalis werd eens gevraagd wat het verschil is tussen muziek en geluid. Hij zei: ‘Muziek is klanken die met elkaar verbonden zijn. Geluid is een geisoleerde klank, die niet in verbinding staat met andere klanken’.
Misschien lijkt vreugde, bezien vanuit het christelijk geloof, op ‘muziek’. Het is geen ‘los geluid’ maar staat in verbinding met een geheel.
Het mensenleven is in christelijk perspectief een muziekstuk met meer akkoorden en klanken. Naast vreugde zijn er meer akkoorden: liefde, trouw, kunnen lijden, gerechtigheid zoeken.
Vreugde moet in verband staan met het geheel: met schepping, met je geloof in Jezus Christus, met de werking van de Geest, met het gewone leven en ook met het moeilijke in je leven.
Welke vreugde-ervaringen hebben mensen die niet geloven of in een andere God geloven? Waarin lijkt die vreugde op elkaar en waarin niet? Ik ben ervan overtuigd dat er een heleboel ‘Heilige Geest’ te ontdekken is in het leven van andere mensen.


Dictatuur van leukheid
Maar er is ook een andere kant. Onze samenleving kent een soort dictatuur van ‘leukheid’. Ik denk dat op straat bijna niemand durft te zeggen: ‘Ik heb het niet, de vreugde’. Dan zit je in - wat Dirk De Wachter noemde - de ‘verdrietput’, en daar wil niemand
zitten.
Psychiater De Wachter spreekt niet voor niets over een Borderline-samenleving, een samenleving van extreem tegengestelde stemmingen waarin je zomaar van het ene in het andere kunt schieten.
Er is een dwang tot geluk, vrolijkheid en mooie ervaringen. Het andere uiterste is depressie, woede, chagrijn, boze mails, bittere vechtscheidingen.
Op straat zeggen mensen dat ze geluk en vreugde kennen, maar vanavond schrijven ze een woedende mail naar de juf van hun kinderen omdat die iets fout heeft gedaan.
In de Bijbel is er een link tussen het gebod en de vreugde. De geboden van God hebben de bedoeling het goede leven te bewaken en dus de vreugde van het bestaan te stimuleren. De geloofsvreugde is niet een ‘geïsoleerde ervaring’, maar een kracht van de God die het hele leven in wil trekken.
Het zou overigens een interessante activiteit zijn in de kerk om samen, liefst met meerdere generaties, een eerlijke ontmoeting te hebben over ‘vreugde’. Je kijkt naar een voordracht van Dirk DeWachter, wat op zich al ontzettend grappig en diepzinnig tegelijk is. Vervolgens praat je met elkaar over het echte leven: over wat jou vreugde geeft en over wat de vreugde stukmaakt. De zorgen om een kind, de verlammende opvoedingsproblemen, het verdriet om een scheiding, een slopende ziekte. En vervolgens ga je op zoek naar hoe het geloof een verbinding kan geven tussen die uiteenlopende ervaringen. Tot je verrassing zul je dan soms ontdekken hoe kernwoorden in het geloof relevant worden. Die ervaring van eerlijkheid, herkenning, samen zoeken naar duurzame vreugde, is op zich al een verademing.


Groeien
Ik denk dat de vreugde naar haar aard een ‘vrucht’ is. De vreugde kan niet gemaakt of gekocht worden, dat is amusement. Een vrucht groeit en gebeurt. Of juist niet, afhankelijk van de omstandigheden. De vreugde is een vrucht. Misschien moet je zo leven dat de vreugde kan gebeuren, de ruimte krijgt om te gebeuren.
Je kunt je daarom ook afvragen welke patronen in je leven het gebeuren van de vreugde dwarsbomen. Welke drukte, welke dwang? Prop ik mijn leven niet zo vol dat de vreugde eruit verdwijnt?
Het begint misschien wel met een vertraging van je leven. Met het stellen van de juiste prioriteiten van stilte, liefde, aandacht, gebed, tijd voor vriendschap, contact met de seizoenen.
In zekere zin is het vergelijkbaar met sporten of het maken van muziek. Je begint te sporten of te musiceren en dat vraagt iets van je: tijd, een zekere kunde, omstandigheden, overgave, anderen om mee te spelen.
Maar zodra je gaat musiceren of sporten, wordt je vatbaar voor de ‘spelvreugde’. Zouden we dat misschien steeds weer moeten hervinden en er ook over waken: de spelvreugde van het geloof?


Bestaansnoodzaak
Vreugde is geen luxe-artikel. Het is een bestaansnoodzaak. In die vreemde cultuur van ons, met die mix van shiny happy people, voel je vaak ineens de leegte of het verdriet achter de dingen en de mensen.
Je hebt het soms ook persoonlijk, dat je door omstandigheden in een wat drukkende periode hebt geleefd. Door ziekte, werkdruk, of door een moeilijke tijd in je relatie. Soms merk je ineens hoe dat in je getrokken is, in je karakter, in je doen en laten.
En, laten we eerlijk zijn: soms is de kerk vreugdeloos geworden. Ineens valt je een koude, grijze en giftige sfeer op.
Dan, als een verrassing, als een herinnering en verlangen, kan de vreugde aan je trekken, je wakker schudden. Misschien dat Jezus ons dan vastpakt, ons aankijkt en terugroept tot Hem en tot een nieuwe gehechtheid aan Hem.
In de contacten in gemeentes, merken we veel spanning, veel elkaar gijzelen, veel angst, veel vergaderingen die de vreugde de nek omdraaien. De vreugde is soms zomaar langdurig weg in de kerk.
Dat is geen verwijt. Het is ook vrucht van de tijd waarin we leven: secularisatie, onvermogen tot vernieuwing, interne spanning, druk op het kerkelijke leven, de verlammende werking van de welvaart, de drukte in levens.
Het is wel gevaarlijk. Voor je het weet zitten we in de categorie van mensen waar Jezus woedend op is, in Matteus 11: ‘We hebben op de fluit gespeeld, en jullie dansten niet. We zongen een klaaglied en jullie treurden niet’ Dat is een vers over apathie, over amper meer raakbaar zijn, hetzij voor bekering, hetzij voor vreugde.


Eigensoortige vreugde
Er zit een eigensoortige vreugde in het Evangelie, die juist met moeilijke omstandigheden te maken heeft. De hoop voor onze kerk is wat mij betreft niet dat er allerlei soorten blije mensen komen, mensen met een blijdschap die het moeilijke amper aankan.
Waar je op hoopt: mensen die in Christus zo’n diepe vreugde ervaren, dat ze het moeilijke  - van de kerk, in hun leven - verdragen kunnen, en daar een heilzame presentie kunnen zijn.
Er is een eigensoortige vreugde van het Evangelie: het is een vreugde vanuit God, die het verlorene zoekt en vindt. In Johannes zegt Jezus: ‘Mijn vreugde zal in jullie zijn.’ Die vreugde komt uit God en is ‘in Christus’ te beleven.
Die vreugde is eigensoortig: ze richt zich met hoop op het verlorene, ze kan verdrukking verdragen, ze verheugt zich in bekering, in de afsterving van het vreugdeloze, zelfs in de dood is die vreugde niet afwezig. Het is een vreugde met een eschatologisch magneetpunt. Christus, naar Wie wij toe leven, trekt aan ons.

Dit artikel is een bewerking van een toespraak voor pioniers en predikanten in dienst van de IZB over het thema ‘vreugde’ (jaarthema van de IZB).



 

Lees verder